Programma Stedelijk Water 2024-2028 (Gemeente Barendrecht)
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Barendrecht op 4 april 2024
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Programma Stedelijk Water 2024-2028 (Gemeente Barendrecht) |
| Instantie: | Gemeente Barendrecht |
| Regio: | Regio Rijnmond Oost |
| Uitgegeven: | 4 april 2024 |
| Code: | gmb-2024-147313 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van de gemeente Barendrecht
Programma Stedelijk Water 2024-2028
De raad van de gemeente Barendrecht;gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders op 19 december 2023;
gezien het advies van Commissie Ruimte op 6 februari 2024;
gelet op Wet milieubeheer, Wet gemeentelijke watertaken, Omgevingswet, Gemeentewet en Waterwet;
BESLUIT:
Voor u ligt het Programma Stedelijk Water (PSW) van de gemeente Barendrecht voor de periode 2024-2028. Het PSW is opgesteld in samenwerking met het Waterschap Hollandse Delta.
Riolering wordt door de meeste mensen als vanzelfsprekend ervaren. Toch is de aanleg van riolering in de 20e eeuw een van de belangrijkste ontwikkelingen geweest bij de verbetering van de volksgezondheid. Het aantal sterftes door ziektes als cholera en tyfus is door de aanleg van riolering drastisch verminderd. Het is daarom dat de riolering een aparte positie inneemt binnen het gemeentelijk takenveld en de gemeente een aparte heffing voor de riolering kan innen.
EVALUATIEHet PSW start met een evaluatie van de activiteiten in de afgelopen planperiode. De afgelopen 6 jaar is 11.000 meter riolering vervangen en gerelined. In het GRP was opgenomen dat jaarlijks 2.800 meter riolering vervangen moest worden. We hebben het doel van 16,8 km vervangen of relinen niet gehaald, omdat we onder andere hebben geïnvesteerd in waterbergende fundering op het Binnenhof en op het parkeerterrein bij het station.
De afgelopen planperiode is het inzicht in het functioneren van het stelsel bij neerslag verder vergroot door het uitvoeren van de klimaatstresstest. In 2022 is de strategie klimaatadaptatie door de gemeenteraad vastgesteld.
Door het riool eens in de 7 jaar preventief te reinigen en eens in de 14 jaar te inspecteren, is het aantal verstoppingen afgenomen en is een beter inzicht verkregen in de kwaliteit van het riool.
BELEIDBelangrijkste aandachtspunt voor de komende periode is klimaatadaptatie. Bij ontwerp van een nieuw rioolstelsel wordt getoetst met zwaardere buien en moet een ruime berging aanwezig zijn in de openbare ruimte, zodat overlast in woningen en winkels wordt voorkomen. Bij reconstructies is het streven minimaal 20 mm berging te realiseren. Bij nieuwbouwontwikkelingen wordt het convenant klimaatadaptief bouwen gevolgd (ondertekend december 2020) en moet tenminste 50 mm neerslag tijdelijk vastgehouden kunnen worden.
AREAALDe gemeente beheert totaal 337 kilometer vrijverval riolering. Door nieuwbouw is de lengte vrijverval riolering ten opzichte van het GRP 2018-2022 met 15 kilometer toegenomen. Het stelsel van de gemeente heeft een gespreide leeftijdsopbouw, met een piek in de jaren 1990 tot 2010. Kenmerkend voor Barendrecht is dat vrijwel overal in de gemeente het hemelwater en vuilwater gescheiden wordt ingezameld.
Naast de vrijverval riolering is er in de gemeente 61 kilometer mechanische riolering aanwezig. De gemeente beheert daarnaast nog 71 gemalen en 201 drukrioleringsgemalen.
Bij de parkeerplaatsen aan de Binnenhof is waterberging onder de weg aanwezig. Hierbij heeft de wegfundering een grove structuur met minimaal 30% holle ruimte. In deze waterbergingen kan neerslag tijdelijk geborgen worden, waarna het afgevoerd wordt naar het oppervlaktewater. Bij de Devel zijn wadi’s aanwezig. Een wadi is een groene greppel in het stedelijk gebied. Een wadi bergt regenwater en zuivert het, waarna het water infiltreert in de ondergrond.
In de gemeente ligt in totaal 733.000 m2 watergang. Langs deze watergangen ligt ruim 90 kilometer oeverbeschoeiing, 4 kilometer natuurvriendelijke oever en 30 kilometer natuurlijke oever.
STRATEGIEDe komende jaren ligt de focus op het vervangen van bestaande riolering. Complicerende factor hierbij is dat het vuilwaterriool vaak van veel slechtere kwaliteit is dan het naastgelegen hemelwaterriool. Daarnaast is er sprake van een grote vervangingspiek in 2055-2074 door de aanleg van Carnisselande eind vorige eeuw. De huidige strategie, waarbij in 50% van de projecten het vuilwaterriool wordt gerelined, zal deze vervangingspiek in 2055-2074 vergroten. Voor de vervangingsprojecten zijn daarom twee varianten uitgewerkt. In de eerste variant wordt riolering alleen nog vervangen in integrale projecten met weg- en groenbeheer. Er wordt gekozen voor een inrichting die klimaatbestendig is, maar ook zorgt voor veilige en fijne verblijfsplekken en robuuste groenstructuren. In de tweede variant wordt de huidige strategie doorgezet waarbij 50% van het riool wordt gerelined en 50% van het riool wordt vervangen. De rioolkosten voor de eerste variant zijn hoger, daarnaast moet ook vanuit wegbeheer budget beschikbaar zijn om jaarlijks 1,7 kilometer weg te reconstrueren.
Voor de periode 2024-2029 zijn de projecten Noord IV, Oude Dorp / Oude Haven, Paddewei en Talmaweg in voorbereiding. Bij variant 1 wordt in alle wijken de riolering volledig vervangen en worden de wijken toekomstbestendig ingericht. Bij variant 2 worden Talmaweg, Oude Dorp, Oude Haven en Noord IV volledig vervangen. In de Paddewei wordt het riool grotendeels (75%) gerelined, er blijft echter ruimte om 25% van het riool te vervangen en hydraulische verbeteringen aan te brengen.
Klimaatmaatregelen worden soms in combinatie met rioolvervanging uitgevoerd, soms als zelfstandig project. Voorbeeld van een zelfstandig project is de aanleg van waterbergende wegfundering in het centrum van Barendrecht. Omdat de aanleg van waterbergende wegfundering een uitbreiding is van het areaal (en geen vervanging) wordt op deze kosten ook afgeschreven. Voor het uitvoeren van klimaatmaatregelen wordt de komende 10 jaar jaarlijks een investeringsbedrag opgenomen van € 250.000. Met dit budget wordt onder andere waterberging aangelegd tussen het Achterom en de Mr. Lohmanstraat en ’t Vlak om het risico op wateroverlast in de toekomst te verminderen.
Het onderhoud aan de verschillende voorzieningen wordt de komende jaren doorgezet conform het GRP 2018-2022. Door sterk gestegen eenheidsprijzen zijn sommige budgetten verhoogd.
PERSONEELIn 2024 is het ‘taakveld riolering’ weer ondergebracht in de eigen ambtelijke organisatie van gemeente Barendrecht. Het PSW gaat uit van de huidige 6,1 fte die werkzaam is voor het stedelijk water in Barendrecht. Gedurende de looptijd van het PSW monitoren we of deze capaciteit bijstelling behoeft.
RIOOLHEFFINGDe afgelopen jaren is in de rioolheffing niet gecorrigeerd voor inflatie. Door de stijgende kosten voor onder andere onderhoud en energie is het tekort in de huidige begroting € 1,4 miljoen per jaar. De heffing moet daarom de komende jaren aanzienlijk stijgen.
Bij keuze voor variant 1 (100% vervangen) stijgt de heffing in 2024 met 3% (conform begroting 2024), in 2025 met 22%, in 2026 met 21%, in 2027 4% en in 2028 2%. Deze stijging is exclusief inflatiecorrectie voor de komende jaren.
In variant 2 stijgt de heffing in 2024 met 3% (conform begroting 2024), in 2025 tot en met 2027 met 12% en in 2028 2% (exclusief inflatie). Op de lange termijn komt de rioolheffing bij variant 1 10% tot 13% hoger uit dan bij variant 2.
Naast de hogere kosten voor riolering zijn er bij beide varianten kosten vanuit wegbeheer. De kosten vanuit wegbeheer bedragen bij variant 1 € 1.020.000, bij variant 2 is dit € 510.000.
Ondanks de hogere kosten wordt vanwege de kwaliteitsimpuls voor de buitenruimte voorgesteld te kiezen voor variant 1. Variant 1 heeft het voordeel dat de wijken volledig opnieuw worden ingericht zodat gekozen kan worden voor een inrichting die bij extreme neerslag, langdurige droogte en hittegolven bijdraagt aan het voorkomen van overlast en schade. Maar ook een inrichting die zorgt voor veilige en fijne verblijfsplekken en robuuste groenstructuren. De integrale vervanging geeft buurten gebouwd tussen de jaren ’60 en ’80 weer een inrichting en uitstraling die voldoet aan de wensen van nu.
De heffing (exclusief inflatie) bij voorkeursvariant 1 is voor de komende jaren als volgt:
De berekende rioolheffing in dit PSW is voorlopig. De heffing wordt ieder jaar bepaald op basis van actuele cijfers en gecorrigeerd voor inflatie.
De rioolheffing in Barendrecht is ondanks de stijging de komende jaren relatief laag. Landelijk was de gemiddelde heffing in 2023 voor een meerpersoonshuishouden € 224, voor een eenpersoonshuishouden was de gemiddelde heffing € 207. Barendrecht heeft op dit moment het laagste tarief voor een eenpersoonshuishouden van heel Nederland.
InleidingDit hoofdstuk gaat in op de ontstaansgeschiedenis van de riolering, de verwachte toekomstige ontwikkelingen, de wettelijke achtergrond van het Programma Stedelijk Water (PSW) en de wijze waarop dit tot stand is gekomen.
AANLEIDINGRiolering neemt een aparte positie in binnen het gemeentelijk takenveld. Gemeenten innen een aparte heffing voor riolering. De inkomsten van deze heffing mogen alleen ingezet worden voor de drie zorgplichten ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.
Met de invoering van de Omgevingswet (1 januari 2024) is de gemeente niet meer wettelijk verplicht tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP of in de nieuwe benaming PSW). Wel behoudt zij haar drie zorgplichten. Binnen het stelsel van de Omgevingswet worden in de Omgevingsvisie voor de gehele fysieke leefomgeving de ambities en beleidsdoelen op hoofdlijnen beschreven. De Omgevingsvisie wordt op dit moment opgesteld.
Waterbeheer is geen zaak van één partij, maar een samenspel van alle bestuurslagen in Nederland (bijlage 1). Hoe de gemeente invulling geeft aan de gemeentelijke watertaken wordt in dit PSW verder uitgewerkt. Met het invoeren van de Omgevingswet wordt de besluitvormingsprocedure anders. Voorheen werd het GRP vastgesteld door de gemeenteraad. In het nieuwe stelsel van de Omgevingswet wordt de Omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. Omgevingsprogramma’s kunnen worden vastgesteld door het college. Vanwege de financiële impact en de bepaling van de rioolheffing is er voor gekozen het PSW ook vast te laten stellen door de gemeenteraad.
HISTORIE RIOLERING NEDERLANDRiolering wordt door de meeste mensen als vanzelfsprekend ervaren. Toch is het rioolstelsel in de westerse wereld een relatief jonge uitvinding. De Romeinen kenden weliswaar riolering, maar daarna is het rioolstelsel tot eind 19e eeuw volledig uit beeld geweest. Afvalwater werd tot eind 19e eeuw geloosd waar dat uitkwam, in de sloot, op een mesthoop of gewoon op straat. In de 19e eeuw was er in de gehele westerse wereld sprake van een enorme bevolkingsgroei. Het lozen van afvalwater in sloten werd vanaf dat moment een serieus probleem. Niet alleen was de stank uit de sloten ondraaglijk, veel mensen overleden aan cholera of tyfus door besmetting van het drinkwater.
Ondanks het hoge sterftecijfer was het eind 19e eeuw nog zeker niet vanzelfsprekend dat de overheid een functie had bij de afvoer van het afvalwater. Veel mensen betwijfelden of de overheid zich mocht bemoeien met de gezondheid van burgers. Afvalwater had daarnaast een economische waarde. Het menselijk afval werd nog vaak verkocht als mest of ingezet in de industrie. Afstand doen van je afval was dan ook zeker niet vanzelfsprekend. Pas begin 20e eeuw werd een omslag in denken zichtbaar. Gemeenten begonnen rond deze tijd met het inzamelen en afvoeren van het afvalwater. In sommige gemeenten werd het afvalwater opgehaald in tonnen, in andere gemeenten werden rioolstelsels aangelegd die het afvalwater buiten de gemeentegrenzen bracht. De aanleg van rioolstelsels was echter tot ver in de 20e eeuw geen gemeengoed. In 1978 verdwenen bijvoorbeeld pas de laatste tonnen uit Goes.
Met de komst van het rioolstelsel was het afvalwater vaak wel uit de stad, maar buiten de stad veroorzaakte het afvalwater nog steeds grote milieuproblemen. Het werd geloosd op vloeivelden of grotere wateren, waarvan de capaciteit vaak onvoldoende bleek. Met de komst van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren in 1970 moest voor de lozing op een oppervlaktewater vergunning worden aangevraagd. Afvalwater wordt sinds die tijd ingezameld en getransporteerd naar een rioolwaterzuivering om gezuiverd te worden, waarna het weer terugkomt in het oppervlaktewater.
Met de klimaatverandering zijn we in een nieuwe fase beland. Regenbuien worden steeds intensiever en deze intensieve buien komen steeds vaker voor. De riolering alleen kan deze zeer intensieve buien niet verwerken en simpelweg vergroten van de rioolbuizen biedt geen uitkomst. De komende jaren staan daarom in het teken van het aanpassen van de openbare en particuliere ruimte, op een zodanige wijze dat overlast zoveel als mogelijk wordt voorkomen.
HISTORIE RIOLERING BARENDRECHTDe geschiedenis van de riolering in Barendrecht weerspiegelt de landelijke ontwikkelingen. Begin vorige eeuw was van een rioleringsstelsel nog geen sprake. Dat deze situatie steeds meer problemen opleverde, blijkt onder meer uit de diverse klachten gericht aan Burgemeester en Wethouders. In 1934 schreef de Gezondheidscommissie Barendrecht aan het gemeentebestuur:
Aan de Pieterseliedijk, hoek Hordijk staan een viertal huisjes, welke niet zijn voorzien van eenige afvoer van faecalien. De betreffende bewoners hebben blijkbaar zelf een w.c. gelegenheid getimmerd en deponeeren den inhoud daarvan in de nabij gelegen sloot of ook wel in den berm van den weg. Een en ander is uit hygienisch zoowel als uit aesthetisch oogpunt een onhoudbare toestand temeer waar de naaste omgeving sinds eenigen tijd bijna geheel bewoond wordt. Wij verzoeken u dan ook maatregelen te willen doen treffen, opdat aan deze ongewenschte toestand spoedig een eind komt.
Naar aanleiding van een uitbreidingsplan van de gemeente werd in 1931 door de Commissie voor Gewestelijke Uitbreidingsplannen gewezen op het ontbreken van riolering in dit plan. Aangedrongen werd om behalve voor dit plan tevens voor een groot gedeelte van de gemeente een rioleringsplan op te zetten. Door de ‘slechte toestand van de gemeente-financien’ werd dit rioleringsplan pas in 1935 afgerond. Het plan bestond uit de aanleg van een aantal verzamelleidingen in straten en sloten. De afvoer van het vuilwater bestond uit lozing op het polderwater met als enige voorziening een bezinkbak bij het lozingspunt. De uitvoering van dit plan kwam langzaam op gang. Dit blijkt uit een opgave van de gemeente uit 1938 gedaan aan het Centraal Bureau voor Statistiek, waarbij slechts 28 woningen werden aangegeven als ‘aangesloten op riolering’.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het rioleringsvraagstuk opnieuw opgepakt. In 1948 verscheen een nieuw rioleringsplan. Gekozen werd voor een gemengd rioleringsstelsel (afvalwater en hemelwater worden in één en dezelfde rioolbuis afgevoerd) met een afvoer naar een zuiveringsinrichting nabij de begraafplaats Scheldestraat.
In 1949 werd het rioleringsplan herzien. De zuivering werd verplaatst naar het Barendrechtse Veer en nieuwe doorrekeningen wezen uit dat een gescheiden stelsel (hemelwater en afvalwater worden in verschillende leidingen afgevoerd) toch goedkoper was. Vanaf dit plan is daarom gekozen voor een gescheiden stelsel in Barendrecht. De wijken Smitshoek en Carnissebuurt hadden een aparte positie in het rioleringsplan. Aansluiten op het ‘rioleringsnet’ van de gemeente werd te duur geacht. In deze wijken werd daarom een vuilwaterriool achter de woningen gelegd. Het rioolwater werd verzameld in een bezinkput en stortte over in een polderwatergang.
DELTABESLISSING RUIMTELIJKE ADAPTATIEBelangrijk aandachtspunt voor de komende periode is klimaatverandering en de wijze waarop beleid en uitvoering hierop worden aangepast. Extreme buien komen steeds vaker voor en kunnen zorgen voor grote economische schade, een gevoel van onveiligheid bij bewoners en imagoschade voor de verantwoordelijke partijen. Perioden van langdurige droogte en hitte nemen naar de toekomst ook verder toe. Naast economische schade heeft klimaatverandering en extreem weer ook impact op de ecologie en gezondheid van mensen.
De afgelopen jaren heeft de gemeente stresstesten uitgevoerd, risicodialogen gevoerd en de Klimaatvisie opgesteld. De Klimaatvisie is uitgewerkt in een Strategie Klimaatadaptatie met een uitvoeringsagenda.
BESTUURSAKKOORD WATERIn 2011 hebben vertegenwoordigers van het Rijk, drinkwaterbedrijven, provincies, gemeenten en waterschappen het Bestuursakkoord Water ondertekend. In dit Bestuursakkoord zijn afspraken gemaakt om de doelmatigheid in de waterketen te verhogen. De doelen van het akkoord zijn beperking van kostenstijging, vermindering van de kwetsbaarheid en vergroting van de kwaliteit. De afgelopen jaren is invulling gegeven aan deze doelen en dit wordt de komende periode voortgezet. Voorbeeld is het gezamenlijk meten in het riool, om inzicht te krijgen in het functioneren van het riool en daarna dit functioneren te verbeteren.
EvaluatieIn het GRP 2018-2022 waren de volgende doelen opgenomen:
Zorg voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater.
Zorg voor inzameling en verwerking van hemelwater (dat een particulier niet redelijkerwijs zelf kan verwerken).
Zorg voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand, voor de aan de grond gegeven bestemming, zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort.
Om de doelen te bereiken is in het GRP 2018-2022 een strategie opgesteld. In de onderstaande paragrafen worden de maatregelen uit de strategie geëvalueerd.
PLANNEN EN ONDERZOEKENIn het GRP 2018-2022 was een aantal onderzoeken opgenomen om de afgelopen periode uit te voeren. De belangrijkste onderzoeken worden onderstaand besproken.
Naast de kwetsbaarheden voor wateroverlast zijn in de stresstest ook de kwetsbaarheden voor droogte, hitte, overstroming en bodemdaling in beeld gebracht (www.bar.klimaatatlas.net).
Na uitvoering van de stresstest zijn met bewoners en andere belanghebbenden risicodialogen gevoerd. De uitkomsten van deze risicodialogen zijn input geweest voor de Strategie klimaatadaptatie.
Vervanging van riolering
De afgelopen jaren is op verschillende locaties de riolering vervangen of gerelined (figuur 1). Omdat in Barendrecht al sprake is van een systeem waarbij hemelwater en vuilwater apart worden ingezameld, is (extra) afkoppelen van verharding niet aan de orde. Wel wordt bij rioolvervanging standaard drainage aangelegd en bepaald hoe de buitenruimte klimaatadaptief kan worden ingericht. Bij de vervanging van riolering wordt met behulp van bewonersavonden en gerichte communicatie invulling gegeven aan participatie.
De afgelopen 6 jaar is 11.000 meter riolering vervangen of gerelined. In het GRP was opgenomen dat jaarlijks 2.800 meter riolering vervangen moest worden, zodat een achterstand ontstaan is van 5.800 meter. Het doel van 16,8 km relinen of vervangen is niet gehaald, omdat onder andere geïnvesteerd is in waterbergende fundering op het Binnenhof en op het parkeerterrein bij het station. Daarnaast was in de projecten veel afstemming noodzakelijk om de projecten integraal en duurzaam in te richten. De ervaring leert dat de doorlooptijd van een project, inclusief voorbereiding, circa 3 jaar is. Tot slot heeft ook de krapte op de arbeidsmarkt voor vertraging gezorgd. Door capaciteitsgebrek en personeelsverloop heeft de voorbereiding van projecten soms langer geduurd dan gehoopt. De vertraging leidt niet direct tot extra risico’s. Jaarlijks worden inspecties uitgevoerd, waarna grote schades worden gerepareerd. De volgende projecten zijn in de periode 2018-2023 uitgevoerd:
Figuur 1. Aangelegde / gerenoveerde riolering 2018-2023
Vervanging gemalen en pompen
Jaarlijks worden de gemalen conform de Beoordelingsrichtlijn van het KIWA geïnspecteerd. Uit deze inspectie volgt welke onderdelen van de gemalen vervangen moeten worden. De gemalen Gebroken Meeldijk en Smitshoek zijn gerenoveerd. Daarnaast is een deel van de minigemalen (drukriolering) gerenoveerd. De afgelopen periode zijn nieuwe gemalen gebouwd in Dierenstein en de wijk Bevershof. Gemaal Marijkesingel en gemaal Margrietsingel zijn vervangen voor 1 nieuw gemaal aan de Margrietsingel.
Aanleg grondwatermeetnet
In 2022 is het grondwatermeetnet vernieuwd. Op dit moment heeft de gemeente 30 actieve peilbuizen.
Subsidie regentonnen
In 2021 heeft de gemeente inwoners een subsidie gegeven voor de aanschaf van een regenton. Daardoor was het voor inwoners mogelijk om voor € 10 een regenton af te halen. De subsidie was een succes. In totaal zijn 1.000 regentonnen afgehaald.
ONDERHOUDReiniging, inspectie en inmeting riolering
Jaarlijks wordt 1/7e deel van het riool gereinigd. Dit komt overeen met circa 45 kilometer. Circa 50% van het te reinigen riool wordt geïnspecteerd, behalve in 2019 omdat deze riolering al recent geïnspecteerd was. In tabel 1 zijn de totalen van de afgelopen jaren weergegeven. Gelijktijdig met de inspectie worden de maaiveldhoogten van de putten en de hoogteligging van de buizen ingemeten. Zo ontstaat een volledig beeld van de kwaliteit en afstroming van het riool. In figuur 2 is de geïnspecteerde riolering in de afgelopen planperiode weergegeven.
Tabel 1. Gereinigde en geïnspecteerde riolering
Jaar
Reiniging (km)
Inspectie (km)
2018
51
24
2019
46
10
2020
45
22
2021
46
19
2022
44
18
2023
47
22
Figuur 2. Geïnspecteerde en gereinigde riolering 2018-2023
Onderhoud gemalen
De gemalen worden jaarlijks gereinigd en geïnspecteerd. Bij deze inspectie wordt beoordeeld of de gemalen die de theoretische levensduur bereikt hebben ook daadwerkelijk vervangen moeten worden en of kleine reparaties noodzakelijk zijn. Ook de drukgemalen worden jaarlijks gereinigd.
Dagelijks onderhoud riolering
Op basis van klachten en meldingen zijn de nodige reparaties uitgevoerd aan kapotte kolkaansluitingen, verstopte en vervuilde leidingen en verzakkingen in de weg door lekke riolering. Na beoordeling van rioolinspecties is gebleken dat in een aantal strengen reparaties noodzakelijk waren. De reparaties zorgen er voor dat de buis de levensduur van 60 jaar kan halen. Het budget voor klein onderhoud was de afgelopen jaren voldoende.
Baggeren
In onderstaand overzicht is te zien hoeveel meter watergang is gebaggerd en in welke wijk. Omdat in de winterperiode wordt gebaggerd ontstaat altijd een overlap in jaren. Het baggerprogramma is afhankelijk van het programma van het waterschap en de slibaanwas.
Onderhoud beschoeiingen
Beschoeiingen worden op basis van inspecties vervangen. De afgelopen jaren is 1.400 m beschoeiing vervangen:
Reiniging kolken en goten
Jaarlijks zijn de kolken en goten gereinigd. Het beschikbare budget van € 70.000 bleek niet voldoende en is in 2020 verhoogd naar € 100.000 na een nieuwe aanbesteding. De kolken zijn de afgelopen periode in het beheersysteem opgenomen. Door het betere inzicht in de ligging van de kolken worden jaarlijks ook meer kolken gereinigd. In de gemeente liggen 25.900 kolken en 4.200 meter lijngoot.
Indirecte lozingen
Een indirecte lozing is een lozing die niet direct op het oppervlaktewater uitkomt, maar wordt geloosd via een bedrijfsriolering of ander tussenliggend (zuiverings)werk. Lozingen op rioolstelsels, zowel vuilwaterriolen als hemelwaterstelsels, vallen daarmee onder de Wet milieubeheer met de gemeente als bijbehorend bevoegd gezag. DCMR Milieudienst Rijnmond voert deze taak uit voor de gemeente bij de bedrijven in Barendrecht.
Gegevensbeheer
Het beheersysteem riolering van de gemeente is actueel en volgens de GWSW (Gegevenswoordenboek Stedelijk Water) standaard ingericht. Het GWSW is een verplichte open standaard die uitwisseling van bestanden tussen organisaties vereenvoudigt. Revisies en inspecties worden direct na ontvangst verwerkt. Ook het gemalen beheerbestand is actueel.
METEN EN MONITORINGMonitoring overstorten en gemalen
In Barendrecht worden de gemalen continue gemonitord. Bij het bergbezinkbassin in Smitshoek en een aantal overstorten zijn sensoren geplaatst die het waterniveau in het riool en soms ook het oppervlaktewater meten. Een monitoringsprogramma wordt opgezet. Hierbij worden de gegevens van de sensoren maandelijks beoordeeld op volledigheid en betrouwbaarheid. Indien de meetgegevens daar aanleiding voor geven, wordt extra onderzoek of onderhoud uitgevoerd. Jaarlijks worden de belangrijkste conclusies opgenomen in een jaarrapport. De afgelopen periode is onderzoek gedaan naar het functioneren van gemaal Drechtwaard. Het gemaal krijgt bij hevige neerslag meer water binnen dan het kan verpompen. Uit het onderzoek volgt dat een aantal aanvoerende gemalen op dit moment te veel water verpompen. De komende periode wordt de capaciteit van deze gemalen teruggeschroefd.
Monitoring grondwater
Het grondwatermeetnet is in 2022 vernieuwd en uitgebreid. Vanaf 2023 wordt jaarlijks een rapportage opgesteld over de grondwatermonitoring. Op deze wijze wordt zicht gehouden op locaties waar overlast kan ontstaan door hoge grondwaterstanden, maar ook waar potentieel problemen ontstaan door droogte.
PERSONEEL EN FINANCIËNPersoneel
De werkdruk wordt als hoog ervaren. Dit bevestigen de medewerkerstevredenheidonderzoeken die in de afgelopen periode twee maal zijn afgenomen. Naast het dagelijks beheer is er een groot aantal nieuwbouwontwikkelingen, waarbij betrokkenheid van de beheerder aan het begin van het proces gewenst is. Dit heeft de afgelopen jaren meer personeelsinzet gevraagd.
Financiën
De rioolheffing in Barendrecht is afhankelijk van de grootte van het huishouden. De rioolheffing bedraagt voor 2023:
Conform het GRP 2018-2022 was de verwachte heffing voor een drie- of meerpersoonshuishouden € 193,41 in 2023. In het GRP 2018-2022 is echter expliciet geen rekening houden met inflatie. Met een inflatie van 35% tussen januari 2018 en januari 2023 is de huidige heffing daarom aanzienlijk lager dan in het GRP 2018-2022 was bepaald. Er zijn geen grote uitschieters geweest in de kosten. De prijzen zijn wel gestegen door een algehele prijsstijging van brandstof en materialen. Hier staat tegenover dat de rente op de kapitaallasten lager is.
BeleidNet als in het GRP 2018-2022 zijn in het PSW doelen opgenomen gebaseerd op de drie zorgplichten ten aanzien van afvalwater, hemelwater en grondwater. Aan deze doelen is een doel toegevoegd ten aanzien van het stedelijk oppervlaktewater. Daarnaast is een doel toegevoegd om focus te leggen op de gewenste aanpassingen ten behoeve van klimaatveranderingen. Omdat het klimaatdoel een overlap kent met de doelen voortkomend uit de zorgplichten, is met een symbool aangegeven wanneer het beleid zich richt op een klimaateffect:
Zorg voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater
Zorg voor inzameling en verwerking van hemelwater (dat een particulier niet redelijkerwijs zelf kan verwerken)
Zorg voor het in het openbaar gemeentelijk gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand, voor de aan de grond gegeven bestemming, zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Dit voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort.
Zorg voor het stedelijk oppervlaktewater
Voorbereid op een veranderend klimaat.
Binnen dit PSW wordt beleid vastgelegd voor het terugdringen van wateroverlast en droogte. Vaak hebben maatregelen tegen wateroverlast en droogte tevens een positief effect op de hittebestendigheid van de wijk. Het omgaan met toenemende risico’s op overstromingen is primair belegd bij andere overheden (Veiligheidsregio, waterschap en provincie).
Om de doelen te kunnen realiseren is beleid opgesteld. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het GRP 2018-2022 zijn groen gearceerd.
BELEID STEDELIJK AFVALWATERRiolering is in de basis aangelegd om de volksgezondheid te beschermen. Daarom moet het afvalwater probleemloos ingezameld en getransporteerd worden naar de afvalwaterzuivering, of dient het afvalwater lokaal gezuiverd te worden.
Zorgplicht
De gemeente maakt onderscheid tussen de bebouwde kom en buitengebied en tussen huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater.
In de bebouwde kom geldt een aansluitplicht voor het lozen van huishoudelijk afvalwater op de riolering. De gemeente zorgt voor inzameling van huishoudelijk afvalwater en transport naar een zuiveringstechnisch werk. Dat kan via een traditioneel gemeentelijk rioolstelsel of een andere voorziening (zoals een IBA: Individuele Behandeling Afvalwater) die ervoor zorgt dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt.
Voor het buitengebied geldt dat de gemeente huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, dat daar qua biologische afbreekbaarheid op lijkt, inzamelt en afvoert, tenzij er sprake is van specifieke omstandigheden, zoals een ontoereikende capaciteit van het bestaande collectieve systeem.
Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater inzamelt. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu wordt ingezameld, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. Het waterschap geeft hierbij advies. De gemeente kan nadere voorwaarden verbinden aan nieuwe of bestaande aansluitingen van bedrijven of deze weigeren of beëindigen.
Aansluiting percelen
Alle percelen binnen het gemeentelijk grondgebied waar afvalwater vrijkomt, moeten zijn voorzien van een voorziening. In het stedelijk gebied zijn panden aangesloten op het vrijverval stelsel. In het buitengebied wordt het huishoudelijk afvalwater hoofdzakelijk ingezameld via drukriolering.
De huisaansluitingen zijn tot aan het hoofdriool eigendom van de perceeleigenaar. De gemeente onderhoudt de huisaansluiting vanaf de erfgrens tot aan het hoofdriool. Bewoners kunnen een melding over een huisaansluiting telefonisch doorgeven of via de gemeentelijke website.
Geen ongewenste lozingen
Om de inzameling goed te laten verlopen is het noodzakelijk dat geen ongewenste lozingen plaatsvinden. Dit kunnen lozingen zijn van chemische stoffen die het riool (en zuivering) aantasten. Controle op bedrijfsmatige lozingen vindt in opdracht van de gemeente plaats door DCMR. Jaarlijks vraagt de gemeente lijsten op met de uitgevoerde werkzaamheden. De samenwerking met DCMR is de afgelopen jaren verbeterd.
Rioolvreemd water bestaat uit grondwater dat lekke rioolbuizen instroomt en oppervlaktewater dat bij peilstijgingen via de overstorten het riool inloopt. De hoeveelheid rioolvreemd water wordt beperkt door overstortdrempels ten minste 15 cm boven oppervlaktewaterpeil te houden. Lekwater wordt beperkt doordat oude verzakte rioolbuizen in het vervangingsprogramma zijn opgenomen.
De objecten zijn in goede staat
Storingen aan gemalen en pompunits komen direct binnen op de centrale hoofdpost en deze storingen worden indien noodzakelijk binnen 24 uur verholpen. Video-inspecties geven een indicatie van de stabiliteit, afstroming en waterdichtheid van het riool. Wanneer uit de inspecties volgt dat de kwaliteit van het riool niet meer als ‘goed’ wordt beoordeeld, wordt door de gemeente op basis van de videobeelden (en eventuele extra informatie, zoals bijvoorbeeld meldingen van bewoners, boorkernen, hydraulisch functioneren en toestand van het wegoppervlak) de afweging gemaakt of ingrijpen daadwerkelijk noodzakelijk is.
Om de afstroming in het rioolstelsel goed te houden, wordt het rioolstelsel eens in de 7 jaar volledig gereinigd. Bij het reinigen wordt de vervuilingsgraad geregistreerd om in de toekomst gericht op vervuiling te reinigen.
De vervuiling van het oppervlaktewater is beperkt
De gemeente Barendrecht heeft maar een beperkte lengte gemengde riolering in de wijk Smitshoek en langs de Stationsweg. Het stelsel van Smitshoek is voorzien van een bergbezinkbassin. In een gemengd stelsel wordt afvalwater en hemelwater gemengd ingezameld. Bij hevige regen is de capaciteit van het rioolstelsel onvoldoende en komt een deel van het gemengde afvalwater tot overstort in oppervlaktewater. Wanneer deze zogenaamde overstortingen te vaak voorkomen en te veel verdund afvalwater in het oppervlaktewater komt, heeft dit nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Om het aantal overstortingen te beperken moet het gemengde rioolstelsel voldoende water kunnen bergen en afvoeren. Wanneer het oppervlaktewater door de riolering toch te zwaar belast wordt, wordt in overleg met het waterschap gezocht naar doelmatige oplossingen. De gemeente en het waterschap hebben maandelijks overleg om projecten en onderzoeken op het gebied van riolering en oppervlaktewater met elkaar af te stemmen.
Inzicht in de toestand en het functioneren van de riolering
De rioleringsgegevens zijn toegankelijk via het rioolbeheersysteem van de gemeente. Het beheersysteem is conform GWSW standaard ingericht. Jaarlijks wordt circa 1/14e deel van het vrijverval riool met een videocamera geïnspecteerd. De resultaten van de inspecties worden beoordeeld en opgenomen in het beheersysteem.
Het bergbezinkbassin, de gemalen en enkele putten in het stelsel zijn voorzien van sensoren zodat het waterniveau in het stelsel en in een aantal gevallen ook het oppervlaktewaterpeil inzichtelijk is. De gemeente heeft een actueel rioolmodel waarmee hydraulische berekeningen kunnen worden uitgevoerd.
Afvalwateraanbod richting de zuivering
Het door de gemeente ingezamelde afvalwater dient uiteindelijk door het waterschap bij de rioolwaterzuivering gezuiverd te worden. De capaciteit van de zuivering moet daarom overeenkomen met het actuele afvalwateraanbod vanuit de gemeente en eventuele toekomstige ontwikkelingen. De gemeente en het waterschap hebben op basis van het Basisrioleringsplan en de afvalwaterprognoses per zuivering van het waterschap, afspraken gemaakt over de af te voeren hoeveelheid afvalwater en hebben dit vastgelegd in het afvalwaterakkoord. Het afvalwaterakkoord is op 14 november 2022 door beide partijen ondertekend.
Punt van zorg is de hoeveelheid medicijnresten in het afvalwater. Het zuiveren van afvalwater is een natuurlijk proces waarin bacteriën, met behulp van zuurstof, verontreiniging uit het water halen. Chemische stoffen, waaronder medicijnen, blijven in (sterk) verdunde vorm aanwezig en komen terecht in het oppervlaktewater. Een deel van de werkzame stoffen uit medicijnen, blijft na gebruik werkzaam. Wanneer deze stoffen in hogere mate in het oppervlaktewater komen, is dat schadelijk voor vissen, planten en diertjes in het water. Van pijnstillers is bijvoorbeeld bekend, dat zij het weefsel van vissen beschadigen. Ook is er contact met de menselijke huid mogelijk als het om zwemwater gaat. In hogere concentraties hebben medicijnresten een negatief effect op waterdieren en op de kwaliteit van de bronnen voor drinkwater. Medicijnresten in rivieren en meren dragen ook bij aan een verhoogd risico op antibioticaresistentie. De gemeente ondersteunt het waterschap bij de communicatie richting bewoners om hun oude medicijnen in te leveren bij de apotheek en dus niet door toilet of gootsteen te spoelen.
Voorkomen contact met afvalwater
Ten behoeve van een gezonde en veilige leefomgeving wordt contact met afvalwater zoveel mogelijk voorkomen. In Barendrecht wordt vuilwater en regenwater vrijwel altijd gescheiden ingezameld. De overstortingen en lozingen op het oppervlaktewater betreffen daarom altijd (schoon) regenwater. Ook bij water-op-straat is dit vrijwel altijd (schoon) regenwater en geen regenwater vermengd met afvalwater.
BELEID HEMELWATERHet voorkomen van wateroverlast en het beperken van oppervlaktewatervervuiling zijn prioriteiten op het gebied van hemelwaterafvoer.
Zorgplicht
Het algemene uitgangspunt dat de gemeente hanteert, is dat gebouwen en percelen geen hemelwater lozen op de gemeentelijke riolering, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid noodzakelijk is.
Voor bestaande gebouwen en percelen geldt dat de gemeente het hemelwater, als zij dat op het moment van het vaststellen van dit PSW al doet, blijft inzamelen. Het gescheiden aanleveren van te lozen regenwater en afvalwater op het gemeentelijk rioolstelsel en het verwerken van overtollig regenwater op het eigen perceel wordt door de gemeente en het waterschap gestimuleerd.
De gemeente kan het lozen van hemelwater op het vuilwater- of gemengde riool op enig moment verbieden, bijvoorbeeld in situaties van regelmatig optredende wateroverlast of bij rioolvervangingsprojecten, waarbij gemengde riolering wordt vervangen door een gescheiden riolering.
Bij nieuwbouwsituaties (en bij uitbreiding of vernieuwing van bebouwing) zamelt de gemeente geen regenwater in. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt het regenwater zelf binnen de perceelgrens, tenzij dat technisch onmogelijk is. Voor extreme neerslaggebeurtenissen wordt voorzien in een overloop naar de openbare ruimte.
In het buitengebied zamelt de gemeente geen regenwater in. Dit geldt zowel voor bestaande bouw als nieuwbouw.
Voorkomen wateroverlast
Het stelsel en de bovenliggende buitenruimte moeten voldoende capaciteit hebben om wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen. Bij extreme neerslag is het acceptabel dat wanneer de maximale capaciteit van de riolering is bereikt er in bestaand gebied water op straat komt te staan, zolang de tijdsduur daarvan beperkt is en het water niet tot schade leidt op particuliere percelen of straten onbereikbaar worden.
Bij relatief laaggelegen particuliere percelen en gebouwen blijft er altijd een kans op overlast of schade op particulier terrein. Waar de gemeente op de hoogte is van deze kwetsbare locaties worden eigenaren en bewoners actief geïnformeerd over hun kwetsbaarheid bij extreme neerslag en over welke maatregelen zij kunnen nemen om het risico op wateroverlast te reduceren.
Riolering wordt gemiddeld na een periode van 60 jaar vervangen. Het straatpeil is gedurende die periode vaak tientallen centimeters verzakt. Dit lage straatpeil, ten opzichte van het oppervlaktewater en omliggende straten, vergroot de kans op wateroverlast. Bij reconstructies wordt het straatpeil daarom teruggebracht naar aanlegpeil. In de praktijk kan dit negatieve consequenties hebben voor de aanliggende particuliere percelen of de toekomstige bodemdaling. In deze gevallen wordt naar een optimum gezocht.
Bij ontwerp van een nieuw stelsel (dit stelsel is in principe een gescheiden stelsel) wordt getoetst met een bui van circa 30 mm in een uur (bui 09, herhalingstijd 5 jaar). Tevens wordt de water op straat situatie in beeld gebracht bij bui 10 (36 mm in 45 minuten). Bij ontwerp van een nieuw stelsel moet daarnaast een ruime berging aanwezig zijn in de openbare ruimte (laag gelegen groen of een wadi), zodat overlast in woningen en bedrijven wordt voorkomen. Bij reconstructies is het streven minimaal 20 mm berging te realiseren. Of dit daadwerkelijk haalbaar is, is afhankelijk van kabels en leidingen en de ruimtelijke inrichting.
Bij nieuwbouwontwikkelingen is het uitgangspunt het afvloeiend hemelwater van openbare verharding zoveel mogelijk vertraagd te laten afstromen naar het oppervlaktewater of te infiltreren in de ondergrond. De gemeente heeft in december 2020 het Convenant klimaatadaptief bouwen ondertekend. Dit betekent dat alle nieuwe ontwikkelingen natuur-inclusief, klimaatbestendig en water robuust worden gebouwd. Op eigen terrein moet conform het convenant tenminste 50 mm neerslag tijdelijk vastgehouden kunnen worden. Het nieuwbouwproject kan daarmee de neerslag die valt zelf verwerken en vormt daarmee geen extra belasting voor de omgeving. Wanneer infiltratie of vertraagde afvoer naar oppervlaktewater niet mogelijk is, kan aangesloten worden op bestaande openbare voorzieningen. Bij appartementengebouwen wordt het dakvlak afgekoppeld, balkons worden op het vuilwaterstelsel aangesloten om vervuiling van het oppervlaktewater met schoonmaakmiddelen te voorkomen.
Regenwater schoon houden
Bij rioolvervanging blijft gescheiden verwerken van regenwater en afvalwater het uitgangspunt. Dit houdt in dat neerslag niet via de riolering naar de zuivering wordt afgevoerd, maar zo mogelijk geborgen en vertraagd afgevoerd kan worden naar oppervlaktewater. Voor de verwerking van regenwater geldt de volgende voorkeursvolgorde:
Daar waar de gemeente in de bestaande situatie hemelwater van particulieren inzamelt, blijft zij dit doen. De gemeente stelt vooralsnog geen voorwaarden aan bestaande hemelwaterlozingen vanaf particuliere percelen.
De komende periode wordt een pilot gestart om verbeterd gescheiden stelsels om te bouwen naar gescheiden stelsels. Bij een verbeterd gescheiden stelsel wordt in de praktijk nog zeer veel regenwater naar de zuivering verpompt. Door de ombouw naar een gescheiden stelsel wordt bespaard op energiekosten van gemalen en zuivering en worden de gemalen bij neerslag ook minder belast. Voorbeeld hiervan is gemaal Drechtwaard dat bij neerslag via de inprikkende gemalen meer water binnen krijgt dan het kan verpompen. Bij de pilot spelen de aspecten: foutaansluitingen, voorkomen van dood water en waterkwantiteit ook een belangrijke rol.
vanwege een slechte oppervlakte-waterkwaliteit) dan volgt nader onderzoek. Bij afkoppelen en aanleg van gescheiden stelsels wordt in overleg met het waterschap getoetst of het oppervlaktewater voldoende capaciteit heeft en kan aanvullende (oppervlaktewater) berging noodzakelijk zijn. Het afstromend regenwater mag de oppervlaktewaterkwaliteit niet nadelig beïnvloeden. Aan de hand van het gebruik van het verhard oppervlak wordt bepaald of het afstromend regenwater schoon genoeg is.
Vergroening buitenruimte
In 2023 wordt de Groenvisie en het Groenbeheerplan opgesteld. Klimaatadaptatie krijgt hierbij apart aandacht. Daarnaast wordt een Hitteplan opgesteld, waarbij in beeld gebracht wordt waar in de gemeente de gevoelstemperatuur en de kans op hittestress hoog is.
Instroming via de kolken
Door bladval en andere vervuiling kunnen kolken verstopt raken waardoor de kans op wateroverlast toeneemt. De gemeente reinigt daarom jaarlijks de kolken. Om vervuiling van de kolken en het riool te voorkomen, worden de straten en goten geveegd. De vervuilingsgraad van de kolken wordt vastgelegd om in de toekomst mogelijk meer gericht te kunnen reinigen.
BELEID GRONDWATERZorgplicht
De gemeente heeft de inspanningsplicht om te voorkomen dat grondwater de bestemming van een gebied structureel belemmert. De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor burgers en bedrijven die vragen of klachten hebben over het grondwater. Meldingen komen binnen bij het klantcontactcentrum van Barendrecht (invulling grondwaterloketfunctie). De gemeente regisseert een zorgvuldige afhandeling bij de gemeente, waterschap of provincie. Wanneer een klacht of melding thuishoort bij het waterschap wordt de betreffende melder doorverwezen naar het waterschapsloket.
Verantwoordelijkheid particulier
Op particulier terrein is de perceeleigenaar zelf verantwoordelijk voor het tegengaan van grondwateroverlast of -onderlast. Dit geldt ook voor funderingsproblemen. Ondergrondse gebruiksruimtes van panden, zoals een kelder of een souterrain, moeten volgens de bouwregelgeving vochtdicht zijn. Van de perceeleigenaar wordt verwacht dat hij de vereiste (waterhuishoudkundige of bouwkundige) maatregelen neemt om grondwaterproblemen te voorkomen of te bestrijden, voor zover deze problemen niet aantoonbaar worden veroorzaakt door onrechtmatig handelen of nalaten van een ander; particulier of overheid. Dat geldt ook voor gebouwen met diepe kelders.
Structurele overlast
Als gevolg van de natuurlijke dynamiek kunnen grondwaterstanden fluctueren. Bij incidenteel hoge grondwaterstanden heeft de gemeente geen taak; dit zal de perceeleigenaar moeten accepteren of zal zelf maatregelen moeten nemen om de hinder te beperken.
Binnen de gemeente is sprake van structureel grondwateroverlast indien aan alle volgende aspecten wordt voldaan:
Wanneer de overlast ontstaat door fouten in de constructie van de woning (lekke kelder, geen waterdichte vloer) is de bewoner zelf aan zet. De gemeente treft alleen maatregelen wanneer dit doelmatig is, bijvoorbeeld in combinatie met rioolvervanging. Wanneer de gemeente bij structurele overlast maatregelen treft, is dit een inspanningsplicht. De grondwaterstand is niet volledig te sturen.
Inzicht in het grondwaterpeil
Om vast te stellen of er in een gebied sprake is van structurele grondwateroverlast of grondwateronderlast (droogte) wordt het grondwaterniveau op verschillende locaties in de gemeente gemeten.
Nieuwbouw
Bij nieuwbouw dient de grondwatersituatie beoordeeld te worden. De beheerders worden betrokken bij nieuwbouwplannen en kunnen hierdoor adviseren over o.a. de aanwezigheid van open water en zo nodig aanleg van drainage. Wanneer meer inzicht nodig is in de grondwatersituatie dient een peilbuis geplaatst te worden, die opgenomen wordt in het gemeentelijke grondwatermeetnet.
Aanleg drainage
Bij rioolvervanging legt de gemeente drainage aan. Door het aanleggen van een robuust drainage systeem of het aanleggen van DT-riolering (hemelwaterriool dat tevens dienstdoet als drainage) of DIT-riolering (hemelwaterriool met drainerende werking, maar dat ook regenwater of oppervlaktewater kan infiltreren in de bodem) wordt het grondwater in openbaar gebied gereguleerd tot het niveau van het oppervlaktewater. In natte perioden wordt overtollig grondwater afgevoerd naar het oppervlaktewater. In droge perioden wordt water vanuit het oppervlaktewater de bodem ingebracht. Op deze wijze kunnen zettingen worden voorkomen. Om grondwateroverlast in de kruipruimten tegen te gaan wordt de mogelijkheid geboden om deze aan te sluiten op het betreffende drainage systeem.
Drainagewater wordt geïnfiltreerd of voert af naar het oppervlaktewater, tenzij dit aantoonbaar niet kan. Wanneer niet direct afgevoerd kan worden naar oppervlaktewater kan drainage aangesloten worden op het hemelwaterriool.
Grootschalige toepassing van DIT-riolen kan in perioden van droogte effect hebben op de hoeveelheid in te laten oppervlaktewater. Hierover vindt afstemming plaats met het waterschap.
BELEID STEDELIJK OPPERVLAKTEWATERGoed onderhoud aan het oppervlaktewater zorgt voor gezond oppervlaktewater dat een verrijking is voor de omgeving. Het oppervlaktewater heeft daarnaast een belangrijke functie in de berging en afvoer van hemelwater en is van invloed op het grondwater. Een goed functionerend oppervlaktewatersysteem is daarmee een belangrijk onderdeel van een klimaatadaptieve stedelijke omgeving.
Onderhoud
Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en de waterkwantiteit van al het water in de gemeente. Daarbij onderhoudt het waterschap de hoofdwatergangen. Het overige water wordt grotendeels door de gemeente onderhouden. Maar ook Rijkswaterstaat, de provincie, diverse natuurorganisaties en particulieren zijn deels verantwoordelijk voor het onderhoud van sommige watergangen. Op de Legger van oppervlaktewaterlichamen en kunstwerken is aangegeven wie verantwoordelijk is voor het onderhoud.
Het waterschap controleert of het onderhoud naar behoren wordt uitgevoerd. Zo mogen er bijvoorbeeld niet te veel bagger of waterplanten aanwezig zijn in het water. Het beleid van het waterschap is daarom sterk richtinggevend voor het waterbeheer van de gemeente. Op basis van metingen van de baggeraanwas op de waterbodem wordt bepaald welke watergangen worden gebaggerd. Het waterschap baggert zelf de hoofdwatergangen. Is de aanliggende grond van de gemeente, dan is de gemeente verplicht deze bagger te ontvangen. De gemeente betaalt dan ook voor het transporteren en afvoer ervan.
Beschoeiingen waarborgen het juiste profiel van de watergang. Vanaf een leeftijd van 15 jaar worden de beschoeiingen geïnspecteerd en zo nodig vervangen of lokaal hersteld. Daarbij is veiligheid vaak doorslaggevend.
Voordat over wordt gegaan tot vervanging wordt onderzocht of het mogelijk is een natuurlijke of natuurvriendelijke oever te realiseren. Een natuurlijke oever is een wat steilere oever zonder beschoeiing. Een natuurvriendelijke oever is een flauw aflopende oever met een plas-dras zone met een gevarieerde oevervegetatie.
Aanleg nieuw open water
Aanleg van nieuw open water moet aansluiten op het bestaande watersysteem, zodat geen 'snipperblauw' ontstaat. Bij toename van het verhard oppervlak moet oppervlaktewater of berging gerealiseerd worden. De regels hierover zijn opgenomen in de Keur van het waterschap.
Ecologie
Bij het onderhoud van de watergangen wordt zo veel mogelijk ecologisch beheer toegepast. Bij ecologisch beheer wordt gefaseerd gewerkt, waardoor altijd een deel van de vegetatie niet wordt gesnoeid of gemaaid. Zo blijft voor veel soorten de habitat behouden. Voorbeelden hiervan zijn:
Om de ecologie te bevorderen zijn de volgende maatregelen mogelijk:
Viswater
In Barendrecht mag op verschillende plaatsen worden gevist. De voorwaarden en de benodigde vergunningen verschillen per visrechthebbende. De visrechten voor de gemeentewateren zijn verhuurd aan HSV Groot Rotterdam. In de huurovereenkomst is vastgelegd dat de vergunning wordt uitgegeven door HSV Groot Rotterdam en maximaal € 5,00 mag kosten voor inwoners.
De visrechthebbende (de huurder) draagt zorg voor een goede visstand. In de praktijk gaat dit altijd in overleg met de gemeente en het waterschap. Een aantrekkelijke visstand kan worden bereikt door het verbeteren van de waterkwaliteit, het waterbeheer en de leefomgeving van de vissen te verbeteren. Helaas komt een massale vissterfte wel eens voor, bijvoorbeeld door zuurstoftekort als gevolg van waterverontreiniging. In overleg wordt afgesproken of het nodig is om nieuwe vissen uit te zetten en hoe de kosten worden verdeeld.
Het viswater in Barendrecht is weergegeven op de website www.visplanner.nl.
Zwemwater
De rol van de gemeente bij zwemwater is beperkt. Wettelijk gezien heeft de gemeente alleen een verantwoordelijkheid ten aanzien van hygiëne en veiligheid voor badinrichtingen zoals openbare zwembaden en sauna-inrichtingen, met name de legionellacontrole. In Nederland mag men overal in oppervlaktewater zwemmen (op eigen risico) tenzij het expliciet is verboden. Om de veiligheid van het zwemmen in oppervlaktewater te vergroten, wijst de provincie formele zwemlocaties aan waar vervolgens de waterkwaliteit, hygiëne en veiligheid wordt gecontroleerd (en maatregelen worden genomen als iets niet in orde is). Het waterschap meet de waterkwaliteit en adviseert daarover aan de provincie. Voor de hygiëne en veiligheid is dat de omgevingsdienst.
Gemeente Barendrecht is geen beheerder van zwemwater binnen de gemeentegrens. De enige zwemlocatie binnen de gemeente is in beheer bij het Natuur en Recreatieschap IJsselmonde. Dit betreft de vijver Plas Vrijenburgbos. Speelvijver Barend Bos is een aantal jaar kandidaat locatie geweest. De afgelopen jaren is geconstateerd dat niet aan de waterkwaliteit kon worden voldaan, met name door de te grote concentraties E-coli door uitwerpselen van watervogels, honden en paarden. Barend Bos zal dus geen erkende zwemlocatie worden. Behalve bij de brug is het niet verboden om in de Gaatkensplas te zwemmen. De waterkwaliteit van de Gaatkensplas is momenteel echter niet goed genoeg om er een formele zwemlocatie van te maken. Eerste prioriteit van het waterschap is het verbeteren van de waterkwaliteit tot op ‘Kader Richtlijn Water niveau’. Als het zover is, kan de Gaatkensplas op de lijst van erkende zwemwaterlocaties komen. De zwemwaterlocaties in Barendrecht zijn terug te vinden op www.zwemwater.nl.
Invasieve exoten
In sloten, rivieren en plassen komen steeds vaker planten en dieren voor die van nature niet in Nederland thuishoren. Dit noemen we exoten. Ze verstoren het natuurlijke evenwicht en de waterhuishouding door hun snelle groei. Als ze zich snel vermeerderen noemen we het invasieve exoten. Binnen de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA, onderdeel van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) wordt onderzoek gedaan naar de risico’s van invasieve exoten in Nederland.
Voorbeelden van invasieve waterplanten zijn de grote waternavel, waterteunisbloem, parelvederkruid, watercrassula, watersla, waterhyacint, waterwaaier, cabomba en de rode kroosvaren. Door grote hoeveelheden dezelfde waterplanten krijgen andere soorten minder kans en komt er onvoldoende licht in de sloot. Het ecologisch evenwicht wordt dan verstoord en het schoonhouden van de sloot is veel werk. Al deze soorten komen in meer of minder mate voor in Barendrecht en veroorzaken voornamelijk lokaal problemen bij gemalen, stuwen en duikers. Sommige soorten geven problemen bij het varen, anderen doordat ze dicht, soms egale bedekking van een waterpartij kunnen geven. Dit geeft zuurstofproblemen in het water en door het egale dek van waterplanten kunnen kinderen of huisdieren de sloot zien als een grasveld en bij de rode kroosvaren zelfs als verharding.
Een voorbeeld van een invasieve diersoort is de rode Amerikaanse rivierkreeft. Deze soort verplaatst zich vooral via het water, maar kruipt soms ook over het land. Hij heeft lange tijd geen natuurlijke vijanden gehad en vermenigvuldigde zich snel. De laatste jaren wordt steeds vaker waargenomen dat futen, meeuwen, meerkoeten en grote vissen de rivierkreeft eten. De rode Amerikaanse rivierkreeft is nog niet in grote getale waargenomen in Barendrecht. Rivierkreeften komen in grotere getalen voor in veenweidegebieden. Mogelijk omdat de grond daar zachter is dan de kleigrond in onze regio.
Het waterschap heeft als verantwoordelijke voor de waterkwaliteit weinig mogelijkheden om deze invasieve exoten aan te pakken. Effectieve bestrijdingsmogelijkheden zijn er nauwelijks. Landelijke ontwikkelingen en onderzoeken worden gevolgd. De gemeente kan op gebied van communicatie wel iets bijdragen. We kunnen bewoners bijvoorbeeld informeren over het vervangen van hun oude vijver of aquariumplanten. Deze mogen namelijk niet in de sloot worden gegooid omdat veel van deze planten exoten zijn. Voor het onderzoek naar de verspreiding van invasieve exoten helpt het als waarnemingen geregistreerd worden. We kunnen bewoners erop attenderen dat ze dit via waarneming.nl kunnen doen of bij de gemeente melden.
De muskusrat is een invasieve exoot die wordt bestreden door Muskusrattenbestrijding Rivierenland. Deze organisatie werkt voor vier waterschappen (waaronder Hollandse Delta) en wordt aangestuurd vanuit waterschap Rivierenland. Muskusratten graven onder meer holen in dijken, waardoor deze verzwakken. Dit is een gevaar voor de veiligheid omdat de kans op instorten en daardoor overstroming toeneemt. Ze graven ook holen in oevers van rivieren en vijvers. De oevers raken hierdoor verzwakt en kunnen instorten. De muskusrat wordt wel eens waargenomen in Barendrecht. Meldingen verlopen via het waterschap.
AreaalHet afvalwater uit Barendrecht wordt via verschillende gemalen en persleidingen naar verschillende zuiveringen getransporteerd (bijlage 2). Het overgrote deel van de bemalingsgebieden in Barendrecht voeren af naar de zuiveringen in Barendrecht en Zwijndrecht.
AANGESLOTEN PANDENBinnen de gemeente zijn geen ongerioleerde panden aanwezig. Het laatste pand is in 2005 voorzien van een aansluiting op het riool.
VRIJVERVAL RIOLERINGIn Barendrecht is in totaal 337 kilometer vrijverval riolering aanwezig. Circa 5 kilometer riolering is gemengd riool, 150 kilometer is vuilwater riool en 181 kilometer is hemelwater riool (figuur 3). Door nieuwbouw is de lengte vrijverval riolering ten opzichte van het GRP 2018-2022 met 15 kilometer toegenomen.
Het stelsel van de gemeente heeft een gespreide leeftijdsopbouw met een piek in de jaren 1990 tot 2010 (figuur 3). Circa 2% van het riool is 60 jaar of ouder, 13% van het riool is 50 jaar of ouder. Dit deel van de riolering moet de komende jaren vervangen worden. In figuur 4 is de leeftijd van het riool op kaart weergegeven.
Vanaf 2005 is 14 kilometer riolering gerelined. Bij een relining wordt de riolering gerenoveerd door aan de binnenzijde een kunststof kous aan te brengen.
Figuur 3. Stelseltypen en aanlegjaar vrijverval riolering
Figuur 4. Aanlegjaar van het riool
In het beheersysteem zijn de inspectiegegevens van de afgelopen jaren opgenomen. Met behulp van deze inspectiegegevens is een globale beoordeling gemaakt van de kwaliteit van het riool op het gebied van stabiliteit. Om de kwaliteit te bepalen is gebruik gemaakt van wegingscijfers (bijlage 3). Alle geïnspecteerde strengen hebben op deze wijze een score voor stabiliteit gekregen. 83% van de strengen kreeg hierbij een score tussen 0 tot 0,5. Dit zijn strengen met een redelijke tot goede kwaliteit. In figuur 5 is per leeftijdsgroep weergegeven hoe vaak een bepaalde score voorkomt. Uit de grafiek volgt dat de kwaliteit van het riool met de leeftijd achteruit gaat, maar dat na verloop van tijd de kwaliteit ook redelijk constant blijft. Mogelijk wordt dit veroorzaakt doordat de kwaliteit van de regenwaterriolen ook op lange termijn goed is, omdat er geen sprake is van aantasting door zwavelgassen.
Figuur 5. Verdeling scores stabiliteit per leeftijdsgroep
MECHANISCHE RIOLERINGDe mechanische riolering bestaat uit gemalen en persleidingen. In Barendrecht zijn 54 rioolgemalen aanwezig. Naast de rioolgemalen beheert de gemeente nog 4 oppervlaktewatergemalen, 1 drainagegemaal, 12 tunnelgemalen, de pompinstallatie in het bergbezinkbassin en 201 drukgemalen.
De gemeente beheert 25 kilometer drukriolering en 36 kilometer persleiding. In drukriolering wordt het rioolwater van individuele huishoudens getransporteerd. In persleidingen wordt het afvalwater vanuit de grotere gemalen getransporteerd. Er zijn geen persleidingen met een leeftijd hoger dan 50 jaar, maar van veel persleidingen en drukriolering is het aanlegjaar onbekend. De komende periode wordt het aanlegjaar van deze mechanische riolering bepaald op basis van aanlegtekeningen of ingeschat op basis van de leeftijd van de gemalen.
Figuur 6. Jaar van aanleg mechanische riolering
OVERSTORTEN EN BERGBEZINKBASSINSIn de gemeente ligt vrijwel overal een (verbeterd) gescheiden stelsel, er zijn daarom nauwelijks gemengde overstorten. In het gemengde stelsel van Smitshoek is één overstort aanwezig. Deze overstort is voorzien van een bergbezinkleiding (120 m3). Daarnaast wordt bij een deel van de Stationsweg het hemelwater en vuilwater gemengd ingezameld. Dit water kan overstorten bij de kruising Boezemweg Stationsweg. Deze overstort is onlangs opgehoogd naar een hoogte van -1,62 m NAP om instroom van oppervlaktewater te voorkomen. Bij de overstort zijn tevens sensoren geplaatst die het waterniveau in het riool en het oppervlaktewater monitoren. Hiermee kan gemonitord worden of er sprake is van een overstortgebeurtenis of inloop van oppervlaktewater.
Om de kans op wateroverlast bij het Onderlangs te verminderen is hier het verbeterd gescheiden stelsel omgebouwd naar een volledig gescheiden stelsel. Hiervoor zijn 6 overstorten verwijderd en vervangen door vrije uitlaten. Ook de overstort in het verbeterd gescheiden stelsel in Dierenstein is vervangen door een vrije uitlaat.
De gegevens van de overstorten zijn opgenomen in bijlage 5 en weergegeven op kaart in bijlage 6.
DRAINAGE EN GRONDWATERMEETNETDe drainage is nog niet opgenomen in het beheersysteem. Bij nieuwe revisies wordt de drainage wel ingevoerd in het beheersysteem. De komende periode zullen ook oude revisietekeningen worden opgezocht om deze alsnog toe te voegen.
In 2022 is het grondwatermeetnet van de gemeente vernieuwd. Het grondwatermeetnet bestaat uit 30 peilbuizen waarvan de metingen realtime kunnen worden uitgelezen.
KOLKEN EN LIJNGOTENIn de gemeente zijn 25.900 kolken aanwezig. 19.800 kolken worden machinaal gereinigd, 6.100 kolken worden handmatig gereinigd. In totaal is er 4.200 meter lijngoot aanwezig. Ook de lijngoten worden jaarlijks gereinigd.
WATERBERGING EN WADI’SBij de parkeerplaatsen aan de Binnenhof is waterberging onder de weg aanwezig. Hierbij heeft de wegfundering een grove structuur met minimaal 30% holle ruimte. In deze waterbergingen kan neerslag tijdelijk geborgen worden, waarna het afgevoerd wordt naar het oppervlaktewater.
Bij de Devel zijn wadi’s aanwezig. Een wadi is een groene greppel in het stedelijk gebied. Een wadi bergt regenwater en zuivert het, waarna het water infiltreert in de ondergrond.
WATERSYSTEEMIn de gemeente ligt in totaal 733.000 m2 watergang. Langs deze watergangen staat 90 kilometer oeverbeschoeiing, ruim 4 kilometer natuurvriendelijke oever en 30 kilometer natuurlijke oever. Een natuurvriendelijke oever heeft een geleidelijke overgang van water naar land. Op de drassige bodem en in het ondiepe water groeien veel oeverplanten en onderwaterplanten. Voor vissen, vogels, amfibieën, kikkers, padden, insecten en kleine zoogdieren is zo'n oever een belangrijke plek. Bij een natuurlijke oever wordt geen beschoeiing aangelegd, maar is ook geen sprake van een flauw talud.
StrategieIn dit hoofdstuk wordt de strategie voor de komende jaren bepaald. Deze strategie bestaat deels uit het in stand houden van het bestaande stelsel. Hiervoor worden onderhoudsmaatregelen uitgevoerd zoals het reinigen, inspecteren en repareren van de riolering en de gemalen. Daarnaast worden plannen opgesteld om het stelsel te verbeteren en klaar te maken voor de toekomst.
De geplande onderzoeken, maatregelen en beheerwerkzaamheden voor de komende periode zijn in de onderstaande paragrafen uitgewerkt. In bijlage 7 is de volledige exploitatie opgenomen. Alle genoemde bedragen zijn exclusief BTW.
PROJECTENVERVANGING VAN VRIJVERVAL RIOLERING
Bij de vervanging van riolering in Barendrecht spelen er twee complicerende factoren:
In Barendrecht is veel gescheiden riolering aangelegd, waarbij een hemelwaterriool en een vuilwaterriool naast elkaar in de weg liggen. Het vuilwaterriool is hierbij vaak van veel slechtere kwaliteit dan het hemelwaterriool. De oorzaak hiervan is dat het vuilwaterriool in Barendrecht voornamelijk bestaat uit buizen van beton of gres. Nadeel van betonnen buizen is dat zij zeer gevoelig zijn voor aantasting door H2S gassen in het afvalwater. Nadeel van gres buizen is dat zij zeer gevoelig zijn voor ongelijke zettingen en daardoor snel scheuren. De kans op een breuk is bij buizen van gres groter dan bij buizen van beton of pvc. In wijken zoals Buitenoord en Paddewei en het Willem Alexanderplantsoen is hierdoor het vuilwaterriool vaak aan vervanging toe, terwijl het hemelwaterriool nog van goede kwaliteit is.
Figuur 7. Kwaliteitsverschil hemelwater en vuilwaterriool in dezelfde weg (bovenste deel figuur afkomstig van Kennisbank Riolering)
Door de aanleg van Carnisselande eind vorige eeuw, begin deze eeuw was er altijd al sprake van een vervangingspiek in de periode 2054-2073. De afgelopen jaren is daarnaast veel vuilwaterriolering uit de jaren ’70 van de vorige eeuw gerelined (bij een relining wordt een kunststof kous aangebracht in het riool). Deze riolering was sterk aangetast waardoor op meerdere locaties sprake is geweest van instorting van het riool. Het naastgelegen hemelwaterriool was vaak nog wel van goede kwaliteit en is daarom niet gerelined. De verwachting is dat de levensduur van dit hemelwaterriool maximaal opgerekt kan worden van de huidige 60 jaar naar circa 80 tot 100 jaar. Dit betekent dat het riool in de periode 2054-2073 vervangen moet worden. Omdat alleen vervangen van het hemelwaterriool vaak niet mogelijk is, zal dan ook het gerelinede vuilwaterriool in deze periode vervangen moeten worden. De vervangingspiek in de periode 2054 tot 2073 wordt hierdoor nog groter.
Met het uitgangspunt dat riolering een theoretische levensduur heeft van 60 jaar en de levensduur van een hemelwaterriool naast een gerelined vuilwaterriool opgerekt kan worden naar 80 tot 100 jaar is een vervangingsplanning opgesteld. Deze vervangingsplanning is weergegeven in figuur 9. De jaarlijkse lengte stelsel (1 meter vuilwaterbuis + 1 meter hemelwaterbuis = 1 meter stelsel) dat vervangen moet worden is weergegeven in figuur 8. In 2024 geldt het bestaande budget voor rioolvervanging en relining van € 1.170.000. In de periode 2025-2034 moet jaarlijks 1,7 kilometer stelsel vervangen worden. Theoretisch moet in 2055-2064 jaarlijks 7 kilometer stelsel vervangen worden.
Figuur 8. Lengte te vervangen stelsel per periode van 10 jaar
Figuur 9. Vervangingsplanning lange termijn
Om de vervangingspiek in 2055 tot 2074 te beperken tot uitvoerbare proporties wordt voorgesteld om de vervanging te spreiden (figuur 10). In de periode 2055-2084 moet in dit geval jaarlijks 3,5 kilometer stelsel vervangen worden. Voor de periode 2025-2034 blijft de opgave ongewijzigd 1,7 kilometer stelsel per jaar.
Figuur 10. Lengte te vervangen stelsel per periode van 10 jaar met spreiding
Voor de periode 2024-2029 zijn de volgende projecten in voorbereiding:
Figuur 11. Vervangingsplan 2024-2029
Zoals eerder aangegeven leidt het enkel relinen van de vuilwaterriolering tot een nog grotere vervangingspiek in de periode 2055-2074. In dit PSW zijn daarom twee varianten uitgewerkt voor de vervanging van het riool.
1.Klimaat- en toekomstgericht: alleen nog vervangen, niet meer relinen
In deze toekomstgerichte variant wordt riolering alleen nog vervangen in integrale projecten met weg- en groenbeheer. Er wordt gekozen voor een inrichting die bij extreme neerslag, langdurige droogte en hittegolven bijdraagt aan het voorkomen van overlast en schade. Maar ook zorgt voor veilige en fijne verblijfsplekken en robuuste groenstructuren. De integrale vervanging geeft buurten gebouwd tussen de jaren ’60 en ’80 weer een inrichting en uitstraling die voldoet aan de wensen van nu. Bij reconstructies op een schaalniveau van buurten wordt voorafgaand aan het technisch ontwerp een ruimtelijke ontwerp opgesteld.
Voorbeeld van een klimaatadaptieve inrichting met wadi en grasbetonstenen
Door de keuze te maken voor alleen maar vervangen, wordt de vervangingspiek in 2054-2073 niet verder vergroot. Daarnaast ontstaan mogelijkheden om drainage aan te leggen en het stelsel hydraulisch te verbeteren waardoor de kans op water op straat afneemt. Door de rioolvervanging wijkgericht uit te voeren en af te stemmen met de reconstructie van wegen kan op kosten bespaard worden en verder ingezet worden op klimaatadaptatie. Indien mogelijk worden grasbetontegels in parkeerplaatsen toegepast, worden wadi’s aangelegd waarin het regenwater geborgen en geïnfiltreerd kan worden of wordt waterpasserende verharding toegepast met een DT-riool (drainage-transport), DIT-riool (drainage-infiltratie-transport) of waterbergende wegfundering.
Kiezen voor deze variant betekent een keuze voor een wijkgerichte vernieuwing van de boven- en ondergrondse buitenruimte, waarmee men weer 50 tot 60 jaar vooruit kan. Hier staat tegenover dat ook vanuit wegbeheer de komende jaren jaarlijks 1,7 kilometer weg gereconstrueerd moet worden en de kosten hoger zijn dan bij 50% relinen (huidig beleid).
De kosten voor het vervangen van een rond 400 mm hemelwaterbuis, een rond 400 mm vuilwaterbuis, vervangen van de aansluitleidingen en aanleg van drainage zijn geraamd op € 1.060/m (bijlage 8). Voor een enkele buis is dit € 717/m. De kosten voor de wegreconstructie zijn hierin niet meegenomen en worden vanuit wegbeheer bekostigd. De benodigde bijdrage vanuit wegbeheer is € 600/m. De kosten voor klimaatadaptatie worden vanuit een apart budget bekostigd.
De totale kosten voor rioolvervanging en aanleg van drainage bedragen bij deze variant de komende 10 jaar € 1,75 miljoen/jaar exclusief klimaatmaatregelen. Hierbij is uitgegaan van diameters van 400 mm voor het nieuw aan te leggen riool. De benodigde bijdrage vanuit wegbeheer bij de vervangingsprojecten is € 1.020.000/jaar.
Voor de komende 6 jaar betekent de strategie dat het riool in de Talmaweg, Oude Dorp, Oude Haven, Noord IV en Paddewei vervangen wordt. Alle wijken worden hierbij opnieuw toekomstbestendig ingericht.
2.Doorzetten huidig beleid: 50% relinen en 50% vervangen
De afgelopen jaren is de strategie gehanteerd dat 50% van de riolering gerelined wordt en 50% van de riolering vervangen wordt. Deze keuze is in het verleden voornamelijk gemaakt om de kosten en overlast voor de omgeving te beperken. Relinen is goedkoper dan vervangen omdat er niet gegraven hoeft te worden en de weg intact blijft. Nadeel van relinen is dat de huisaansluitingen niet vernieuwd worden. Deze moeten bij de eerstvolgende wegreconstructie alsnog vervangen worden. Ook is er bij een relining geen mogelijkheid om het functioneren van het stelsel te verbeteren en de wijk klimaatadaptief in te richten. Vaak is een hydraulische verbetering van het stelsel nog wel noodzakelijk, omdat het riool in het verleden met minder zware eisen (buien) ontworpen is.
Een belangrijk aandachtspunt bij deze variant is de omgang met het verschil in kwaliteit tussen het hemelwaterriool en het vuilwaterriool. Wanneer de keuze wordt gemaakt in dezelfde straat wel het vuilwaterriool te relinen en niet het hemelwaterriool, bestaat het risico dat beide buizen over 30 jaar alsnog vervangen moeten worden. Bij de kostenberekening is er daarom vanuit gegaan dat zowel de hemelwaterbuis als de vuilwaterbuis gerelined worden.
De kosten voor het relinen van een rond 400 mm hemelwaterbuis, een rond 400 mm vuilwaterbuis en het vervangen van de huisaansluitingen hemelwater en vuilwater zijn geraamd op totaal € 604/m (bijlage 8). Voor een enkele buis is dit € 302/m.
Bij deze variant wordt ook 50% van het riool vervangen. De kosten voor het vervangen van een rond 400 mm hemelwaterbuis, een rond 400 mm vuilwaterbuis, vervangen van de aansluitleidingen en aanleg van drainage zijn geraamd op € 1.060/m (bijlage 8). Voor een enkele buis is dit € 717/m. De kosten voor de wegreconstructie zijn hierin niet meegenomen en worden vanuit wegbeheer bekostigd. De benodigde bijdrage vanuit wegbeheer is € 600/m. De kosten voor klimaatadaptatie worden vanuit een apart budget bekostigd.
De totale kosten voor rioolvervanging en relining bedragen bij deze variant de komende 10 jaar € 1,37 miljoen/jaar exclusief klimaatmaatregelen. Hierbij is uitgegaan van diameters van 400 mm voor het nieuw aan te leggen riool. De benodigde bijdrage vanuit wegbeheer bij de vervangingsprojecten is € 510.000/jaar.
Voor de komende 6 jaar betekent de strategie dat het riool in de Talmaweg, Oude Dorp, Oude Haven en Noord IV vervangen wordt. In de Paddewei wordt het riool grotendeels (75%) gerelined, er blijft ruimte om 25% van het riool te vervangen en hydraulische verbeteringen aan te brengen.
MAATREGELEN KLIMAAT
Klimaatmaatregelen worden soms in combinatie met rioolvervanging uitgevoerd, soms als zelfstandig project. Voorbeeld van een zelfstandig project is bijvoorbeeld de aanleg van waterbergende wegfundering in het centrum van Barendrecht. Omdat de aanleg van waterbergende wegfundering een uitbreiding is van het areaal (en geen vervanging) wordt op deze kosten ook afgeschreven. Voor het uitvoeren van klimaatmaatregelen wordt de komende 10 jaar jaarlijks een investeringsbedrag opgenomen van € 250.000. Met dit budget wordt onder andere waterberging aangelegd tussen het Achterom en de Mr. Lohmanstraat en ’t Vlak om het risico op wateroverlast in de toekomst te verminderen. De bijdrage aan de waterbergende fundering bij ’t Vlak en Achterom wordt begin 2025 gedaan.
NIEUWBOUW
In Barendrecht worden de komende 10 jaar circa 3.700 woningen gebouwd. Het grootste deel hiervan wordt gebouwd in het project De Stationstuinen. Ook in Lagewei en Vrouwenpolder wordt de komende jaren nog gebouwd. In de Zeeheldenwijk worden door Patrimonium woningen gesloopt en nieuw gebouwd.
In De Stationstuinen wordt ingezet op een groene, duurzame stedelijke ontwikkeling. De groenstructuur is een aaneenschakeling van verschillende soorten groene ruimten, allen met een eigen karakter. Het groen is aanwezig in alle hoeken van het gebied en maakt de wijk klimaatbestendig en draagt bij aan de biodiversiteit.
De wijk moet ruimte hebben om piekbuien op te vangen en zo onderlopende straten en waterschade te voorkomen. Door de hoeveelheid dichte verharding te minimaliseren, kan hemelwater op veel plekken direct infiltreren. Er moet daarnaast voldoende ruimte zijn om minimaal 50 mm hemelwater te bufferen en vertraagd af te voeren. Dit kan in de openbare ruimte maar ook op eigen terrein. Maatregelen op en rondom gebouwen kunnen ook een bijdrage leveren. Een effectief voorbeeld zijn polderdaken: daken waar water tijdelijk opgeslagen wordt zodat het later weggevoerd kan worden.
VERVANGING GEMALEN EN DRUKGEMALEN
Voor de gemalen en drukgemalen is een meerjarenplanning opgesteld voor de vervanging bouwkundig (pompputten), mechanisch (pompen) en elektrisch (besturing). De geraamde kosten bedragen:
Jaar
Kosten
2024
€ 265.000
2025
€ 404.300
2026
€ 387.700
2027
€ 116.500
2028
€ 107.800
2029
€ 273.600
De vervangingen van de gemalen worden direct in het jaar van uitvoering bekostigd.
VERVANGING PERSLEIDINGEN
Van veel drukriolering en persleidingen is het aanlegjaar onbekend. De komende periode wordt met behulp van oude revisietekeningen het aanlegjaar bepaald.
Over het algemeen kan gesteld worden dat de drukriolering aangelegd is na de jaren tachtig van de vorige eeuw. Bij een theoretische levensduur van 60 jaar zijn hier de komende 5 jaar geen vervangingen te verwachten. De oudste persleiding is de persleiding vanuit Dorpsstraat-Oost / ZML De Rank met een aanlegjaar van 1979. Ook deze persleiding is met een levensduur van 60 jaar nog niet aan vervanging toe. Voor de lange termijn zijn kosten voor de vervanging van de persleidingen in de kostendekkingsberekening opgenomen.
VERVANGING WATERHUISHOUDING
Elk jaar wordt ongeveer een vijfde deel van de beschoeiing gecontroleerd op functionaliteit. Op basis daarvan worden vervangingen ingepland. Jaarlijks is € 94.000 beschikbaar voor de vervanging van beschoeiingen.
Duikers hebben een levensduur van 60 tot 70 jaar. Bij reconstructies worden de duikers geïnspecteerd en zo nodig meegenomen in de vervanging.
PILOT OMBOUW VGS NAAR GESCHEIDEN
De komende periode wordt als pilot een verbeterd gescheiden stelsel omgebouwd naar een gescheiden stelsel. De afvoer naar andere gemalen en de zuivering wordt hierdoor beperkt. Voor de ombouw zijn maatregelen in het stelsel nodig en is onderzoek noodzakelijk naar eventuele foutaansluitingen (vuilwateraansluitingen op het hemelwaterriool). Voor de pilot is € 20.000 in 2024 gereserveerd onder het budget advieskosten.
ONDERHOUDREINIGING EN INSPECTIE RIOLERING
Het periodiek reinigen van het vrijverval stelsel gebeurt per onderhoudsblok. Hierbij wordt het riool eens in de 7 jaar gereinigd, circa 48 kilometer. Jaarlijks wordt 50% van het te reinigen riool geïnspecteerd. Het exacte te reinigen en te inspecteren areaal kan jaarlijks verschillen. De afgelopen jaren zijn de eenheidsprijzen voor reiniging en inspectie sterk gestegen. Het budget ‘Onderhoud schoonmaak en reinigingskosten’ is daarom vanaf 2023 verhoogd naar € 207.000. In 2023 is een nieuw inspectie- en reinigingsbestek aanbesteed. De kosten voor reinigen en inspectie zijn hierbij verder gestegen naar € 290.000 per jaar. Omdat ook het onderhoud van het grondwatermeetnet uit dit budget bekostigd wordt, is het budget in 2024 verhoogd naar € 300.000.
REINIGING KOLKEN
Jaarlijks worden de kolken gereinigd. Door stijgende prijzen is het budget in 2024 verhoogd naar € 123.000.
DAGELIJKS ONDERHOUD
Jaarlijks worden kleine reparaties uitgevoerd aan het riool. Het betreft reparaties van kolkaansluitingen of het ophalen van verzakte putten. Door stijgende prijzen is het budget in 2023 verhoogd naar € 335.000. In 2023 wordt het bestek ‘dagelijks onderhoud’ aanbesteed.
ONDERHOUD (DRUK)GEMALEN
Voor het beheer en onderhoud van de gemalen is een jaarlijks budget benodigd van € 147.600. In dit budget is een bijdrage (circa € 7.000) aan het waterschap opgenomen voor de persleiding van gemaal Drechtwaard naar het gemaal van het waterschap in Heerjansdam. Deze persleiding wordt door het waterschap onderhouden. De gemeente draagt jaarlijks bij aan de kosten voor dit onderhoud.
De energiekosten zijn aanzienlijk gestegen. Het budget voor energie is verhoogd van € 128.900 naar € 368.000. Tot slot worden jaarlijks kosten gemaakt voor het telemetriesysteem, waarin de werking van de gemalen wordt gemonitord. Het budget voor het telemetriesysteem is jaarlijks € 22.000.
STRAATVEGEN
Straatvegen (inclusief stortkosten) wordt voor een bedrag van € 163.000 (50%) doorbelast aan de rioolheffing. Deze keuze is te rechtvaardigen omdat vervuilde straten en kolken niet alleen leiden tot een ongewenst straatbeeld, maar ook leiden tot een vervuild riool. Ook neemt de kans op verstopping van de kolkaansluitingen af door de straat regelmatig te reinigen.
BAGGEREN EN ONDERHOUD WATERGANGEN
Baggeren en het onderhoud van de watergangen wordt voor een bedrag van € 171.400 (35%) doorbelast aan de rioolheffing. Goed onderhouden watergangen bevorderen de afvoer van hemelwater, daarnaast is een deel van de bagger afkomstig vanuit de riooloverstorten en uitlaten.
INKOMSTEN ANDERE GEMEENTEN EN WATERSCHAP
Het rioolwater van Portland wordt via het stelsel van Barendrecht naar de zuivering verpompt. Een deel van de beheerkosten wordt daarom doorbelast aan Albrandswaard. De verwachte inkomsten zijn € 6.600 per jaar.
Ook het afvalwater van Veren-Ambacht in Ridderkerk wordt geloosd op het stelsel van Barendrecht. De verwachte inkomsten zijn hiervoor € 6.700 per jaar.
Het eindgemaal Drechtwaard wordt onderhouden door de gemeente. Het waterschap Hollandse Delta draagt jaarlijks bij aan de onderhoudskosten. De verwachte inkomsten zijn € 14.700 per jaar.
De totale inkomsten zijn hiermee gelijk aan € 28.000 en worden geboekt op het budget ‘Werken voor derden’
ONDERZOEK EN PLANVORMINGVanuit het budget ‘Advieskosten (€ 50.000)’ worden aanvullende onderzoeken gefinancierd. Bij de onderzoeken wordt onderscheid gemaakt in de gezamenlijke onderzoeken met het waterschap en gemeente Barendrecht, Ridderkerk en Albrandswaard (Meten en monitoren) en gemeentespecifieke onderzoeken. Voor de komende planperiode worden de volgende onderzoeken voorzien:
METEN EN MONITOREN
Meten en monitoring is een gezamenlijk project van Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk en het waterschap Hollandse Delta. Met behulp van meetgegevens wordt beter inzicht gekregen in het functioneren van het systeem en worden mogelijke optimalisaties onderzocht. Het project moet leiden tot meer inzicht, slimmere investeringen en daardoor besparingen op de investeringen. Een mogelijke optimalisatie is het verminderen van de afvoer van regenwater vanuit de gescheiden gerioleerde woonwijken. Onderdeel van het meten en monitoringstraject is ook het in beeld brengen en zo nodig terugdringen van rioolvreemd water. Rioolvreemd water is bijvoorbeeld lekwater of oppervlaktewater dat het riool instroomt. De jaarlijkse kosten voor meten en monitoren bedragen voor de gemeente Barendrecht maximaal € 15.000.
GEMEENTESPECIFIEKE ONDERZOEKEN
Voor gemeentespecifieke onderzoeken is jaarlijks € 35.000 beschikbaar. De volgende onderzoeken worden onder andere uitgevoerd:
De verbetermaatregelen worden zo mogelijk in combinatie met rioolvervanging (Oude Dorp) uitgevoerd. Bij relatief kleine ingrepen kunnen maatregelen vanuit de reguliere onderhoudsbudgetten bekostigd worden. Wanneer aanvullende financiering noodzakelijk is wordt de gemeenteraad hierover geïnformeerd.
GRONDWATERMEETNET
De gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk hebben een gezamenlijk grondwatermeetnet. De jaarlijkse onderhoudskosten voor dit grondwatermeetnet bedragen voor de gemeente Barendrecht circa € 10.000 en worden bekostigd vanuit het budget ‘Onderhoud, schoonmaak en reinigingskosten’.
GEGEVENSBEHEER RIOLERING
Het verwerken van revisie- en inspectiegegevens wordt in eigen beheer uitgevoerd. De komende periode wordt ook de drainage aan het beheersysteem toegevoegd en worden de aanlegjaren van de mechanische riolering geinventariseerd.
MiddelenDe strategie zoals weergegeven in het vorige hoofdstuk is bepalend voor de benodigde personele capaciteit en financiële middelen. In dit hoofdstuk worden de consequenties van het beleid voor de personele capaciteit en de rioolheffing in beeld gebracht.
PERSONELE CAPACITEITIn 2024 is het ‘taakveld riolering’ weer ondergebracht in de eigen ambtelijke organisatie van gemeente Barendrecht. Het PSW gaat uit van de huidige 6,1 fte die werkzaam is voor het stedelijk water in Barendrecht. Gedurende de looptijd van het PSW monitoren we of deze capaciteit bijstelling behoeft. Tabel 2 geeft een overzicht van de huidige formatie.
Voorbereiding en toezicht van vervangingsprojecten wordt deels door de eigen organisatie uitgevoerd en deels uitbesteed. Bij uitbesteding komen de kosten voor inhuur personeel ten laste van het project.
Tabel 2. Huidige formatie Stedelijk Water
Functieprofiel
Huidige formatie Stedelijk Water (fte)
Beheerder
2,8
Buitendienst
3,0
Gegevensbeheerder
0,1
Toezicht gemalen
0,2
Totaal
6,1
RIOOLHEFFINGVoor de berekening van de rioolheffing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
RIOOLHEFFING, TWEE VARIANTEN
Met bovenstaande uitgangspunten is de benodigde rioolheffing voor de korte en lange termijn bepaald. Hierbij zijn twee varianten uitgewerkt zoals aangegeven in de strategie.
1.Klimaat- en toekomstgericht: alleen nog vervangen, niet meer relinen
In de eerste variant wordt alle riolering vervangen in integrale projecten met weg- en groenbeheer, relining wordt niet meer op grote schaal toegepast. De totale kosten voor rioolvervanging bedragen bij deze variant de komende 10 jaar € 1,75 miljoen/jaar exclusief klimaatmaatregelen.
De afgelopen jaren is in de rioolheffing niet gecorrigeerd voor inflatie. Door de stijgende kosten voor onder andere onderhoud en energie is het tekort in de huidige begroting € 1,4 miljoen per jaar. De heffing moet daarom de komende aanzienlijk stijgen. In variant 1 stijgt de heffing in 2024 met 3% (conform begroting 2024), in 2025 met 22%, in 2026 met 21%, in 2027 4% en in 2028 2%. Deze stijging is exclusief inflatiecorrectie voor de komende jaren.
Figuur 12. Rioolheffing variant 1
2.Doorzetten huidig beleid: 50% relinen en 50% vervangen
In de tweede variant wordt de huidige strategie gehandhaafd waarbij in de projecten 50% van het riool gerelined wordt en 50% van het riool vervangen wordt. De totale kosten voor rioolvervanging en relining bedragen bij deze variant de komende 10 jaar € 1,37 miljoen/jaar exclusief klimaatmaatregelen.
In variant 2 stijgt de heffing in 2024 met 3% (conform begroting 2024), in 2025 tot en met 2027 met 12% en in 2028 2%. Deze stijging is exclusief inflatiecorrectie voor de komende jaren.
Omdat op lange termijn meer riolering vervangen en gerelined moet worden, zet de stijging zich ook daarna door, maar stijgt de heffing wel minder snel. In figuur 12 is de stijging van de heffing bij variant 1 weergegeven. In bijlage 10 is de volledige heffingsberekening opgenomen.
Figuur 13. Rioolheffing variant 2
AFWEGING
De kosten voor variant 1 (volledig vervangen) zijn hoger dan voor variant 2 (50% vervangen, 50% relinen). De rioolheffing komt bij variant 1 10% tot 13% hoger uit dan bij variant 2. In tabel 3 is het verschil in heffing in 2028 weergegeven, het einde van deze PSW periode.
Tabel 3. Verschil in heffing in 2028 bij variant 1 en variant 2
Het verschil in heffing tussen variant 1 en variant 2 voor de lange termijn is voor een meerpersoonshuishouden in figuur 14 weergegeven.
Figuur 14. Verschil in heffing meerpersoonshuishouden variant 1 en 2
Naast de hogere kosten voor riolering zijn bij beide varianten de kosten vanuit wegbeheer hoger. De kosten vanuit wegbeheer bedragen bij variant 1 € 1.020.000, bij variant 2 is dit € 510.000.
Ondanks de hogere kosten wordt vanwege de kwaliteitsimpuls voor de buitenruimte voorgesteld te kiezen voor variant 1. Variant 1 heeft het voordeel dat de wijken volledig opnieuw worden ingericht zodat gekozen kan worden voor een inrichting die bij extreme neerslag, langdurige droogte en hittegolven bijdraagt aan het voorkomen van overlast en schade. Maar ook een inrichting die zorgt voor veilige en fijne verblijfsplekken en robuuste groenstructuren. De integrale vervanging geeft buurten gebouwd tussen de jaren ’60 en ’80 weer een inrichting en uitstraling die voldoet aan de wensen van nu.
De heffing (exclusief inflatie) voor de komende jaren is hierbij als volgt:
Tabel 4. Rioolheffing 2023-2028 bij keuze variant 1
De berekende rioolheffing in dit PSW is voorlopig. De heffing wordt ieder jaar bepaald op basis van actuele cijfers en gecorrigeerd voor inflatie.
De rioolheffing in Barendrecht is ondanks de stijging de komende jaren relatief laag. Landelijk was de gemiddelde heffing in 2023 voor een meerpersoonshuishouden € 224, voor een eenpersoonshuishouden was de gemiddelde heffing € 207. Barendrecht heeft het laagste tarief voor een eenpersoonshuishouden van heel Nederland.
Aldus besloten in de vergadering van de gemeenteraad Barendrecht van 27 februari 2024.
Bijlage 1Organisatie waterbeheer NederlandWaterbeheer is geen zaak van één partij, maar een samenspel van alle bestuurslagen in Nederland. Er is sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarbij taken in medebewind worden uitgevoerd. Dit betekent dat een zo helder mogelijke vastlegging van verantwoordelijkheden van de verschillende bij het waterbeheer betrokken overheden van groot belang is. In de Waterwet heeft dit globaal als volgt plaats gevonden:
Bron Organisatie waterbeheer - Kenniscentrum InfoMil geraadpleegd 21 februari 2023
Bijlage 2Bemalingsgebieden naar zuivering Bijlage 3Wegingsfactoren bepalen stabiliteitOm de kwaliteit van het riool te bepalen is gebruik gemaakt van de volgende wegingscijfers:
Deformatie (BAA), klasse 2
weging = 0,3
Deformatie (BAA), klasse 3:
weging = 0,7
Deformatie (BAA), klasse 4:
weging = 1,5
Deformatie (BAA), klasse 5:
weging = 2,0
Scheuren (BAB), klasse 2
weging = 0,2
Scheuren (BAB), klasse 4
weging = 0,3
Scheuren (BAB), klasse 5
weging = 0,6
Breuk/instorting (BAC), klasse 2
weging = 1,5
Breuk/instorting (BAC), klasse 3
weging = 2,0
Breuk/instorting (BAC), klasse 4
weging = 3,0
Aantasting (BAF), klasse 2
weging = 0,5
Aantasting (BAF), klasse 3
weging = 1,0
Aantasting (BAF), klasse 4
weging = 1,5
Aantasting (BAF), klasse 5
weging = 0,3
Defectieve lining (BAK), klasse 5
weging = 1,0
Bijlage 4Overzichte gemalen (exclusief drukgemalen)Code
Omschrijving
Soort
164
BBB Leerlooierij 47
Berg bezink voorziening
130
HG Drechtwaard
Hoofdgemaal
131
HG 2de Barendrechtse weg
Hoofdgemaal
138
HG Hamburg 196
Hoofdgemaal
148
HG Zwolseweg 39
Hoofdgemaal
152
HG Meerwedesingel 50
Hoofdgemaal
156
HG Middelweg 15
Hoofdgemaal
163
HG Kuilkant 87
Hoofdgemaal
171
HG Rietdekkerij 55
Hoofdgemaal
179
HG Sandelhout 12
Hoofdgemaal
180
HG Gemzenburg 1
Hoofdgemaal
189
HG Baanvakwei 1
Hoofdgemaal
191
OG Scheldestraat 3
Oppervlaktewater gemaal
196
OG Londen 15
Oppervlaktewater gemaal
197
OG Binnenlandse Baan 138 a
Oppervlaktewater gemaal
290-01
OG Noldijk 87
Oppervlaktewater gemaal
194
RW Maasstraat 34
Regenwater gemaal
100
RG Graaf Adolfstraat 16
Rioolgemaal
110
RG Eriks-akker 20
Rioolgemaal
111
RG 3e Barendrechtseweg 462
Rioolgemaal
112
RG Gebroken Meeldijk 30
Rioolgemaal
115
RG Zuideinde 76
Rioolgemaal
117
RG Bevershof 7
Rioolgemaal
128
RG 1e Barendrechtseweg 57
Rioolgemaal
132
RG Molenvliet
Rioolgemaal
136
RG Mandolinehof 15
Rioolgemaal
137
RG Bijdorp-Oost 59
Rioolgemaal
139
RG Noordersingel 30
Rioolgemaal
142
RG Talmaweg 1
Rioolgemaal
143
RG Notenhof 19
Rioolgemaal
144
RG De Notaris
Rioolgemaal
145
RG Karveel 7 a
Rioolgemaal
146
RG Spits 85
Rioolgemaal
151
RG Margrietsingel 18
Rioolgemaal
153
RG Smitshoek
Rioolgemaal
154
RG Reijerwaard
Rioolgemaal
155
RG Albert Schweitzerstraat 2
Rioolgemaal
158
RG Centrum
Rioolgemaal
160
RG Dorpsstraat-Oost 13 a
Rioolgemaal
161
RG Van Ravesteyndreef 58
Rioolgemaal
162
RG de Boom
Rioolgemaal
166
RG Zoommeer 19
Rioolgemaal
167
RG Zuidlaardemeer 22
Rioolgemaal
168
RG Sportpark Smitshoek
Rioolgemaal
169
RG Waaloever
Rioolgemaal
170
RG Schutleede 2
Rioolgemaal
172
RG Waddenring 86 a
Rioolgemaal
173
RG Van Duin-Akker 26
Rioolgemaal
174
RG Waterschoot
Rioolgemaal
175
RG Tumoba
Rioolgemaal
177
RG Reling 155
Rioolgemaal
178
RG Escudostraat 6
Rioolgemaal
Code
Omschrijving
Soort
182
RG Ebweg 58
Rioolgemaal
183
RG Van Hobokenhaven 3
Rioolgemaal
184
RG Swarttouwhaven 1
Rioolgemaal
186
RG Fennaweg 21
Rioolgemaal
187
RG Olijfhout 1
Rioolgemaal
188
RG Vrijenburglaan 300
Rioolgemaal
193
RG Brandsma-akker 2
Rioolgemaal
101
TG Gebroken Meeldijk 111
Tunnelgemaal
102
TG Klipper 44 a
Tunnelgemaal
103
TG Bark 88 a
Tunnelgemaal
104
TG Stationsweg 124
Tunnelgemaal
105
TG Bachlaan 4 a
Tunnelgemaal
106
TG Breslau 6
Tunnelgemaal
107
TG Smitshoeksebaan
Tunnelgemaal
108
TG Bergen 6 a
Tunnelgemaal
113
TG Zwolseweg 1
Tunnelgemaal
114
TG Heulweg 5
Tunnelgemaal
176
TG Vrijenburgweg 11
Tunnelgemaal
195
TG Kilweg 11
Tunnelgemaal
Bijlage 5OverstortenOverstort
Bemalingsgebied
Type
Drempel breedte (m)
Drempel hoogte (m NAP)
Zomerpeil ontvangend water (m NAP)
Waking (m)
Bergbezinkvoorziening (m3)
X
Y
110090
32. Riederhoek
Gemengd
1,50
-1,30
-1,60
0,30
120
92740
429940
231091
29. Oranjewijk
Gemengd
1,50
-1,62
-1,85
0,23
97944
429309
650147
15. Gaatkensoog
Gemengd
2,00
-1,10
-1,40
0,30
93499
429289
321504
25. Noord I, II en III
Dwa nooduitlaat
1,00
-1,76
-1,85
0,09
97003
430295
225001
1a. 1e Barendrechtseweg
VGS
1,00
-1,76
-2,00
0,24
96470
431255
225023
1b. 1e Barendrechtseweg
VGS
1,00
-1,37
-2,00
0,63
96652
431051
341723
2. 3e Barendrechtseweg
VGS
0,32
-1,37
-2,00
0,63
96363
428337
395001
3. Bijdorp
VGS
1,00
-1,40
-1,80
0,40
95476
430656
395022
3. Bijdorp
VGS
0,20
-1,54
-1,80
0,26
95831
430766
395036
3. Bijdorp
VGS
1,00
-1,49
-1,80
0,31
95480
430648
395058
3. Bijdorp
VGS
1,00
-1,72
-1,80
0,08
95498
430628
395066
3. Bijdorp
VGS
1,00
-1,48
-1,80
0,32
95707
430783
385002
4. Bedr. Bijdorp
VGS
1,00
-1,56
-2,00
0,44
95124
430726
385011
4. Bedr. Bijdorp
VGS
1,00
-1,53
-2,00
0,47
95580
430910
385014
4. Bedr. Bijdorp
VGS
1,00
-1,57
-2,00
0,43
95592
430906
385025
4. Bedr. Bijdorp
VGS
1,00
-1,38
-2,00
0,62
95123
430723
175832
6. Buitenoord I+II
VGS
1,00
-1,60
-1,70
0,10
96965
428788
185992
7. Buitenoord 3
VGS
0,90
-1,56
-1,70
0,14
97284
428787
186000
7. Buitenoord 3
VGS
1,50
-1,56
-1,70
0,14
97397
428812
445006
10. Cornelisland
VGS
1,50
-2,02
-2,40
0,38
97051
431836
405016
13. Dorpzicht
VGS
1,40
-1,60
-1,80
0,20
96001
430711
405043
13. Dorpzicht
VGS
2,00
-1,52
-1,80
0,28
96191
430509
405054
13. Dorpzicht
VGS
1,50
-1,60
-1,80
0,20
96092
430743
166375
6. Buitenoord I+II
VGS
0,90
-1,33
-1,52
0,19
96649
429733
167565
6. Buitenoord I+II
VGS
1,00
-1,41
-1,52
0,11
96381
429830
357351
16. Gebroken Meeldijk
VGS
0,80
-1,55
-1,90
0,35
98106
429866
357358
16. Gebroken Meeldijk
VGS
1,50
-1,55
-1,90
0,35
97951
430100
625257
17. Havenkwartier
VGS
1,50
-1,25
-1,40
0,15
93498
429294
625271
17. Havenkwartier
VGS
1,50
-1,30
-1,40
0,10
93687
429158
625294
17. Havenkwartier
VGS
1,50
-1,10
-1,40
0,30
93811
429001
625299
17. Havenkwartier
VGS
1,50
-1,25
-1,40
0,15
93709
429158
625305
17. Havenkwartier
VGS
1,50
-1,28
-1,40
0,12
93810
429020
345006
18b. Lagewei
VGS
1,00
-1,88
-2,00
0,12
96315
428506
725017
18b. Lagewei
VGS
1,00
-1,88
-2,00
0,12
96159
428537
725037
18b. Lagewei
VGS
1,45
-1,72
-2,00
0,28
96164
428930
725049
18b. Lagewei
VGS
1,45
-1,67
-2,00
0,33
95976
428982
725063
18b. Lagewei
VGS
1,45
-1,93
-2,00
0,07
95988
428668
725095
18b. Lagewei
VGS
1,70
-1,67
-2,00
0,33
95645
429095
725117
18. Vrouwepolder
VGS
1,50
-1,70
-2,00
0,30
95296
429088
725141
18b. Lagewei
VGS
1,00
-1,75
-2,00
0,25
96275
428737
645442
19. Meerwede Lintzone
VGS
1,00
-1,32
-1,60
0,28
93550
430029
645455
19. Meerwede Lintzone
VGS
1,00
-1,29
-1,60
0,31
94441
430058
645256
20. Meerwede
VGS
1,00
-0,91
-1,60
0,69
93666
429970
645275
20. Meerwede
VGS
1,00
-1,50
-1,60
0,10
93645
429694
645279
20. Meerwede
VGS
1,00
-1,20
-1,60
0,40
93826
429949
645291
20. Meerwede
VGS
1,00
-1,20
-1,60
0,40
93871
429687
645300
20. Meerwede
VGS
1,00
-1,40
-1,60
0,20
94327
430011
645329
20. Meerwede
VGS
1,00
-1,48
-1,60
0,12
94137
429760
645333
20. Meerwede
VGS
1,00
-1,34
-1,60
0,26
94085
429942
645103
20. Meerwede
VGS
1,00
-1,36
-1,60
0,24
93625
429386
645119
20. Meerwede
VGS
1,00
-1,40
-1,60
0,20
93863
429422
645137
20. Meerwede
VGS
1,00
-1,45
-1,60
0,15
93646
429651
645162
20. Meerwede
VGS
1,00
-1,50
-1,60
0,10
93867
429645
645174
20. Meerwede
VGS
1,00
-1,32
-1,60
0,28
94275
429356
645190
20. Meerwede
VGS
1,00
-1,32
-1,60
0,28
94066
429396
645208
20. Meerwede
VGS
1,00
-1,41
-1,60
0,19
94412
429625
645239
20. Meerwede
VGS
1,00
-1,52
-1,60
0,08
94066
429693
645362
21a. Zoommeer
VGS
1,00
-0,97
-1,60
0,63
93771
429329
645372
21c. IJmeer
VGS
1,00
-1,49
-1,60
0,11
94354
429232
645402
21b. Reling
VGS
1,00
-1,34
-1,60
0,26
93784
429286
645420
21b. Reling
VGS
1,00
-1,37
-1,60
0,23
94096
429228
705101
22. Kilweg Noord
VGS
1,20
-1,87
-2,00
0,13
95163
428781
337207
23. Molenvliet
VGS
1,00
-1,54
-1,70
0,16
96173
429072
367617
24. Nieuweland
VGS
1,70
-1,16
-1,52
0,36
95250
429855
367629
24. Nieuweland
VGS
1,00
-1,31
-1,52
0,21
95340
429814
367630
24. Nieuweland
VGS
1,00
-1,30
-1,52
0,22
95341
429815
367705
24. Nieuweland
VGS
1,50
-1,25
-1,52
0,27
95148
430166
367736
24. Nieuweland
VGS
1,30
-1,20
-1,52
0,32
95666
430275
367743
24. Nieuweland
VGS
1,50
-1,23
-1,52
0,29
95635
430038
367755
24. Nieuweland
VGS
1,50
-1,31
-1,52
0,21
95371
430049
367794
24. Nieuweland
VGS
1,30
-1,16
-1,52
0,36
95679
430273
367903
23. Molenvliet
VGS
1,00
-1,17
-1,52
0,35
95736
429291
367905
23. Molenvliet
VGS
1,00
-1,27
-1,52
0,25
95338
429405
367906
23. Molenvliet
VGS
1,00
-1,25
-1,52
0,27
95337
429406
315004
28. Noord IV
VGS
1,00
-1,79
-1,85
0,06
97449
429696
236108
28. Noord IV
VGS
0,80
-1,37
-1,70
0,33
97270
429554
236222
29. Oranjewijk
VGS
1,00
-1,41
-1,70
0,29
97719
429358
237454
29. Oranjewijk
VGS
1,20
-1,47
-1,70
0,23
97379
429186
145347
30. Paddewei
VGS
0,20
-1,10
-1,52
0,42
96369
430076
145489
30. Paddewei
VGS
0,73
-1,18
-1,52
0,34
96368
429533
145494
30. Paddewei
VGS
0,73
-1,28
-1,52
0,24
96368
429538
145505
13. Dorpzicht
VGS
1,00
-1,77
-1,85
0,08
96386
430756
145515
25. Noord I, II en III
VGS
2,50
-1,38
-1,85
0,47
96412
430408
375104
31. Reijerwaard
VGS
1,50
-2,24
-2,40
0,16
97185
431666
375111
31. Reijerwaard
VGS
2,00
-2,02
-2,40
0,38
97343
431535
375131
31. Reijerwaard
VGS
1,50
-2,16
-2,40
0,24
97113
431321
375134
31. Reijerwaard
VGS
2,00
-2,20
-2,40
0,20
97004
431488
635114
32. Riederhoek
VGS
1,50
-1,34
-1,60
0,26
93409
430040
635119
32. Riederhoek
VGS
1,50
-1,48
-1,60
0,12
93116
430186
635161
32. Riederhoek
VGS
1,50
-1,30
-1,60
0,30
93215
429746
635215
35. Smitshoek gem
VGS
1,50
-1,43
-1,60
0,17
92755
430160
635242
32. Riederhoek
VGS
1,00
-1,42
-1,60
0,18
93013
430236
635249
32. Riederhoek
VGS
1,00
-1,44
-1,60
0,16
92842
429881
115041
35b. Heulweg O
VGS
1,00
-1,60
-2,00
0,40
92632
430605
115044
35b. Heulweg O
VGS
1,00
-1,60
-2,00
0,40
92633
430552
715002
37. Sportpark Smitshoek
VGS
0,50
-1,77
-2,00
0,23
93079
430576
415002
39. Ter Leede
VGS
1,00
-1,76
-2,00
0,24
96750
428505
415013
39. Ter Leede
VGS
1,00
-1,62
-2,00
0,38
96710
428822
415023
39. Ter Leede
VGS
1,00
-1,65
-2,00
0,35
96779
428706
415030
39. Ter Leede
VGS
1,00
-1,74
-2,00
0,26
96821
428622
415048
39. Ter Leede
VGS
1,00
-1,63
-2,00
0,37
96892
428703
415062
39. Ter Leede
VGS
1,00
-1,78
-2,00
0,22
96567
428862
415109
39. Ter Leede
VGS
1,00
-1,81
-2,00
0,19
96534
428623
415122
39. Ter Leede
VGS
1,00
-1,72
-2,00
0,28
96537
428841
625212
17. Havenkwartier
VGS
1,00
-1,27
-2,00
0,73
94602
429063
625216
17. Havenkwartier
VGS
1,00
-1,42
-2,00
0,58
94587
428908
615103
42. Vaanpark 2+3
VGS
1,50
-1,20
-1,60
0,40
94603
429267
615109
42. Vaanpark 2+3
VGS
1,50
-1,37
-1,60
0,23
94627
429492
615120
42. Vaanpark 2+3
VGS
1,50
-1,54
-1,60
0,06
94643
429658
615123
42. Vaanpark 2+3
VGS
1,50
-1,36
-1,60
0,24
94822
429812
615135
42. Vaanpark 2+3
VGS
0,80
-1,44
-1,60
0,16
94548
429813
615152
42. Vaanpark 2+3
VGS
1,50
-1,41
-1,60
0,19
94831
430140
615157
42. Vaanpark 2+3
VGS
1,50
-1,25
-1,60
0,35
94686
430076
615166
42. Vaanpark 2+3
VGS
1,50
-1,06
-1,60
0,54
94665
429876
615168
42. Vaanpark 2+3
VGS
1,50
-1,43
-1,60
0,17
94831
429848
695109
43. Vaanpark IV
VGS
1,00
-1,68
-2,00
0,32
94735
430801
695116
43. Vaanpark IV
VGS
1,00
-1,72
-2,00
0,28
94774
430347
685101
44. Vrijenburg O
VGS
1,00
-1,69
-2,00
0,31
94501
430670
685132
44. Vrijenburg O
VGS
1,50
-1,39
-2,00
0,61
94026
430121
685151
44. Vrijenburg O
VGS
1,00
-1,61
-2,00
0,39
94256
430271
685164
44. Vrijenburg O
VGS
1,00
-1,84
-2,00
0,16
94176
430706
685185
44. Vrijenburg O
VGS
1,00
-1,60
-2,00
0,40
94017
430374
685216
44b. Vrijenburg Noord
VGS
0,70
-0,42
-2,00
1,58
94153
430788
685228
44b. Vrijenburg Noord
VGS
0,70
-0,55
-2,00
1,45
94429
430762
675006
45. Vrijenburg W
VGS
1,00
-1,60
-2,00
0,40
93986
430352
675030
45. Vrijenburg W
VGS
1,20
-1,79
-2,00
0,21
93714
430301
675036
45. Vrijenburg W
VGS
1,50
-1,71
-2,00
0,29
93908
430822
675053
45. Vrijenburg W
VGS
1,00
-1,81
-2,00
0,19
93575
430601
675092
45. Vrijenburg W
VGS
1,00
-1,81
-2,00
0,19
94045
430747
675111
45. Vrijenburg W
VGS
1,00
-1,60
-2,00
0,40
93986
430385
675124
45. Vrijenburg W
VGS
1,00
-1,60
-2,00
0,40
93633
430323
665108
46b. Vrijheidsakker
VGS
1,00
-1,63
-2,00
0,37
93371
430706
665110
46b. Vrijheidsakker
VGS
1,10
-1,55
-2,00
0,45
93505
430541
665112
46b. Vrijheidsakker
VGS
1,50
-1,56
-2,00
0,44
93348
430349
665114
46b. Vrijheidsakker
VGS
1,00
-1,63
-2,00
0,37
93190
430372
665201
46c. Vrijheidsakker N
VGS
1,40
-1,69
-2,00
0,31
93499
430722
425104
48. Waaloever
VGS
1,00
-0,87
-1,00
0,13
97984
428207
625101
17. Havenkwartier
VGS
1,00
-1,23
-1,40
0,17
94103
429169
625118
17. Havenkwartier
VGS
1,00
-1,11
-1,40
0,29
94361
428944
625134
17. Havenkwartier
VGS
1,00
-1,23
-1,40
0,17
94049
429013
625170
17. Havenkwartier
VGS
1,00
-1,21
-1,40
0,19
94144
428859
295002
51. Ziedewij
VGS
2,00
-1,61
-1,90
0,29
98223
429635
295015
51. Ziedewij
VGS
2,00
-1,61
-1,90
0,29
98048
429446
367379A
23. Molenvliet
VGS
1,00
-1,22
-1,52
0,30
95711
429488
236198A
29. Oranjewijk
VGS
1,00
-1,44
-1,70
0,26
97543
429249
725103
18. Vrouwepolder
VGS
1,50
-1,70
-2,00
0,30
95531
428757
725157
18. Vrouwepolder
VGS
1,50
-1,70
-2,00
0,30
95473
429134
396043
3. Bijdorp
VGS
1,00
-1,72
-1,80
0,08
95863
430478
405064
13. Dorpzicht
VGS
1,00
-1,60
-1,80
0,20
96077
430509
635272
32. Riederhoek
VGS
1,00
-1,44
-1,60
0,16
92922
429928
Bijlage 6Kaart overstorten Bijlage 7Exploitatie rioleringLASTEN
FCL
Omschrijving
Kostensoort
Omschrijving
Begroot 2024
PSW 2024
PSW 2025
672200
Riolering planmatig onderhoud
230000
Afschrijvingslasten
€ 209.600
€ 209.600
€ 210.000
672200
Riolering planmatig onderhoud
341000
Belastingen
€ 10.300
€ 10.300
€ 10.300
672200
Riolering planmatig onderhoud
343103
Onderhoud schoonmaak en reinigingskosten
€ 207.000
€ 300.000
€ 300.000
672200
Riolering planmatig onderhoud
343200
Verzekeringen
€ 500
€ 500
€ 500
672200
Riolering planmatig onderhoud
343401
Advieskosten
€ 50.000
€ 70.0001
€ 50.000
672200
Riolering planmatig onderhoud
422201
Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen
€ 74.000
€ 74.000
€ 74.000
672200
Riolering planmatig onderhoud
600751
BD Mutatie vz beklemde middelen riolering
€ -
€ -
€ -
672200
Riolering planmatig onderhoud
600905
BD Mutatie vz vervanging riolering
€ 1.435.000
€ 1.435.000
€ 2.154.0002
672200
Riolering planmatig onderhoud
610000
Rentetoerekening vanuit Activa
€ 28.300
€ 28.300
€ 26.000
672201
Riolering dagelijks onderhoud
343100
Onderhoudskosten
€ 335.000
€ 335.000
€ 335.000
672215
Overige gemalen
310000
Energiekosten
€ 368.000
€ 368.000
€ 368.000
672215
Overige gemalen
341000
Belastingen
€ 200
€ 200
€ 200
672215
Overige gemalen
343180
Onderhoud riolen en gemalen
€ 134.200
€ 147.620
€ 147.620
672215
Overige gemalen
343200
Verzekeringen
€ 4.600
€ 4.600
€ 4.600
672215
Overige gemalen
340407
Werken voor derden
€ -13.300
€ -28.000
€ -28.000
672220
Gemalenbeheerssysteem
343102
Onderhoud software
€ 4.000
€ 4.000
€ 4.000
672220
Gemalenbeheerssysteem
343500
Telefoonkosten en datacommunicatie
€ 18.000
€ 18.000
€ 18.000
Totaal directe begrote kosten
€ 2.865.400
€ 2.977.120
€ 3.674.220
TOEGEREKENDE KOSTEN
Kwijtschelding RIOG woningen
€ 106.300
€ 106.300
€ 106.300
Personeelskosten
€ 440.100
€ 440.100
€ 440.100
Overhead over personeel
€ 422.500
€ 422.500
€ 422.500
Materieel
€ 6.400
€ 6.400
€ 6.400
Kolkenreinigen
€ 111.000
€ 123.000
€ 123.000
Straatvegen
€ 163.100
€ 163.100
€ 163.100
Baggeren en onderhoud watergangen
€ 171.400
€ 171.400
€ 171.400
Compensabele BTW exploitatie 21%
€ 249.900
€ 276.500
€ 272.300
Compensabele BTW investeringen 21%
€ 295.600
€ 256.148
€ 384.4892
Totaal toegerekende kosten
€ 1.966.300
€ 1.965.448
€ 2.089.589
TOTAAL LASTEN
€ 4.831.700
€ 4.942.568
€ 5.763.809
BATEN
672600
Baten rioolrecht
401010
Rioolrecht op niet woningen - gebruikersdeel
€ -684.600
€ -684.600
€ -835.0002
672600
Baten rioolrecht
402000
Rioolrecht op woningen - gebruikersdeel
€ -2.757.400
€ -2.757.400
€ -3.365.0002
TOTAAL OPBRENGST RIOOLHEFFING
€ -3.442.000
€ -3.442.000
€ -4.200.000
SALDO VERREKENEN MET VOORZIENING (- = aanwenden/ + = storten)
672200
Riolering planmatig onderhoud
600751
BD Mutatie vz beklemde middelen riolering
€ -1.389.700
€ -1.500.568
€ -1.563.809
Vervangen dubbel stelsel
Diameter
Rioolvervanging
Aanleg drainage
Totaal
300
€ 831
€ 98
€ 929
400
€ 962
€ 98
€ 1.060
500
€ 1.108
€ 98
€ 1.206
600
€ 1.304
€ 98
€ 1.402
700
€ 1.940
€ 98
€ 2.038
Vervangen enkel stelsel
Diameter
Rioolvervanging
Aanleg drainage
Totaal
300
€ 636
nvt
€ 636
400
€ 717
nvt
€ 717
500
€ 848
nvt
€ 848
600
€ 978
nvt
€ 978
700
€ 1.386
nvt
€ 1.386
Relinen (enkele buis en enkele aansluiting), bij dubbel stelsel prijzen x2
Diameter
Relining
Vervanging perceel-aansluiting
Totaal
300
€ 219
€ 29
€ 248
400
€ 274
€ 29
€ 302
500
€ 370
€ 29
€ 398
600
€ 452
€ 29
€ 481
700
€ 534
€ 29
€ 563
Bijlage 9InvesteringenInvesteringen
Jaar
Vrijverval variant 1
Vrijverval variant 2
Persleidingen
Gemalen
Klimaat
2023
€ 1.170.000
€ 1.170.000
€ 401.000
2024
€ 1.170.000
€ 1.170.000
€ 265.000
2025
€ 1.750.000
€ 1.370.000
€ 404.000
€ 250.000
2026
€ 1.750.000
€ 1.370.000
€ 388.000
€ 250.000
2027
€ 1.750.000
€ 1.370.000
€ 117.000
€ 250.000
2028
€ 1.750.000
€ 1.370.000
€ 108.000
€ 250.000
2029
€ 1.750.000
€ 1.370.000
€ 281.000
€ 250.000
2030
€ 1.750.000
€ 1.370.000
€ 281.000
€ 250.000
2031
€ 1.750.000
€ 1.370.000
€ 281.000
€ 250.000
2032
€ 1.750.000
€ 1.370.000
€ 281.000
€ 250.000
2033
€ 1.750.000
€ 1.370.000
€ 281.000
€ 250.000
2034
€ 1.750.000
€ 1.370.000
€ 281.000
€ 250.000
2035
€ 2.240.000
€ 1.740.000
€ 281.000
2036
€ 2.240.000
€ 1.740.000
€ 281.000
2037
€ 2.240.000
€ 1.740.000
€ 281.000
2038
€ 2.240.000
€ 1.740.000
€ 308.000
€ 281.000
2039
€ 2.240.000
€ 1.740.000
€ 281.000
2040
€ 2.240.000
€ 1.740.000
€ 281.000
2041
€ 2.240.000
€ 1.740.000
€ 281.000
2042
€ 2.240.000
€ 1.740.000
€ 281.000
2043
€ 2.240.000
€ 1.740.000
€ 281.000
2044
€ 2.240.000
€ 1.740.000
€ 281.000
2045
€ 3.080.000
€ 2.410.000
€ 281.000
2046
€ 3.080.000
€ 2.410.000
€ 281.000
2047
€ 3.080.000
€ 2.410.000
€ 281.000
2048
€ 3.080.000
€ 2.410.000
€ 564.000
€ 281.000
2049
€ 3.080.000
€ 2.410.000
€ 564.000
€ 281.000
2050
€ 3.080.000
€ 2.410.000
€ 564.000
€ 281.000
2051
€ 3.080.000
€ 2.410.000
€ 564.000
€ 281.000
2052
€ 3.080.000
€ 2.410.000
€ 564.000
€ 281.000
2053
€ 3.080.000
€ 2.410.000
€ 564.000
€ 281.000
2054
€ 3.080.000
€ 2.410.000
€ 564.000
€ 281.000
2055
€ 3.610.000
€ 2.820.000
€ 564.000
€ 281.000
2056
€ 3.610.000
€ 2.820.000
€ 564.000
€ 281.000
2057
€ 3.610.000
€ 2.820.000
€ 564.000
€ 281.000
2058
€ 3.610.000
€ 2.820.000
€ 230.000
€ 281.000
2059
€ 3.610.000
€ 2.820.000
€ 230.000
€ 281.000
2060
€ 3.610.000
€ 2.820.000
€ 230.000
€ 281.000
2061
€ 3.610.000
€ 2.820.000
€ 230.000
€ 281.000
2062
€ 3.610.000
€ 2.820.000
€ 230.000
€ 281.000
Bijlage 10Rioolheffingvariant 1: 100% vervangen
variant 2: 50% vervangen 50% relinen
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente Barendrecht:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn