Verordening rioolheffing 2022 (Gemeente Uithoorn)
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Uithoorn op 28 december 2021
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Verordening rioolheffing 2022 (Gemeente Uithoorn) |
| Instantie: | Gemeente Uithoorn |
| Regio: | Regio Amstelveen |
| Uitgegeven: | 28 december 2021 |
| Code: | gmb-2021-479011 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van de gemeente Uithoorn
Verordening rioolheffing 2022
De raad van de gemeente Uithoorn;gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 november 2021, nr.RV21. ;
gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;
b e s l u i t :
vast te stellen de :
Verordening rioolheffing 2022
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt:
Artikel 2
Belastingplicht1.
Onder de naam 'rioolheffing' wordt per eigendom een belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
2.De belasting als bedoeld onder het eerste lid, wordt geheven van:
Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
4.Met betrekking tot het gebruikersdeel wordt als gebruiker aangemerkt:
In afwijking van artikel 2, tweede lid, onderdeel b juncto het vierde lid, wordt voor de heffing van de belasting als bedoeld in artikel 2 lid 1, in de gevallen dat het een bedrijfsverzamelgebouw betreft waarbij er sprake is van één watermeter, als gebruiker aangemerkt, de eigenaar van het eigendom.
Artikel 3
Zelfstandige gedeelten
Indien gedeelten van een in artikel 2 bedoeld eigendom blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de bedragen geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt.
Artikel 4
Maatstaf van heffing1.
De belasting als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, wordt geheven naar een vast bedrag per eigendom.
2.De belasting als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, wordt geheven naar een variabel bedrag voor het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd voor zo ver dat meer bedraagt dan vijfhonderd (500) kuub. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de gebruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
3.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:
De eerste volzin is niet van toepassing indien de vaststelling van hoeveel opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
4.De op de voet van het tweede en derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of gepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd.
5.Indien een eigendom niet is voorzien van een door het waterleidingbedrijf verstrekte watermeter en/of een pompinstallatie als bedoeld in artikel 4, derde lid, en door vergelijking met soortgelijke eigendommen het vermoeden bestaat dat meer dan vijfhonderd (500) kubieke meters afvalwater wordt afgevoerd, stelt de in artikel 231 Gemeentewet bedoelde ambtenaar de hoeveelheid afgevoerd afvalwater vast.
6.Het bepaalde in artikel 4, vierde lid, lijdt uitzondering indien de gebruiker van een daar bedoeld eigendom een door burgemeester en wethouders goedgekeurde meetinstallatie aanbrengt, waarvan het waterverbruik kan worden afgelezen. In dat geval is artikel 4, tweede lid, van toepassing, met dien verstande dat de verbruiksperiode wordt gesteld op de aan het belastingjaar voorafgaande periode 1 januari tot en met 31 december.
7.Indien de hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water in een voor een belastingjaar relevante verbruiksperiode niet, of onvoldoende, met toepassing van artikel 4, tweede lid, kan worden vastgesteld, stelt de heffingsambtenaar de hoeveelheid afgevoerd afvalwater vast.
Artikel 5
Tarieven1.
Het vaste bedrag voor het eigenarendeel als bedoeld in artikel 2, tweede lid onderdeel a juncto artikel 4, eerste lid, bedraagt per eigendom per jaar € 234,86.
2.Het variabele bedrag voor het gebruikersdeel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b juncto artikel 4, tweede lid, bedraagt per eigendom per jaar per kubieke meter afvalwater € 1,56.
3.De tarieven genoemd in lid 1 en 2 van dit artikel, zijn inclusief de verschuldigde omzetbelasting.
Artikel 6
Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 7
Wijze van heffing1.
De belasting als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a juncto artikel 4, eerste lid, wordt geheven bij wege van aanslag.
2.De belasting als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b juncto artikel 4, tweede lid, wordt geheven bij wege van aanslag.
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang1.
Ten aanzien van de verschuldigde belasting als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a juncto artikel 4, eerste lid (vast bedrag) geldt dat de belasting verschuldigd is bij het begin van het belastingjaar.
2.Ten aanzien van de verschuldigde belasting als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b juncto artikel 4, tweede lid (variabel bedrag) geldt dat:
Artikel 9
Termijnen van betaling
Ten aanzien van de wijze van heffing als bedoeld in artikel 7, eerste lid:
Ten aanzien van de wijze van heffing als bedoeld in artikel 7, tweede lid:
Artikel 10
Verlenen kwijtschelding1.
Er wordt geen kwijtschelding verleend voor de belasting als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a juncto artikel 4, eerste lid.
2.Er wordt geen kwijtschelding verleend voor de belasting als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel b juncto artikel 4, tweede lid.
Artikel 11
Inwerkingtreding1.
De “Verordening rioolheffing 2021” wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.
2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking, met dien verstande dat indien de bekendmaking vóór 1 januari 2022 plaatsvindt, de verordening niet eerder in werking treed dan de in het derde lid genoemde datum.
3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.
4.Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening rioolheffing 2022”.
Vastgesteld in de openbare vergadering van de
raad van Uithoorn van 23 december 2021, nr.
De griffier,
(mr. J.H. van Leeuwen)
De voorzitter,
(dhr. P. Heiliegers)
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente Uithoorn:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn