Beleidsregels Bbz 2004 (Gemeente Coevorden)
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Coevorden op 26 maart 2021
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Beleidsregels Bbz 2004 (Gemeente Coevorden) |
| Instantie: | Gemeente Coevorden |
| Regio: | Regio Emmen |
| Uitgegeven: | 26 maart 2021 |
| Code: | gmb-2021-92765 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van de gemeente Coevorden
BELEIDSREGELS BBZ 2004 BORGER-ODOORN, COEVORDEN, EMMEN
BELEIDSREGELS BBZ BOCE-GEMEENTENGebaseerd op:
Beleidsregels IMK
Beleidsregels BZF (Friesland)
Gewijzigde Bbz 2004 per 1-1-2020
Datum: 1 juni 2020
INHOUD
Artikel 1 - Begripsbepalingen
Artikel 2 - Wettelijke bevoegdheden Bbz 2004
Artikel 3 - Rechtmatigheidsonderzoeken
Artikel 4 - Periodieke toekenning en levensvatbaarheidsonderzoeken
Artikel 5 - Beëindiging bedrijf of zelfstandig beroep
Artikel 6 - Herziening en intrekking toekenningsbesluit
Artikel 7 - Terugvordering (leen)bijstand en leningen bedrijfskapitaal
Artikel 8 - Wijze van invordering
Artikel 9 - Dwanginvordering
Artikel 10 - Ambtshalve kwijtschelding bijstand
Artikel 11 - Ambtshalve kwijtschelding bedrijfskapitaal
Artikel 12 Kwijtschelding (leen)bijstand en/of bedrijfskapitaal in verband met een schuldregeling
Artikel 13 - Afzien van terugvordering of verdere invordering in verband met dringende redenen
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGENARTIKEL 1
- BEGRIPSBEPALINGEN
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
ARTIKEL 2
- WETTELIJKE BEVOEGDHEDEN BBZ 2004
Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot:
ARTIKEL 3
- RECHTMATIGHEIDSONDERZOEKEN
ARTIKEL 4
- PERIODIEKE TOEKENNING EN LEVENSVATBAARHEIDSONDERZOEKEN
Toelichting:
De startende en gevestigde ondernemer kunnen maximaal 36 respectievelijk 12 maanden algemene bijstand voor levensonderhoud ontvangen. Deze bijstand wordt toegekend in periodes van 6 maanden. Redenen voor toekenning per 6 maanden is dat er op deze wijze meerdere beoordelingsmomenten van de levensvatbaarheid mogelijk zijn en er zicht blijft op de ontwikkeling en /of veranderingen van het bedrijf. Ook wordt op deze wijze de verantwoordelijkheid voor het voortzetten van de bijstand (een lening) bij de ondernemer gelegd. Budgettaire overwegingen, het tijdig stopzetten van bijstand aan een niet levensvatbaar bedrijf, spelen eveneens een rol. Tot slot wordt met deze systematiek aangesloten bij de regionale en landelijke toegepaste werkwijze.
ARTIKEL 5
- BEËINDIGING BEDRIJF OF ZELFSTANDIG BEROEP
In die gevallen zoals genoemd in artikel 43 Bbz 2004, wordt de lening ten behoeve van bedrijfskapitaal renteloos gemaakt.
HOOFDSTUK 2 - TERUGVORDERINGARTIKEL 6
- HERZIENING EN INTREKKING TOEKENNINGSBESLUIT
Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het herzien of intrekken van het toekenningsbesluit ingevolge artikel 54 lid 3 en 4 PW. Toepassing van deze bevoegdheid beperkt zich niet tot situaties waarin sprake is van schending van de inlichtingenplicht.
Toelichting:
Bij Toepassing van deze bevoegdheid valt te denken aan een situatie dat het verstrekte bedrijfskapitaal niet volgens toekenningsbesluit is besteed.
ARTIKEL 7
- TERUGVORDERING (LEEN)BIJSTAND EN LENINGEN BEDRIJFSKAPITAAL
Toelichting:
Het college maakt gebruik van de bevoegdheid om leenbijstand en leningen ten behoeve van bedrijfskapitaal terug te vorderen. Dit geldt ook voor de situaties waarin sprake is van herziening of intrekking van het toekenningsbesluit (zie artikel 6 van deze beleidsregels).
Toelichting op lid 1:
Indien het eigen vermogen hoger is dan de toepasselijke vermogensgrens en het inkomen meer is dan de jaarnorm, wordt de renteloze lening niet teruggevorderd. De lening wordt gehandhaafd en met ingang van het jaar daarop wordt hierop een jaarlijkse aflossing van ten minste 10 procent voldaan (artikel 13 Bbz-2004).
HOOFDSTUK 3 - INVORDERINGARTIKEL 8
- WIJZE VAN INVORDERING
Toelichting:
Het is een verplichting om het aflossingsbedrag te voldoen. We hebben dan ook te maken met een betalingsverplichting. Het aflossingsbedrag dat is opgenomen in een terug- of betalingsbesluit, of is afgesproken met de belanghebbende en schriftelijk is bevestigd, geldt als betalingsverplichting.
ARTIKEL 9
- DWANGINVORDERING
Toelichting:
De kosten verbonden aan dwanginvordering worden vastgesteld op een percentage van 15% met een maximum van € 375,00 per vordering. Rente en kosten van een aanmaning en een dwangbevel worden geacht in dit percentage te zijn verdisconteerd en worden niet afzonderlijk bij de klant in rekening gebracht.
HOOFDSTUK 4 - KWIJTSCHELDINGARTIKEL 10
- AMBTSHALVE KWIJTSCHELDING BIJSTAND
Toelichting:
Als gedurende 5 jaar inspanningen zijn verricht om in te vorderen en belanghebbende geen enkele aflossing (meer) heeft verricht, en ook niet te verwachten valt dat in de toekomst nog aflossing gaat plaatsvinden, dan kan van (verdere) invordering worden afgezien. Hierbij valt te denken aan de situatie dat de verblijfplaats van een persoon onbekend is of dat een persoon zich definitief heeft gevestigd in een ander land waardoor inning onevenredig hoge kosten met zich mee zal brengen.
Voordat tot kwijtschelding kan worden overgegaan moet de afweging worden gemaakt of de belanghebbende zijn schuld op enig moment zal kunnen afbetalen. Hiervan kan sprake zijn als op andere schulden wordt afgelost of in de toekomst aanspraken ontstaan op inkomen of uitkering, waarmee het vooruitzicht bestaat dat aan de betalingsverplichting kan worden voldaan.
Tevens moet deze afweging worden gemaakt wanneer in de toekomst verwacht wordt dat er vermogen te gelde kan worden gemaakt.
Indien er sprake is van een verwijtbare vordering kan de gemeente van de periode van 5 jaar afwijken en deze verlengen naar 10 jaar.
(Deze toelichting is tevens van toepassing bij artikel 11 van deze beleidsregels).
ARTIKEL 11
- AMBTSHALVE KWIJTSCHELDING BEDRIJFSKAPITAAL
Toelichting zie de toelichting op artikel 10.
ARTIKEL 12
KWIJTSCHELDING (LEEN)BIJSTAND EN/OF BEDRIJFSKAPITAAL IN VERBAND MET EEN SCHULDREGELING
In aanvulling op artikel 42 Bbz 2004 kan het college op verzoek van belanghebbende besluiten gedeeltelijk van terugvordering of gedeeltelijk van verdere invordering van bijstand af te zien, indien:
ARTIKEL 13
- AFZIEN VAN TERUGVORDERING OF VERDERE INVORDERING IN VERBAND MET DRINGENDE REDENEN
Het college ziet af van gehele of gedeeltelijke terugvordering of verdere invordering (verleent kwijtschelding), als hiervoor een dringende reden aanwezig is als bedoeld in artikel 58 lid 8 PW.
Toelichting:
Artikel 13 van deze beleidsregels verwijst naar een dringende reden als bedoeld in artikel 58 lid 8 PW. Uit jurisprudentie kan worden opgemaakt dat sprake is van dringende redenen als terugvordering te ernstige gevolgen voor de betrokkene of de gezinssituatie heeft. Het moet dan gaan om iets bijzonders of uitzonderlijks van immateriële aard en wel zodanig dat terugvordering voor de betrokkene(n) tot onaanvaardbare sociale en/of financiële consequenties leidt. Nadrukkelijk geldt dat steeds van geval tot geval aan de hand van alle omstandigheden de situatie van de belanghebbend(n) moet worden beoordeeld.
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente Coevorden:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn