VERORDENING RIOOLHEFFING 2014 (Odijk)
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Bunnik op 2 januari 2014, betreffende een object gelegen in Odijk.
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | VERORDENING RIOOLHEFFING 2014 (Odijk) |
| Instantie: | Gemeente Bunnik |
| Regio: | Regio Utrecht Stad |
| Uitgegeven: | 2 januari 2014 |
| Code: | gmb-2014-225 |
Adresgegevens:
| Adres: | Singelpark |
| Postcode: | 3984 NC |
| Plaats: | Odijk |
| Gemeente: | Gemeente Bunnik |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van gemeente Bunnik.
VERORDENING RIOOLHEFFING 2014
Deze verordening verstaat onder:Artikel 2
Aard van de belasting
Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht1.
De belasting wordt geheven:
Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
2.Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt:
Artikel 4
Zelfstandige gedeelten
Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.
Artikel 5
Maatstaf van heffing1.
De heffing als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar een vast bedrag per heffingseenheid.
2.Het aantal heffingseenheden per belastingjaar bedraagt:
Voor het vaststellen van het aantal verschuldigde heffingseenheden als bedoeld in lid 2, wordt uitgegaan van het aantal werknemers op de eerste dag van het belastingjaar.
Artikel 6
Belastingtarief
De heffing als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt per heffingseenheid € 175,80.
Artikel 7
Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8
Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang1.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2.Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3.Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 10
Termijnen van betaling1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
2.In afwijking van het eerste lid geldt dat de aanslag kan worden betaald in acht incassotermijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elke van de volgende termijnen telkens een maand later.
3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 11
Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.
Artikel 12
Overgangsrecht
De ‘Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing 2013' vastgesteld bij raadsbesluit van 13 december 2012, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13
Inwerkingtreding1.
De verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2014.
Artikel 14
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening rioolheffing 2014.’
___
Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op 19 december 2013.
De griffier,
……………………,
De burgemeester,
…………….
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen en vergunningsaanvragen in Odijk:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn