Verordening rioolheffing 2022 (Gemeente Ooststellingwerf)
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Ooststellingwerf op 27 december 2021
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Verordening rioolheffing 2022 (Gemeente Ooststellingwerf) |
| Instantie: | Gemeente Ooststellingwerf |
| Regio: | Regio Stellingwerf |
| Uitgegeven: | 27 december 2021 |
| Code: | gmb-2021-476146 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van de gemeente Ooststellingwerf
Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2022
De raad van de gemeente Ooststellingwerf;nr. 10
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 november 2021;
gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen de
VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2022
Artikel 1
Definities
Deze verordening verstaat onder:
Artikel 2
Aard van de belasting
Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht1.
De belasting wordt geheven:
Voor het eigenarendeel wordt, als het bebouwde perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
3.Voor het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt:
Artikel 4
Zelfstandige gedeelten
Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.
Artikel 5
Maatstaf van heffing1.
Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per bebouwd perceel.
2.Het gebruikersdeel van woningen wordt geheven naar een vast bedrag voor een éénpersoonshuishouden, een vast bedrag voor een tweepersoonshuishouden, een vast bedrag voor een drie- of meerpersoonshuishouden en een vast bedrag voor recreatiewoningen.
3.Het gebruikersdeel voor niet-woningen wordt geheven naar het aantal kubieke meters geloosd water op de riolering. De hoeveelheid water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater dat op de waterafrekening staat vermeld die is ontvangen in het voorgaande belastingjaar. Deze hoeveelheid wordt, in voorkomende gevallen, verhoogd met het aantal kubieke meters opgepompt grondwater. Wanneer de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij de herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
4.Wanneer gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
5.De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.
6.Indien voor de in artikel 3, eerste lid, onderdeel b bedoelde percelen in verband met het ontbreken van afzonderlijke watermeters, danwel de verbruiksperiode als bedoeld in lid 3 niet aanwezig zijn, de hoeveelheid afvalwater niet kan worden vastgesteld zoals hiervoor is omschreven, zal de hoeveelheid afvalwater voor niet tot woning dienende eigendommen op het aantal kubieke meters afgevoerd afvalwater, dat in het belastingtijdvak of gedurende de verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is opgepompt, worden gesteld.
7.Voor de vaststelling van de omstandigheden als bedoeld in lid 6, is de toestand aan het begin van het belastingjaar of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht bepalend.
Artikel 5a
Vrijstelling
De belasting wordt niet geheven van garageboxen die als zelfstandig gedeelte kunnen worden aangemerkt.
Artikel 6
Belastingtarieven1.
Het recht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, (eigenarendeel) bedraagt per eigendom: € 101,35.
2.Het recht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, (gebruikersdeel) bedraagt voor woningen:
Het recht als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, (gebruikersdeel) bedraagt voor niet-woningen: per volle eenheid kubieke meter afvalwater:
De verschuldigde belasting als bedoeld in het tweede en derde lid wordt op een veelvoud van € 0,05 naar beneden afgerond.
Artikel 7
Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8
Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2.Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3.Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4.Het tweede en derde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander gebouwd perceel in gebruik neemt.
Artikel 10
Termijnen van betaling1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in één termijn, vervallende op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening is vermeld.
2.In afwijking van het eerste lid geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de rioolheffing of van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing en andere heffingen meer dan € 75,00 bedraagt deze moet worden betaald in twee termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op die welke in de dagtekening is vermeld en de volgende termijn op de laatste dag van de maand drie maanden na de dagtekening.
3.Indien voor de betaling van de verschuldigde belastingen een machtiging voor automatische incasso is afgegeven, dienen voor de in het tweede lid genoemde twee termijnen tien gelijke termijnen te worden gelezen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening is vermeld en de volgende termijnen steeds één maand later.
4.De machtiging voor automatische incasso zoals genoemd in het derde lid, wordt geacht niet te zijn verleend indien gedurende de looptijd van de automatische incasso twee termijnen worden gestorneerd, ofwel indien de incassomachtiging door de belastingschuldige of de rekeninghouder wordt ingetrokken. De termijnen genoemd in het eerste lid worden in dat geval direct van toepassing.
5.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11
Kwijtschelding
Kwijtschelding van de belasting wordt niet verleend voor het eigenaarsdeel.
Kwijtschelding van de belasting kan worden verleend voor het gebruikersdeel.
Artikel 12
Overgangsrecht
De "Verordening rioolheffing 2021", vastgesteld bij besluit van 16 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten welke zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022
Artikel 14
Citeertitel
De verordening wordt aangehaald als: "Verordening rioolheffing 2022".
Besloten in de openbare vergadering van 21 december 2021.
griffier.
voorzitter.
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente Ooststellingwerf:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn