Bekendmaking Verordening zuiveringsheffing Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2014 (Middenbeemster)
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartierierier op 23 December 2013, betreffende een object gelegen in Middenbeemster.
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Bekendmaking Verordening zuiveringsheffing Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2014 (Middenbeemster) |
| Instantie: | Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartierierier |
| Regio: | Regio Waterland |
| Uitgegeven: | 23 December 2013 |
| Code: | wsb-2013-3919 |
Adresgegevens:
| Adres: | Aurora |
| Postcode: | 1462 PL |
| Wijk: | Beemster |
| Plaats: | Middenbeemster |
| Gemeente: | Gemeente Purmerend |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: WATERSCHAPSBLAD | Officiële uitgave van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.
In zijn vergadering van 11 december 2013 heeft het college van hoofdingelanden de Verordening zuiveringsheffing Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2014 vastgesteld.
Toelichting
De verordening bevat de regels voor de heffing en invordering van de zuiveringsheffing in 2014. De verordening vermeldt de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief en het tijdstip van ingang van de heffing.
De verordening geldt met ingang van 1 januari 2014.
Inzage
De stukken liggen vanaf 19 december 2013 gedurende 12 weken ter inzage in het kantoor van het hoogheemraadschap, Bevelandseweg 1, Heerhugowaard, op werkdagen van 9.00 tot 16.00 uur. De stukken zijn tegen betaling van de kosten verkrijgbaar. Daarnaast zijn de stukken in te zien op www.hhnk.nl.
De tekst van de verordening treft u voorts hieronder aan. De bij de verordening behorende bijlagen en toelichting treft u als bijlagen bij deze bekendmaking aan.
Informatie
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met de heer D.J. Sijm of de heer P.J.W. Minneboo, telefoon (072)-582 82 82.
Verordening zuiveringsheffing Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2014Artikel 1
Begripsbepalingen
Deze verordening verstaat onder:
Artikel 2
Bijlagen
Bij deze verordening behoren de volgende bijlagen:
Artikel 3
Belastbaar feit en heffingsplicht1.
Ter bestrijding van kosten die zijn verbonden aan de behartiging van de taak inzake het zuiveren van afvalwater, wordt onder de naam zuiveringsheffing een directe belasting geheven ter zake van direct of indirect afvoeren op een zuiveringstechnisch werk in beheer bij het hoogheemraadschap.
2.Aan de heffing worden onderworpen:
Voor de toepassing van het tweede lid onder a, is heffingsplichtig:
Indien stoffen met behulp van een riolering worden afgevoerd, is degene bij wie die riolering in beheer is, slechts voor die stoffen die de beheerder zelf op de riolering heeft gebracht aan een heffing onderworpen.
5.Het afvoeren door het hoogheemraadschap is vrijgesteld van de heffing.
Artikel 4
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsevenredigheid1.
De heffing terzake van woonruimten en bedrijfsruimten als bedoeld in artikel 15 is verschuldigd bij het begin van het heffingsjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de heffingsplicht.
2.Indien terzake van woonruimten de heffingsplicht als bedoeld in het eerste lid in de loop van het heffingsjaar aanvangt, is de heffing verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de heffingsplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de heffingsplicht aanvangt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand.
3.Indien terzake van woonruimten de heffingsplicht als bedoeld in het eerste lid in de loop van het heffingsjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het einde van de heffingsplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de heffingsplicht eindigt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand.
4.Indien de heffingsplicht voor woonruimten is beëindigd na de dagtekening van de aanslag, kan de heffingsplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.
5.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de heffingsplichtige het gebruik van de woonruimte beëindigt en direct aansluitend binnen het gebied van het hoogheemraadschap het gebruik krijgt van een woonruimte van waaruit eveneens wordt afgevoerd.
Artikel 5
Heffingsjaar
Het heffingsjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 5a
Uitnodigen tot het doen van aangifte
Met betrekking tot de zuiveringsheffing geheven van gebruikers van bedrijfsruimten, wordt de uitnodiging voor het doen van aangifte gedaan door:
Artikel 5b
Het doen van aangifte
Het doen van aangifte geschiedt door:
Artikel 6
Grondslag en heffingsmaatstaf1.
Voor de heffing als bedoeld in artikel 3 geldt als grondslag de hoeveelheid en de hoedanigheid van de stoffen die in een kalenderjaar worden afgevoerd.
2.Voor de heffing geldt als heffingsmaatstaf de vervuilingswaarde van de stoffen die in een kalenderjaar worden afgevoerd. De vervuilingswaarde wordt uitgedrukt in vervuilingseenheden.
3.Het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot zuurstofbindende stoffen wordt bepaald op basis van de som van het chemisch zuurstofverbruik en het zuurstofverbruik door omzetting van stikstofverbindingen, zoals voorgeschreven in Bijlage I van deze verordening. Eén vervuilingseenheid vertegenwoordigt met betrekking tot zuurstofbindende stoffen een verbruik in het heffingsjaar van 54,8 kilogram zuurstof.
4.Het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot de stoffen chroom, koper, lood, nikkel, zink, arseen, kwik, cadmium, chloride, sulfaat en fosfor wordt bepaald op basis van de afgevoerde gewichtshoeveelheden, zoals voorgeschreven in Bijlage I van deze verordening. Eén vervuilingseenheid vertegenwoordigt een in het heffingsjaar afgevoerde gewichtshoeveelheid van:
De stof zilver wordt niet aan de heffing onderworpen.
Artikel 7
Meting, bemonstering en analyse1.
Het aantal vervuilingseenheden aan zuurstofbindende stoffen en andere stoffen wordt berekend met behulp van door meting, bemonstering en analyse verkregen gegevens. De meting, bemonstering, analyse en berekening geschieden met inachtneming van de in Bijlage I opgenomen voorschriften.
2.De in het eerste lid bedoelde meting, bemonstering en analyse geschieden ieder etmaal van het heffingsjaar, behoudens het bepaalde in artikel 8.
3.De meting, bemonstering en analyse geschieden zodanig dat:
De heffingsplichtige brengt de wijze van meting en bemonstering met een beschrijving van de daarvoor te gebruiken apparatuur, voor aanvang van het heffingsjaar, ter kennis van de ambtenaar belast met de heffing. Indien het gebruik van de apparatuur in de loop van het heffingsjaar aanvangt of wijzigt, dan wordt dit vóór de ingebruikname of de wijziging ter kennis van de ambtenaar belast met de heffing gebracht.
5.De ambtenaar belast met de heffing:
De ambtenaar belast met de heffing neemt zijn beslissing, bedoeld in het vijfde lid, onderdelen b en c, bij voor bezwaar vatbare beschikking. Deze beschikking bevat in elk geval:
De ambtenaar belast met de heffing is bevoegd twee of meer ingevolge het vijfde lid genomen beschikkingen, die betrekking hebben op hetzelfde bedrijf of hetzelfde bedrijfsonderdeel, in één geschrift te verenigen.
8.De ambtenaar belast met de heffing kan bij veranderingen of te verwachten veranderingen in de hoeveelheid of hoedanigheid van de afgevoerde, respectievelijk af te voeren stoffen, de desbetreffende beschikkingen, bedoeld in het vijfde lid, ambtshalve wijzigen of intrekken in verband met het bepaalde in het eerste lid en het derde lid.
Artikel 8
Beperkte meting, bemonstering en analyse1.
Op aanvraag van de heffingsplichtige, die aannemelijk maakt dat voor de berekening van het aantal vervuilingseenheden kan worden volstaan met gegevens welke met behulp van meting, bemonstering en analyse in een beperkt aantal etmalen zijn verkregen, besluit de ambtenaar belast met de heffing dat meting en bemonstering geschieden in afwijking van het bepaalde in artikel 7, tweede lid. Het besluit op aanvraag wordt genomen bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Deze beschikking bevat in elk geval:
De ambtenaar belast met de heffing kan bij veranderingen of te verwachten veranderingen in de hoeveelheid of hoedanigheid van de afgevoerde, respectievelijk af te voeren stoffen, de desbetreffende beschikking, bedoeld in het eerste lid, ambtshalve wijzigen of intrekken indien toepassing van berekeningsvoorschrift III van onderdeel C van bijlage I leidt tot een ander aantal etmalen dan in die beschikking is opgenomen.
3.De ambtenaar belast met de heffing neemt zijn beslissing, bedoeld in het tweede lid, bij voor bezwaar vatbare beslissing.
Artikel 9
Hoedanigheidscorrectie1.
Indien de uitkomst van de methode tot bepaling van het chemisch zuurstofverbruik als bedoeld in artikel 6 in belangrijke mate is beïnvloed door biologisch niet of nagenoeg niet afbreekbare stoffen, wordt op aanvraag van de heffingsplichtige op die uitkomst een correctie toegepast.
2.De berekening van de correctie geschiedt met inachtneming van de voorschriften welke zijn opgenomen in Bijlage I, onderdeel C en Bijlage Ia.
3.De ambtenaar belast met de heffing neemt zijn beslissing als bedoeld in het eerste lid, bij voor bezwaar vatbare beschikking. Deze beschikking bevat in elk geval:
Artikel 10
Tabel afvalwatercoëfficiënten
A = het aantal m³ in het kalenderjaar ten behoeve van de bedrijfsruimte of het onderdeel van de bedrijfsruimte ingenomen water;
B = de afvalwatercoëfficiënt behorende bij de klasse van de in Bijlage II opgenomen tabel met de klassengrenzen waarbinnen de vervuilingswaarde met betrekking tot het zuurstofverbruik per m³ water ten behoeve van de bedrijfsruimte of van het onderdeel van de bedrijfsruimte ingenomen water is gelegen.
Artikel 11
Vervuilingswaarde van tuinbouwkassen1.
In afwijking van het bepaalde in artikel 7, eerste lid, wordt de vervuilingswaarde van de stoffen die worden geloosd vanuit een bedrijfsruimte of een onderdeel van een bedrijfsruimte, bestemd om in het kader van de uitoefening van een beroep of een bedrijf onder een permanente opstand van glas of kunststof gewassen te telen, bepaald op basis van het tweede lid.
2.De vervuilingswaarde bedraagt drie vervuilingseenheden per hectare vloeroppervlak waarop onder glas of kunststof wordt geteeld en per deel van een hectare vloeroppervlak een evenredig deel van drie vervuilingseenheden.
3.Indien in de loop van het kalenderjaar het gebruik van een in het eerste lid bedoelde bedrijfsruimte of onderdeel van een bedrijfsruimte, dan wel van een deel daarvan, door de gebruiker aanvangt of eindigt, wordt hij in dat kalenderjaar voor die bedrijfsruimte, dat onderdeel of dat deel voor een evenredig gedeelte van het op basis van het tweede lid bepaald aantal vervuilingseenheden aan een heffing onderworpen.
4.Een vervuilingswaarde voor de bedrijfsruimte of het onderdeel van een bedrijfsruimte, berekend op basis van het tweede of derde lid, van minder dan vijf vervuilingseenheden wordt op drie vervuilingseenheden, en van één of minder dan één vervuilingseenheid op één vervuilingseenheid gesteld.
Artikel 12
Franchise1.
Voor de berekening van het aantal vervuilingseenheden in het heffingsjaar voor de groep van stoffen chroom, koper, lood, nikkel en zink wordt een aftrek toegepast, met dien verstande dat het aantal vervuilingseenheden niet lager dan op nihil kan worden gesteld.
De aftrek wordt bepaald door het totaal aantal vervuilingseenheden aan zuurstofbindende stoffen, als berekend op grond van de artikelen 7 tot en met 10, te vermenigvuldigen met 0,0162.
2.Voor de berekening van het aantal vervuilingseenheden in het heffingsjaar voor de groep van stoffen arseen, cadmium en kwik wordt een aftrek toegepast, met dien verstande dat het aantal vervuilingseenheden niet lager dan op nihil kan worden gesteld. De aftrek wordt bepaald door het totaal aantal vervuilingseenheden aan zuurstofbindende stoffen, als berekend op grond van de artikelen 7 tot en met 10, te vermenigvuldigen met 0,0027.
3.Voor de berekening van het aantal vervuilingseenheden in het heffingsjaar van de stoffen chloride, fosfor en sulfaat wordt een aftrek toegepast, met dien verstande dat het aantal vervuilingseenheden niet lager dan op nihil kan worden gesteld. De aftrek wordt bepaald door het totaal aantal vervuilingseenheden aan zuurstofbindende stoffen, als berekend op grond van de artikelen 7 tot en met 10, te vermenigvuldigen met 0,0168 voor chloride en sulfaat en 0,025 voor fosfor.
Artikel 13
Drempel en meetverplichting1.
Indien de vervuilingswaarde met betrekking tot de zuurstofbindende stoffen van een bedrijfsruimte minder bedraagt dan 1.000 vervuilingseenheden wordt, in afwijking van het bepaalde in artikel 7:
Indien de vervuilingswaarde met betrekking tot de zuurstofbindende stoffen van een bedrijfsruimte 1.000 vervuilingseenheden of meer bedraagt, wordt, in afwijking van het bepaalde in artikel 7:
Artikel 14
Totale vervuilingswaarde van een bedrijfsruimte
De vervuilingswaarde van een bedrijfsruimte wordt bepaald op de som van de aantallen vervuilings-eenheden als berekend overeenkomstig de artikelen 7 tot en met 13, voor zover deze van toepassing zijn.
Artikel 15
Vervuilingswaarde van kleine bedrijfsruimten1.
In afwijking van artikel 7, eerste lid, wordt de vervuilingswaarde van de stoffen die vanuit een bedrijfsruimte of vanuit een zuiveringtechnisch werk voor het zuiveren van afvalwater worden afgevoerd gesteld op drie vervuilingseenheden indien door de heffingsplichtige aannemelijk is gemaakt dat die vervuilingswaarde minder dan vijf vervuilingseenheden bedraagt en op één vervuilingseenheid indien door de heffingsplichtige aannemelijk is gemaakt dat die vervuilingswaarde één vervuilingseenheid of minder bedraagt.
2.Indien de aanslag in het heffingsjaar al is opgelegd voor drie vervuilingseenheden en de heffingsplichtige aannemelijk maakt dat de vervuilingswaarde één vervuilingseenheid of minder bedraagt, bestaat aanspraak op vermindering. De heffingsplichtige kan daartoe na afloop van het heffingsjaar of, bij beëindiging van de heffingsplicht, in de loop van het heffingsjaar een aanvraag indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.
Artikel 16
Vervuilingswaarde van woonruimten1.
In afwijking van artikel 7, eerste lid, wordt de vervuilingswaarde van de stoffen die vanuit een woonruimte worden afgevoerd, gesteld op drie vervuilingseenheden. De vervuilingswaarde van de stoffen die vanuit een door één persoon gebruikte woonruimte worden afgevoerd, bedraagt één vervuilingseenheid.
2.Het eerste lid is niet van toepassing op de voor recreatiedoeleinden bestemde woonruimten die zich bevinden op een voor verblijfrecreatie bestemd terrein dat als zodanig wordt geëxploiteerd. De in de vorige volzin bedoelde woonruimten worden tezamen aangemerkt als een bedrijfsruimte dan wel als een onderdeel van een bedrijfsruimte.
3.Indien de in het eerste lid bedoelde situatie dat een woonruimte wordt gebruikt door één persoon ontstaat in de loop van het heffingsjaar, wordt de vervuilingswaarde op één vervuilingseenheid vastgesteld met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de kalendermaand waarin die situatie is ontstaan. Indien de hiervoor bedoelde situatie ontstaat op de eerste dag van een kalendermaand, wordt de vervuilingswaarde met ingang van die dag op één vervuilingseenheid vastgesteld.
4.Indien de in het derde lid bedoelde situatie ontstaat ná de dagtekening van de aanslag, bestaat aanspraak op vermindering. De heffingsplichtige kan daartoe een aanvraag indienen bij de ambtenaar belast met de heffing.
Artikel 17
Schatting
De ambtenaar belast met de heffing kan het aantal vervuilingseenheden in een kalenderjaar geheel of gedeeltelijk door middel van schatting vaststellen, indien door de heffingsplichtige:
Artikel 18
Tarief
Het tarief bedraagt € 57,21 per vervuilingseenheid.
Artikel 19
Wijze van heffing en termijnen van betaling1.
De heffing wordt geheven bij wege van aanslag.
2.De aanslagen zijn invorderbaar in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die van de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede twee maanden later.
3.Het bedrag inzake een bestuurlijke boete is eveneens invorderbaar in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die van de dagtekening van de beschikking en de tweede twee maanden later.
4.In afwijking van het bepaalde in het tweede en derde lid kan een belastingaanslag en een bestuurlijke boete, op verzoek van de belastingschuldige, worden voldaan in tien termijnen voor zover de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven.
5.Een in het vierde lid bedoeld verzoek dient te worden gedaan binnen één maand na dagtekening van het aanslagbiljet.
6.Aanslagen die een bedrag van € 7,00 niet te boven gaan worden niet opgelegd.
7.Voor de toepassing van het zesde lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één aanslag.
Artikel 20
Nadere regels
Het dagelijks bestuur kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering.
Artikel 21
Intrekking, inwerkingtreding, tijdstip van ingang van de heffing en citeertitel
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het college van hoofdingelanden van 11 december 2013
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen en vergunningsaanvragen in Middenbeemster:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn


