Erfgoedverordening gemeente Moerdijk
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Moerdijk op 17 augustus 2023
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Erfgoedverordening gemeente Moerdijk |
| Instantie: | Gemeente Moerdijk |
| Regio: | Regio Roosendaal |
| Uitgegeven: | 17 augustus 2023 |
| Code: | gmb-2023-361006 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van de gemeente Moerdijk
Erfgoedverordening gemeente Moerdijk
De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering 13 juli 2023,gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 23 mei 2023,
gelet op artikelen 3.16 en 9.1 van de Erfgoedwet, gelezen in samenhang met de artikelen 12, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,
gezien het advies van de commissie fysieke infrastructuur;
BESLUIT
vast te stellen de volgende verordening:
ERFGOEDVERORDENING GEMEENTE MOERDIJK
HOOFDSTUK 1ALGEMEEN
Artikel 1
Begripsbepalingen
Deze verordening verstaat onder:
Artikel 2
Gemeentelijk erfgoedregister 1.
Burgemeester en wethouders houden een door eenieder te raadplegen gemeentelijk register bij van krachtens deze verordening onherroepelijk aangewezen cultureel erfgoed (gemeentelijk erfgoedregister).
2.Het gemeentelijk erfgoedregister bevat:
MONUMENTENCOMMISSIE
Artikel 3
samenstelling Monumentencommissie1.
Het college van burgemeester en wethouders wijst de leden van de monumentencommissie aan.
2.Binnen de commissie zijn minimaal 2 leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg.
3.De commissie bestaat uit maximaal 5 leden.
4.Leden van het gemeentebestuur maken geen deel uit van de Monumentencommissie
HOOFDSTUK 3AANWIJZING VAN BESCHERMDE GEMEENTELIJKE CULTUURGOEDEREN EN VERZAMELINGEN
Artikel 4
Aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoeder of beschermde gemeentelijke verzameling1.
Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten een cultuurgoed aan te wijzen als beschermd gemeentelijk cultuurgoed. Dit kan als het betreft een cultuurgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is, en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en dat in eigendom is van de gemeente of dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als beschermd gemeentelijk cultuurgoed.
2.Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve besluiten een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en die in eigendom van de gemeente is of die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als beschermde gemeentelijk verzameling.
3.Voor de aanwijzing van een cultuurgoed of een verzameling die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming van de eigenaar vereist.
4.Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede over de vervreemding van een beschermd gemeentelijk cultuurgoed of een beschermde gemeentelijke verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vragen burgemeester en wethouders advies aan een commissie als bedoeld in artikel 4.18 van de Erfgoedwet.
5.Dit artikel is niet van toepassing op:
Artikel 5
Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling1.
Burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, ambtshalve wijzigen of intrekken. Artikel 3, vierde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan.
2.Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als:
Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
HOOFDSTUK 4AANWIJZING GEMEENTELIJK (ARCHEOLOGISCH) archeologisch) MONUMENT
Artikel 6
Aanwijzing als gemeentelijk monument 1.
Burgemeester en wethouders kunnen besluiten, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een object of een terrein met waardevolle archeologische resten in de ondergrond, dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk (archeologisch) monument.
2.Bij een verzoek om een gebouwd object aan te wijzen als gemeentelijk monument moeten de volgende bescheiden worden ingediend:
Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, toetst het college aan de in bijlage 1 vastgestelde waarderingscriteria voor gemeentelijke monumenten.
4.Bescherming van het object kan alleen gelden voor relevante onderdelen van het exterieur en (delen van) aanzichten die vanuit het openbaar toegankelijk gebied zichtbaar zijn.
5.Het college kan bepalen, dat ten behoeve van de aanwijzing van een monument als beschermd gemeentelijk monument, een bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.
6.Een besluit tot aanwijzing moet gebaseerd zijn op een redengevende monumenten omschrijving.
7.Dit artikel is niet van toepassing op rijksmonumenten.
Artikel 7
Voornemen tot aanwijzing1.
Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 6 wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
2.Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar.
Artikel 8
Voorbescherming1.
De bescherming van hoofdstuk 5 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 7 is bekendgemaakt.
2.De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister of op het moment waarop het aanwijzingsbesluit wordt herroepen of door de bestuursrechter wordt vernietigd.
Artikel 9
Advies Monumentencommissie1.
Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 6 advies aan de Monumentencommissie.
2.De Monumentencommissie brengt binnen 8 weken na ontvangst van de adviesaanvraag schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd advies uit.
Artikel 10
Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit1.
Op een aanvraag om aanwijzing dient te worden besloten binnen 26 weken na ontvangst van de aanvraag.
2.De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijke monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument.
Artikel 11
Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving1.
De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
2.Zodra een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt deze onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 12
Spoedprocedure -aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument 1.
In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders, al dan niet zonder dat hiervoor een beargumenteerd verzoek uit de samenleving is gekomen, een object of een terrein met waardevolle archeologische resten in de ondergrond, aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 9 wordt in dat geval aan de Monumentencommissie geen advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument.
2.Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument vervalt na 26 weken of zoveel eerder als burgemeester en wethouders een besluit hebben genomen over de aanwijzing, bedoeld in artikel 6.
3.Hoofdstuk 5 is van overeenkomstige toepassing vanaf het moment dat belanghebbenden schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van het een object of een terrein met waardevolle archeologische resten in de ondergrond als voorlopig gemeentelijk monument. Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing op deze aanwijzing.
Artikel 13
Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument1.
Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten ambtshalve wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister.
2.Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is hoofdstuk 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan.
3.Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
HOOFDSTUK 5BESCHERMING GEMEENTELIJK (ARCHEOLOGISCH) MONUMENT
Artikel 14
Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument
Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.
Artikel 15
Omgevingsvergunning gemeentelijk monument1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument:
Het eerste lid is niet van toepassing op de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt.
3.Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen als bedoeld in het tweede lid.
Artikel 16
Intrekken van de omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning, zoals bedoeld in artikel 15, eerste lid, kan door burgemeester en wethouders worden ingetrokken:
Artikel 17
Weigeringsgronden1.
De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.
2.Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.
Artikel 18
Vergunning voor gemeentelijk monumentale zaken1.
Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor gemeentelijk monumentale zaken aan de monumentencommissie voor advies.
2.De monumentencommissie adviseert schriftelijk aan het college over de aanvraag binnen 4 weken na de datum van verzending van het afschrift.
Artikel 19
Advies inzake bezwaar1.
Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de vergunning en de naar voren gebrachte bezwaren aan de monumentencommissie.
2.Een monumentencommissie die voldoet aan het bepaalde uit artikel 15 van de Monumentenwet brengt haar advies inzake het bezwaar uit aan het bevoegd gezag.
HOOFDSTUK 6RIJKSMONUMENTEN
Artikel 20
Advies omgevingsvergunning rijksmonument
Burgemeester en wethouders zenden onverwijld een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor een rijksmonument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor advies aan de Monumentencommissie, bedoeld in artikel 9, eerste lid. Artikel 9, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 7RIJKSBESCHERMD STADS- EN DORPSGEZICHT
Artikel 21
Procedure1.
De monumentencommissie adviseert schriftelijk over iedere aanvraag om vergunning die betrekking heeft op een locatie die valt binnen een aangewezen beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in artikel 1 lid p van deze verordening.
2.De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen 8 weken na de datum van verzending van het afschrift.
HOOFDSTUK 8INSTANDHOUDING VAN ARCHEOLOGISCHE GEBIEDEN
Artikel 22
Instandhoudingbepaling 1.
Conform de gemeentelijke archeologische beleidskaart en de beleidsgrenzen uit de beleidsregel “Update Uitvoeringskader erfgoed deel archeologie” worden de volgende archeologische beleidsgebieden aangewezen:
Het is verboden om in een archeologisch beleidsgebied, als bedoeld in lid 1 van dit artikel, zoals aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de gemeente Moerdijk, de bodem te verstoren, te beschadigen of te vernielen.
3.Het verbod in lid 2 is niet van toepassing indien;
het een verstoring betreft van een archeologisch beleidsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart van de gemeente Moerdijk, en waarbij die verstoring plaatsvindt in:
Het verbod uit lid 2 is eveneens niet van toepassing Indien een archeologisch onderzoeksrapport conform de vigerende KNA is overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van de bevoegde overheid in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
Het verbod in lid 2 is ook niet van toepassing indien wordt gehandeld in overeenstemming met de bepalingen in het geldende bestemmingsplan voor zover de bepalingen die hierin zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg in overeenstemming zijn met deze verordening.
Artikel 23
Wijzigen kwalificatie van een locatie
Op grond van een melding ingevolge artikel 5.10 van de Erfgoedwet of op grond van de resultaten van archeologisch onderzoek zijn burgemeester en wethouders bevoegd een terrein of locatie alsnog aan te wijzen als een ander gemeentelijk archeologisch beleidsgebied.
Artikel 24
Ontheffing archeologische beleidsgebieden1.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen voor graafwerk en bodemingrepen in de archeologische beleidsgebieden zoals omschreven in artikel 24, lid 1.
2.Een ontheffing kan slechts worden verleend indien vooraf door de aanvrager van de ontheffing door middel van een rapportage van archeologisch vooronderzoek conform de vigerende KNA en het PvE naar het oordeel van het college in voldoende mate is vastgesteld dat bij realisatie van de bodemingrepen: de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld.
3.Burgemeester en wethouders kunnen aan de verlening van de ontheffing de volgende voorschriften verbinden:
De gevraagde ontheffing kan worden geweigerd, indien de archeologische waarden die in het geding zijn naar het oordeel van het college in situ behouden dienen te blijven.
5.Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor terreinen/gebieden die in overeenstemming met artikel 3.1 van de Erfgoedwet zijn aangewezen als beschermd archeologisch (rijks)monument (op de archeologische beleidskaart aangegeven als archeologisch waardevolle gebieden; Wettelijk beschermde monumenten).
Artikel 25
Vereisten ontheffing1.
Een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 26, lid 1, moet worden ingediend bij burgemeester en wethouders en moet de volgende gegevens bevatten:
Burgemeester en wethouders kunnen ter beoordeling van de aanvraag om ontheffing nadere gegevens van de aanvrager verlangen.
3.Uit de aanvraag om ontheffing moet duidelijk blijken wat de bestaande en de door de aanvrager gewenste situatie is.
4.Burgemeester en wethouders beslissen op de aanvraag om ontheffing binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.
5.Burgemeester en wethouders kunnen de in het vierde lid genoemde termijn met ten hoogste zes weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geeft binnen de in het eerste lid genoemde termijn
6.Bij het niet in behandeling nemen van de aanvraag vanwege onvolledigheid is artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
7.In geval van een aanvraag om een ontheffing vragen burgemeester en wethouders advies aan de aangewezen deskundige op het gebied van de gemeentelijke archeologische monumentenzorg waar het bodemingrepen betreft.
Artikel 26
Opgravingen en begeleiding1.
Indien binnen het grondgebied van de gemeente Moerdijk onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin van artikel 1.1 en 5.1.1 van de Erfgoedwet, dienen, onverminderd de overige bepalingen van deze wet:
In de nadere regels, zoals onder lid 1, sub a, neemt het college bepalingen op met betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in acht te worden genomen.
3.Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag advies aan de aangewezen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg zoals omschreven in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg.
4.Het is verboden om gravend archeologisch onderzoek te verrichten binnen de gemeente Moerdijk zonder een door burgemeester en wethouders goedgekeurd Programma van Eisen op grond van artikel 38 van de Monumentenwet en zonder een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 eerste lid van de Erfgoedwet. Dit geldt tevens voor het opsporen van archeologische resten, munitie, wapens of munten met een metaaldetector.
HOOFDSTUK 9HANDHAVING EN TOEZICHT
ARTIKEL 27
STRAFBEPALING
Degene die handelt in strijd met artikel 13 of het bepaalde krachtens artikel 14, derde lid, van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.
ARTIKEL 28
TOEZICHTHOUDERS1.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de personen die zijn aangesteld als toezichthouder of als Buitengewoon Opsporingsambtenaar van de gemeente Moerdijk.
2.Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
HOOFDSTUK 10SLOTBEPALINGEN
Artikel 29
Hardheidsclausule
Indien vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van deze verordening naar het oordeel van het college zou leiden tot een onredelijke beslissing, kan het college afwijken van het bepaalde in deze verordening.
Artikel 30
Inwerkingtreding1.
Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie.
2.De verordening wordt met inachtneming van de bepalingen in de Gemeentewet bekendgemaakt;
3.De Erfgoedverordening 2017 gemeente Moerdijk, vastgesteld op 22 juni 2017 wordt ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van deze verordening.
Artikel 31
Overgangsrecht1.
Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in artikel 30 ingetrokken verordening.
2.Een krachtens de Erfgoedverordening 2017, 2014 of 2012 aangewezen monument, wordt geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.
Artikel 32
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening gemeente Moerdijk.
Vastgesteld in de vergadering van de raad d.d. 13 juli 2023,
de griffier,
H.M. Vonk- Schenkel
de voorzitter,
A.J. Moerkerke
Bijlage 1:waarderingstabel:
WAARDERINGSCRITERIA
SUBCRITERIA
OMSCHRIJVINGPARAMETERS
SCORE
WEGING
PUNTEN
TOELICHTING
Silhoueteffect
silhouetwaarde
Bijzondere, beeldbepalende betekenis van het object voor het aanzien van zijn omgeving, wijk, stad/dorp of streek
2,0
0,0
0-6 (Silhoueteffect)
0,0
Ligging
ensemblewaarde
bijzondere betekenis van het object wegens de hoogwaardige kwaliteit van de bebouwing in relatie tot de historisch-ruimtelijke context
0,5
0,0
betekenis van het object als essentieel (cultuurhistorisch, functioneel en/of architectuurhistorisch en visueel) onderdeel van een complex
0,5
0,0
situationelewaarde
Markante ligging
0,5
0,0
bijzondere betekenis van het object wegens de wijze van verkaveling/inrichting/voorzieningen
0,5
0,0
0-6(ligging)
0,0
Vorm
representativiteit
bijzonder belang van het object voor de geschiedenis van de architectuur en/of bouwtechniek en/of het oeuvre van een bouwmeester, architect ingenieur of kunstenaar
1,0
0,0
esthetische waarde
belang van het object wegens de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp
1,0
0,0
materiaalgebruik en ornamentiek
belang van het object wegens het bijzondere materiaalgebruik, de ornamentiek en/of monumentale kunst
0
1,0
0,0
gaafheid/herkenbaarheid
belang van het object wegens de materiële, technische, constructieve en/of architectonische gaafheid en/of herkenbaarheid
0
1,0
0,0
zeldzaamheid
belang van het object/complex wegens absolute zeldzaamheid in architectuurhistorisch, bouwtechnisch, typologisch of functioneel opzicht
1,0
0,0
0-15(vorm)
0,0
Cultuurhistorie
cultuurhistorische waarde
belang van het object als bijzondere uitdrukking van (een) culturele, sociaaleconomische, bestuurlijke/beleidsmatige, geestelijke, geografische, landschappelijke, historisch-ruimtelijke, technische en/of typologische ontwikkeling(en)
2,0
0,0
innovativiteit
belang van het object wegens innovatieve waarde of pionierskarakter
1,0
0,0
herinneringswaarde
belang van het object wegens bijzondere herinneringswaarde
2,0
0,0
0-15(cultuurhistorie)
0,0
Functie
authenticiteit
belang van het object als nog goed herkenbare uitdrukking van de oorspronkelijke of een belangrijke historische functie
2,0
0,0
0-6 (functie)
0,0
TOTAAL
0-48 (totaal)
0,0
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente Moerdijk:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn