Gemeenschappelijke regeling DeSom (Gemeente Medemblik)
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Medemblik op 7 januari 2014
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Gemeenschappelijke regeling DeSom (Gemeente Medemblik) |
| Instantie: | Gemeente Medemblik |
| Regio: | Regio West-Friesland |
| Uitgegeven: | 7 januari 2014 |
| Code: | gmb-2014-429 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van gemeente Medemblik.
Gemeenschappelijke regeling DeSom
Gemeenschappelijke regeling DESOMHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drechterland;
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enkhuizen;
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stede Broec;
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer; en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Medemblik,
gelezen het besluit van de raad van de gemeente Drechterland van
gelezen het advies van de Bijzondere Ondernemingsraad van 8 oktober 2013;
overwegende dat:
besluiten vast te stellen de volgende gemeenschappelijke regeling:
Gemeenschappelijke Regeling Shared Service Center DeSom
Artikel 1
Begripsbepalingen
In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Holland;
derde: een andere partij dan de gemeenten;
DeSom-organisatie: het SSC opgericht bij deze regeling;
Dienstverleningsovereenkomst; de overeenkomst die een deelnemende gemeente met het openbaar lichaam is aangegaan waarin de af te nemen diensten zijn omschreven.
directie: de directie van het SSC als bedoeld in artikel 30;
gemeente: een van de deelnemende gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Stede Broec, Opmeer of Medemblik waaronder zowel de rechtspersoon als de daartoe behorende bestuursorganen kunnen zijn begrepen;
gemeenten: de deelnemende gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Stede Broec, Opmeer of Medemblik waaronder zowel de rechtspersonen en/of de daartoe behorende bestuursorganen kunnen zijn begrepen;
ICT: informatie en communicatietechnologie;
programmataken: taken die in de programmabegrotingen van de gemeenten zijn opgenomen;
raden: de gemeenteraden van de gemeenten;
SSC: het Shared Service Center DeSom;
verdeelsleutel: de maatstaf die aanduidt op welke wijze het SSC gefinancierd wordt;
voorzitter: degene die de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur leidt;
wet: Wet gemeenschappelijke regelingen.
Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van andere wet- en regelgeving van overeenkomstige toepassing worden verklaard, treden het openbaar lichaam, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter in de plaats van respectievelijk de gemeente, de raad, het college of de burgemeester.
Artikel 2
Openbaar lichaam1.
Er is een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 eerste lid van de wet, genaamd Shared Service Center DeSom (hierna verder te noemen SSC).
2.Het openbaar lichaam is formeel gevestigd te Wognum.
HOOFDSTUK 2BELANG, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Artikel 3
Belang
Het belang van deze regeling is het bewerkstelligen van een kwalitatief hoogwaardige en een doelmatige uitvoering door het SSC van de door de gemeenten opgedragen uitvoerende taken en de ondersteuning in brede zin op het terrein van de ICT en het creëren van de voorwaarden voor een efficiënte bedrijfsvoering en een efficiënte en klantgerichte dienstverlening.
Artikel 4
Taken
door het dagelijks bestuur in een bij de begroting behorend jaarwerkplan nader
uitgewerkt en vastgesteld.
1.Naast het uitvoeren van de basistaken kan het SSC ook aanvullende dienstverlening
voor één of meer van de deelnemende gemeenten verzorgen. Voor deze aanvullende dienstverlening wordt apart betaald. Ook deze aanvullende dienstverlening wordt jaarlijks, voor zover voorzienbaar, door het dagelijks bestuur in een bij de begroting behorend jaarwerkplan vastgelegd. Tevens zal daarbij door het dagelijks bestuur de kostprijs voor de aanvullende dienstverlening worden vastgesteld in een bedrag per uur. Het SSC sluit hiertoe een dienstverleningsovereenkomst met de betreffende gemeente of gemeenten waarin tevens de gevolgen worden geregeld voor de beëindiging van de dienstverlening.
1.Naast de in de het eerste, tweede en derde lid genoemde taakuitoefening voor de
deelnemende gemeenten kan het SSC basistaken of aanvullende dienstverlening
verrichten voor andere organisaties die zijn ingesteld ter uitvoering van aan de
deelnemende gemeenten opgedragen wettelijke taken. Voor deze dienstverlening wordt
apart betaald en deze wordt in het jaarwerkplan vastgelegd, met dien verstande dat deze
dienstverlening nimmer meer dan tien procent van de begroting van het SSC mag
uitmaken. Uitvoering voor derden is slechts toegestaan na instemming van het algemeen bestuur.
1.Het SSC verricht de taken zo effectief en efficiënt mogelijk.
Artikel 5
Uitsluitend recht en ondersteunende diensten1.
De deelnemende gemeenten verlenen aan het SSC een uitsluitend recht als bedoeld in artikel 2.24 van de Aanbestedingswet voor de inkoop van goederen, diensten en werken ten behoeve van de in artikel 4 genoemde taken.
2.Voor de ondersteunende diensten, onder andere op het gebied van personeel en organisatie, financiële zaken, accommodatiebeheer en archiefbeheer, wordt gedurende ten minste vijf jaar vanaf de datum van het treffen van de Regeling, gebruik gemaakt van faciliteiten die door de deelnemende gemeenten ter beschikking worden gesteld. Hiervoor zal een aparte dienstverleningsovereenkomst worden opgesteld tussen SSC DeSom en de individuele deelnemende gemeente. Elke gemeente brengt de kosten daarvan in rekening bij het SSC.
Artikel 6
Overige taken1.
Naast de in artikel 4 genoemde taken verricht het SSC taken ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering.
2.Met betrekking tot de reikwijdte, uitvoering en nadere invulling van de in artikel 4 genoemde taken, kunnen door of namens het dagelijks bestuur schriftelijk werkafspraken met de colleges worden gemaakt.
3.Indien ten gevolge van wijziging van wettelijke regelingen, uitvoerende werkzaamheden als bedoeld in artikel 4 gaan strekken ter uitvoering van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het van kracht worden van deze gemeenschappelijke regeling strekten, dan wel indien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven zij, voor zover hun strekking en omvang door die wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de taken die artikel 4 aan het SSC opdraagt.
4.Het algemeen bestuur beslist bij unanimiteit over de vraag of, onder welke condities en in welke omvang het SSC genoemde taken voor derden gaat uitvoeren op basis van een privaatrechtelijke overeenkomst.
Artikel 7
Mandaat, machtiging en delegatie van overgedragen bevoegdheden1.
De colleges alsmede de burgemeesters van de gemeenten kunnen bevoegdheden mandateren respectievelijk machtigen aan het algemeen bestuur.
2.Mandaat wordt niet eerder verleend dan nadat het algemeen bestuur daarmee uitdrukkelijk heeft ingestemd.
3.Ondermandaat is toegestaan tenzij dat uitdrukkelijk is voorbehouden.
4.Er wordt een register bijgehouden van de overeenkomstig het eerste en derde lid gemandateerde bevoegdheden.
5.Voor zover van delegatie sprake is, is dat in deze regeling vervat.
HOOFDSTUK 3INRICHTING EN SAMENSTELLING VAN HET BESTUUR§ 1
Algemeen
Artikel 8
Het bestuur
Het bestuur van het SSC bestaat uit het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
§ 2Algemeen bestuur
Artikel 9
Samenstelling
per gemeente één lid uit hun midden aan. Voor ieder lid wordt tevens een
plaatsvervangend lid aangewezen door en uit het college van burgemeester en
wethouders.
Artikel 10
Incompatibiliteiten
Onverminderd het bepaalde in artikel 20 van de wet is het lidmaatschap van het algemeen bestuur onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van een van de gemeenten aangesteld of daaraan ondergeschikt.
Artikel 11
Vergaderingen1.
Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast.
2.Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo vaak als het daartoe beslist. Ook vergadert het algemeen bestuur als de voorzitter of tenminste twee leden onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen dit verzoeken.
Artikel 12
Openbaarheid1.
De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.
2.De deuren worden gesloten wanneer een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.
3.Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
Artikel 13
Geheimhouding1.
Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het algemeen bestuur haar opheft.
2.Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het dagelijks bestuur, de voorzitter van het openbaar lichaam en door een bestuurscommissie, ieder ten aanzien van stukken die zij aan het algemeen bestuur of aan de leden van het algemeen bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.
3.De krachtens het tweede lid aan het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging niet door het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering, die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden, tezamen vertegenwoordigend meer dan de helft van het aantal stemmen, is bezocht, wordt bekrachtigd.
4.De krachtens het tweede lid aan leden van het algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding wordt door hen in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het onderwerp waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan het algemeen bestuur is voorgelegd, de geheimhouding opheft. Het algemeen bestuur kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden, tezamen vertegenwoordigd meer dan de helft van het aantal stemmen is bezocht.
Artikel 14
Stemmen1.
Een lid van het algemeen bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en aan stemming over de gevallen genoemd in artikel 28 van de Gemeentewet.
2.Een stemming is alleen geldig, indien de leden van de colleges ter zitting zijn vertegenwoordigd en zij ieder afzonderlijk zich niet van deelneming aan de stemming hebben onthouden.
3.Het tweede lid is niet van toepassing als opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat lid niet geldig was.
Artikel 15
Besluitvorming
onverminderd het bepaalde in artikel 136 van de wet.
Artikel 16
Ambtelijke bijstand
Het algemeen bestuur regelt op welke wijze ambtelijke bijstand wordt verleend aan de leden van het algemeen bestuur.
§ 3Dagelijks bestuur
Artikel 17
Samenstelling1.
Het algemeen bestuur kiest uit zijn midden het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur wordt benoemd in de eerste vergadering van elke zittingsperiode van het algemeen bestuur.
2.Het dagelijks bestuur bestaat uit vijf leden, te weten een lid van het college van iedere gemeente, de voorzitter inbegrepen.
3.Voor elk lid van het dagelijks bestuur wijst het algemeen bestuur een plaatsvervangend lid uit de afzonderlijke gemeenten aan.
4.De leden van het dagelijks bestuur treden af als lid van dat bestuur met ingang van de dag waarop de zittingsperiode van het algemeen bestuur afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop het algemeen bestuur een nieuw dagelijks bestuur heeft aangewezen.
5.Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen.
6.Degene die tussentijds ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het dagelijks bestuur te zijn.
7.Als tussentijds een vacature ontstaat in het dagelijks bestuur wijst het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
8.Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet langer het vertrouwen van het algemeen bestuur geniet. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit is artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 18
Werkwijze
1.Het dagelijks bestuur neemt zijn besluiten bij volstrekte meerderheid van stemmen in een
besloten vergadering waarbij ieder lid van het dagelijks bestuur een stem heeft. Indien de
stemmen staken, beslist de voorzitter. Onverminderd het voorgaande streeft het dagelijks bestuur bij besluitvorming naar consensus.
1.Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een van de leden dit nodig
vindt.
1.De artikelen 56 tot en met 59 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing,
onverminderd het bepaalde in artikel 136 van de wet.
1.Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere
werkzaamheden vast.
§ 4Voorzitter
Artikel 19
Benoeming en ontslag1.
Het algemeen bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter en benoemt deze als zodanig.
2.De voorzitter vervult zijn functie voor vier jaar. Deze periode loopt parallel met de raadsperiode en eindigt met benoeming van een andere voorzitter door het algemeen bestuur. De voorzitter wordt voor maximaal 4 jaar benoemd. Zijn benoeming eindigt in ieder geval na afloop van een raadsperiode als genoemd in artikel C4 van de Kieswet door de benoeming van een andere voorzitter.
3.De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter zijn tevens voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter van het dagelijks bestuur.
4.Het algemeen bestuur kan de voorzitter ontslaan.
§ 5Commissies
Artikel 20
Adviescommissies
behoeve van het dagelijks bestuur, bestaande uit de gemeentesecretarissen van de
deelnemende gemeenten. De gemeentesecretaris kan zich laten vervangen door een
directeur of hoofd verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering binnen zijn gemeente. Naast
het geven van advies aan het dagelijks bestuur zal deze commissie ook advies geven
aan de directeur en fungeren als een klankbord voor deze functionaris.
1.Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld.
Artikel 21
Bestuurscommissies1.
Het algemeen bestuur kan commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Het algemeen bestuur regelt de bevoegdheden en de samenstelling.
2.Artikel 2, tweede lid, alsmede de artikelen 139 tot en met 144 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 136 van de wet.
3.Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie dan na verkregen toestemming van de raden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
4.Het algemeen bestuur kan aan een commissie bevoegdheden van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur overdragen, met uitzondering van de bevoegdheid tot het vaststellen van de begroting of van de jaarrekening.
5.Bevoegdheden van het dagelijks bestuur worden slechts op voorstel van het dagelijks bestuur overgedragen.
6.Ten aanzien van een commissie als bedoeld in het eerste lid regelt het algemeen bestuur tevens voor zover zulks in verband met aard en omvang van de overgedragen bevoegdheden nodig is:
a.de werkwijze van de commissie;
b.de openbaarheid van de vergaderingen;
c.de voorbereiding, de uitvoering en de openbaarmaking van besluiten van de commissie;
d.het toezicht van het algemeen, respectievelijk het dagelijks bestuur op de uitoefening van bevoegdheden van die commissie;
e.de verhouding van de overgedragen bevoegdheden tot die van het algemeen en het dagelijks bestuur;
f.de verantwoording aan het algemeen bestuur.
1.Ten aanzien van de vergadering van een commissie waaraan bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn overgedragen is artikel 13 van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van door het algemeen bestuur vastgestelde nadere regels.
2.Indien de commissie zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot het algemeen bestuur heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat het algemeen bestuur haar opheft.
HOOFDSTUK 4BEVOEGDHEDEN VAN HET BESTUUR§ 1
Bevoegdheden algemeen bestuur
Artikel 22
Bevoegdheden algemeen bestuur1.
Alle bevoegdheden berusten bij het algemeen bestuur voor zover deze niet bij of krachtens de wet of deze regeling aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of de directie zijn toegekend.
2.Onverminderd het bepaalde in artikel 33 van de wet is het algemeen bestuur in ieder geval bevoegd tot:
a.het vaststellen van de begroting en jaarrekening;
b.het vaststellen van een verordening omtrent de ambtelijke organisatie van het SSC;
c.het voeren van rechtsgedingen;
d.het nemen van conservatoire maatregelen:
e.het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen.
1.Onder goedkeuring van gedeputeerde staten besluit het algemeen bestuur tot het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen als dat bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang en niet voordat de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijzen naar voren te brengen.
Artikel 23
Overdracht van bevoegdheden1.
Het algemeen bestuur kan zijn bevoegdheden aan het dagelijks bestuur overdragen, met uitzondering van:
a.de vaststelling of wijziging van de begroting;
b.de vaststelling van de jaarrekening;
c.de aanwijzing van een of meer accountants, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet;
d.de vaststelling van de financiële verordening, de bijdrageverordening en de organisatieverordening;
e.besluiten waarbij in afwijking van artikel 15 overeenkomstig deze regeling een zwaardere meerderheid is vereist.
1.Een bevoegdheid kan niet worden overgedragen als de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet.
Artikel 24
Verantwoordings- en informatieplicht1.
Het algemeen bestuur verschaft de raden en colleges binnen een redelijke termijn alle inlichtingen die door deze organen of een of meer van hun leden worden gevraagd.
2.Een lid van het algemeen bestuur verschaft aan het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dit college of één of meer leden daarvan worden verlangd.
3.Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.
4.De colleges bepalen op welke wijze de door hen aangewezen leden aan hun plichten in de vorige leden moeten voldoen.
5.Het tweede tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raden.
§ 2Bevoegdheden dagelijks bestuur
Artikel 25
Bevoegdheden dagelijks bestuur1.
Het dagelijks bestuur van het SSC behelst onder meer de voorbereiding van alles waarover het algemeen bestuur beraadslaagt alsmede de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur. Deze bevoegdheden berusten bij het dagelijks bestuur voor zover de voorzitter hiermee niet bij of krachtens de wet of deze regeling is belast.
2.Het dagelijks bestuur neemt alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit van het SSC.
3.Het dagelijks bestuur is bevoegd te besluiten rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten tenzij het algemeen bestuur, voor zover het haar aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist.
4.Het dagelijks bestuur is bevoegd, indien als gevolg van een wettelijk voorschrift aan het SSC of het bestuur van het SSC hetzij een recht van beroep hetzij een recht bezwaar te maken toekomt, spoedhalve beroep in te stellen of bezwaar in te brengen alsmede, voor zover de voorschriften dat toelaten, schorsing van de aangevochten beslissing of een voorlopige voorziening ter zake te verzoeken.
Artikel 26
Verantwoordings- en informatieplicht1.
De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.
2.Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.
3.Het dagelijks bestuur verschaft de gemeenteraden en colleges alle inlichtingen die door deze organen of een of meer van hun leden worden gevraagd.
§ 3Bevoegdheden voorzitter
Artikel 27
Bevoegdheden voorzitter1.
De voorzitter bevordert een goede behartiging van de zaken van het SSC.
2.De voorzitter vertegenwoordigt het SSC in en buiten rechte.
3.De voorzitter ondertekent de stukken die van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur uitgaan.
Artikel 28
Verantwoordings- en informatieplicht1.
De voorzitter is aan het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hem gevoerde bestuur.
2.Hij geeft het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.
3.De voorzitter verschaft de gemeenteraden en colleges alle inlichtingen die door deze organen of een of meer van hun leden worden gevraagd.
HOOFDSTUK 5AMBTELIJKE ORGANISATIE
Artikel 29
Directie1.
De directie van het SSC bestaat uit één of meer leden.
2.De directie wordt door het algemeen bestuur benoemd. Het algemeen bestuur schorst en ontslaat de directie. Na het ontslag wordt zo spoedig mogelijk voorzien in de opvulling van de vacature.
3.Het dagelijks bestuur kan in spoedeisende gevallen tot schorsing van de directie overgaan. Het doet daarvan terstond mededeling aan het algemeen bestuur. De schorsing vervalt, wanneer het algemeen bestuur haar niet in zijn eerstvolgende vergadering bekrachtigt.
4.De directie staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter alsmede door hen ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde.
5.Het algemeen bestuur stelt in een instructie nadere regels vast betreffende de taak en de bevoegdheid van de directie.
6.De directie is bij de vergadering van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig.
7.De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden door de directie meeondertekend.
8.Het algemeen bestuur regelt de vervanging van de directie.
Artikel 30
Overig personeel1.
Binnen het raam van de door het algemeen bestuur vastgestelde formatie is het dagelijks bestuur belast met het aanstellen, schorsen en ontslaan van ambtenaren, de directie uitgezonderd.
2.Behoudens het in het eerste lid genoemde gevallen regelt het dagelijks bestuur de rechtspositie van de ambtenaar, de directie uitgezonderd, en neemt daartoe de benodigde besluiten.
3.Het dagelijks bestuur kan de in het eerste en tweede lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de directie.
4.De collectieve arbeidsvoorwaarden regelingen van de sector gemeenten regelt de rechtspositie van de ambtenaar.
5.Waar in de in het vierde lid bedoelde regelingen gesproken wordt van "gemeenteraad", "college" dan wel "hoofd van dienst" wordt voor de toepassing in het kader van deze regeling respectievelijk gelezen: het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de directie.
HOOFDSTUK 6FINANCIËN EN BEHEER VAN HET SSC
Artikel 31
Voorbereiding begroting1.
Het dagelijks bestuur stelt een ontwerpbegroting vast.
2.Uiterlijk 15 april, voordat de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, zendt het dagelijks bestuur deze toe aan de raden.
3.De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving.
4.De raden beraadslagen over de ontwerpbegroting niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving.
5.De raden kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
Artikel 32
Vaststelling begroting1.
Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. In afwijking van artikel 15, tweede lid, wordt de begroting unaniem vastgesteld.
2.Na vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden.
3.Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.
4.Een wijziging van de begroting, voor zover deze wijziging van invloed is op de hoogte van de bijdrage van de gemeenten, is slechts mogelijk bij unanimiteit van stemmen.
Artikel 33
Bijdrage en vergoeding1.
In de begroting wordt vastgelegd welke bijdrage elke gemeente is verschuldigd aan het SSC.
2.Het algemeen bestuur stelt een verordening vast over de verschuldigde bijdrage voor de instandhouding van het SSC.
3.Het dagelijks bestuur kan, binnen het kader van de in het vorige lid bedoelde verordening, werkafspraken maken met de afzonderlijke colleges over de vergoeding voor de instandhouding en de vergoeding voor de door het SSC verrichte diensten voor het betreffende college. Deze afspraken worden opgenomen in de begroting.
Artikel 34
Vaststelling jaarrekening1.
Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
2.Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening aan gedeputeerde staten binnen twee weken na vaststelling hiervan, maar in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
3.Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling aan de raden.
Artikel 35
Resultaatbestemming1.
Als de jaarrekening sluit met een batig saldo, besluit het algemeen bestuur dit saldo geheel of ten dele:
a.te bestemmen voor de algemene reserve of een bestemmingsreserve voor zover deze reserve niet meer bedraagt dan 2,5% van de totale begroting;
b.uit te keren aan de gemeenten naar rato van ieders bijdrage, zoals deze op basis van artikel 33, eerste lid, van deze regeling is vastgesteld voor het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
1.Als de rekening sluit met een nadelig saldo besluit het algemeen bestuur dit saldo geheel of ten dele af te boeken van de algemene reserves, voor zover aanwezig. Als het algemeen bestuur dit noodzakelijk oordeelt, wordt een plan opgesteld dat is gericht op het afbouwen en/of dekken van het nadelig exploitatiesaldo, waarbij tevens wordt bepaald of en zo ja, tot welk bedrag de gemeenten bijdragen in het nadelig exploitatiesaldo. Dit plan wordt eerst vastgesteld door het algemeen bestuur nadat de vertegenwoordigende organen van de gemeenten gedurende een termijn van tenminste twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld hierover hun mening te geven.
Artikel 36
Financiële administratie1.
Het algemeen bestuur stelt een verordening vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en het financieel beheer van het SSC.
2.Artikel 212 en 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 37
Betaling1.
De gemeenten betalen uiterlijk 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober een voorschot in de kosten van het lopende boekjaar ten bedrage van 25 procent van de bijdrage.
2.In uitzonderlijke gevallen kan het algemeen bestuur bij unanimiteit bepalen dat een afwijkend voorschot wordt betaald.
3.De definitieve afrekening vindt plaats binnen twee maanden na vaststelling van de jaarrekening.
Artikel 38
Garantstelling
De gemeenten dragen er zorg voor dat de SSC-organisatie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar financiële verplichtingen te voldoen.
HOOFDSTUK 7WIJZIGING, TOETREDING, UITTREDING EN OPHEFFING
Artikel 39
Wijziging van de regeling1.
De colleges, het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kunnen voorstellen doen voor wijziging van de regeling.
2.De regeling wordt gewijzigd bij unaniem besluit van de colleges van burgemeester en wethouders.
3.De colleges besluiten niet tot wijziging dan nadat zij ingevolge artikel 1, tweede lid, van de wet toestemming hebben gekregen van hun raden.
Artikel 40
Toetreding1.
Tot de regeling kunnen uitsluitend colleges van andere gemeenten en bestuursorganen van andere openbare lichamen toetreden.
2.Toetreding is slechts mogelijk na toestemming van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.
3.Aan toetreding kan het algemeen bestuur voorwaarden verbinden.
Artikel 41
Uittreding en opheffing
resterende deelnemende gemeenten, en
d.de wachtgelden van eventueel overtollig personeel of de overname door de
uittredende gemeente van dat personeel.
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 42
Archief1.
Het bestuur van het SSC is verplicht de onder haar berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden.
2.Overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen verordening draagt het dagelijks bestuur zorg voor de archiefbescheiden van het bestuur van het SSC.
3.De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het tweede lid bedoelde zorg, komen ten laste van het SSC.
4.Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995, over te brengen archiefbescheiden van het bestuur van het SSC wijst het dagelijks bestuur de archiefbewaarplaats van één van de gemeenten aan.
5.Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van het bestuur van het SSC voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, is, onder de bevelen van het dagelijks bestuur, met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 de archivaris belast. Met betrekking tot dit toezicht bevat de verordening bedoeld in het tweede lid de nodige bepalingen.
6.De archivaris wordt door het dagelijks bestuur benoemd, geschorst en ontslagen.
Artikel 43
Klachtenregeling1.
Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, een interne klachtenregeling vast.
2.De Nationale ombudsman is, onverminderd het bepaalde in artikel 1a, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman, bevoegd tot behandeling van klaagschriften als bedoeld in titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 44
Geschillen1.
Als er tussen het SSC en een gemeente of tussen gemeenten onderling over het SSC een geschil ontstaat over de uitvoering van deze regeling treden het dagelijks bestuur en het college van de betreffende gemeente terstond met elkaar in overleg om het geschil verder te verkennen en op te lossen.
2.Als onderling het geschil niet opgelost kan worden wijst iedere gemeente een deskundige aan. Deze deskundigen brengen gezamenlijk een advies uit.
3.Als geschillen tussen de gemeenten onderling of tussen de gemeenten en het SSC desondanks niet worden opgelost, is artikel 28 van de wet van toepassing.
Artikel 45
Bestaande samenwerkingen en deelnemingen1.
De op het moment van inwerkingtreding van deze regeling bestaande privaatrechtelijke of publiekrechtelijke samenwerkingsverbanden van de gemeenten afzonderlijk of gezamenlijk met derden blijven bestaan. Dit tot het moment waarop ieder van de colleges van de gemeenten, na een gezamenlijke inventarisatie daarvan met het dagelijks bestuur, besloten heeft welke van de per gemeente geïnventariseerde samenwerkingsverbanden door de betreffende gemeente gehandhaafd of opgezegd moet worden. In geval van opzegging kan een college besluiten de betreffende taken te laten uitoefenen door het SSC.
2.De in het vorige lid vermelde inventarisatie is uiterlijk binnen twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van deze regeling voltooid.
HOOFDSTUK 9SLOTBEPALINGEN
Artikel 46
Hardheidsclausule
In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het algemeen bestuur gehoord de colleges van de gemeenten.
Artikel 47
Toezending regeling
Het college van Enkhuizen zendt de regeling aan gedeputeerde staten.
Artikel 48
Inwerkingtreding1.
Deze regeling treedt na bekendmaking in werking op 1 januari 2014.
2.Indien bekendmaking plaatsvindt na 1 januari 2014 werkt de regeling terug tot 1 januari 2014 vanaf het moment van bekendmaking.
Artikel 49
Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling SSC DeSom.
Aldus vastgesteld door;
COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE DRECHTERLAND
d.d.
Burgemeester Secretaris
Aldus vastgesteld door;
COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ENKHUIZEN
d.d.
Burgemeester Secretaris
Aldus vastgesteld door;
COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE STEDE BROEC
d.d.
Burgemeester Secretaris
Aldus vastgesteld door;
COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE OPMEER
d.d.
Burgemeester Secretaris
Aldus vastgesteld door;
COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE MEDEMBLIK
d.d. 24 december 2013.
Burgemeester Secretaris
F.R. Streng W. Slob
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente Medemblik:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn