Beleidskaders Inburgering Brabantse Wal 2022 (Gemeente Steenbergen)
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Steenbergen op 28 december 2021
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Beleidskaders Inburgering Brabantse Wal 2022 (Gemeente Steenbergen) |
| Instantie: | Gemeente Steenbergen |
| Regio: | Regio Roosendaal |
| Uitgegeven: | 28 december 2021 |
| Code: | gmb-2021-478235 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van de gemeente Steenbergen
Beleidskaders Inburgering Brabantse Wal 2022
De raad van de gemeente Steenbergen;In behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 november 2021
Gelet op:
Het voorstel van het college van 16 november 2021;
De artikelen 13 tot en met 17, 22, 23 en 26 van de Wet inburgering 2021;
Het advies van de cliëntenraad Intergemeentelijke Sociale Dienst Brabantse Wal.
Besluit:
de Beleidskaders Inburgering Brabantse Wal 2022 als volgt vast te stellen:
1.Inleiding & Aanleiding
1.1.
Inleiding
Per 1 januari 2022 treedt de nieuwe wet inburgering in werking. De Brabantse Wal gemeenten worden verantwoordelijk voor (regievoering op) het inburgeringsproces van de aan hen toegewezen inburgeringsplichtigen. Met als doel dat zij zo snel mogelijk zelfstandig mee kunnen doen aan de Nederlandse maatschappij, het liefst met betaald werk. In het huidige stelsel ligt de verantwoordelijkheid voor het inburgeringstraject bij de inburgeringsplichtigen zelf. Dat betekent niet dat de gemeenten hierin geen rol hebben. Zij zijn sinds 1 januari 2017 verantwoordelijk voor de maatschappelijke begeleiding en het participatieverklaringstraject (PVT) van de inburgeraars en komen vanuit de Participatiewet uiteraard ook met deze doelgroep in aanraking.
De belangrijkste wijziging met de komst van de nieuwe wet inburgering, is dat gemeenten in het nieuwe inburgeringsstelsel de regie hebben over de uitvoering van de inburgering. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van inburgeringsplichtigen gedurende hun inburgering. De verantwoordelijkheid om te voldoen aan de inburgeringsplicht ligt, net als in het huidige stelsel, bij de inburgeringsplichtigen zelf. Maar de gemeenten hebben een centrale rol en krijgen extra taken, zoals het uitvoeren van een brede intake, opstellen van een persoonlijk inburgeringsplan (PIP) en het aanbieden van passende leerroutes en trajectbegeleiding. Een visualisatie van de volledige klantreis is terug te vinden in bijlage 1: Klantreis nieuwe wet inburgering.
1.2.
Problemen huidige stelsel
Het huidige inburgeringsstelsel voldoet niet langer. De marktwerking heeft geleid tot tal van malafide taalscholen. Ook daagt het systeem inburgeraars niet uit om het maximale uit hun inburgeringstraject te halen. Te veel inburgeraars leggen examens af onder hun niveau om er zeker van te zijn dat ze het halen en DUO niet terug hoeven te betalen. Tegelijkertijd belemmert het huidig systeem om inburgering te combineren met studie of (vrijwilligers)werk, doordat de inburgeringsverplichtingen niet aansluiten op de verplichtingen die een opleiding of werk met zich meebrengen. Het is bijvoorbeeld heel vaak niet mogelijk een taalcursus in de avonduren te volgen voor mensen die overdag werken of naar school gaan. Ook is er inhoudelijk weinig ruimte voor maatwerk, waardoor de Nederlandse les niet aansluit op de behoeften en talenten van het individu en wat deze straks nodig heeft op de arbeidsmarkt. Een deel van de statushouders vraagt om verschillende redenen ontheffing aan van het inburgeringsexamen. Dat kan bij aantoonbare inspanning. Dit alles heeft gevolgen voor de verdere carrière en integratie in Nederland. Het hele inburgeringstelsel staat op zichzelf, mist samenhang en kent geen regie op het proces. De resultaten zijn dusdanig slecht dat het Rijk per 1 januari 2022 een nieuw inburgeringsstelsel invoert, waarin gemeenten de regierol krijgen.
1.3.
Kansen voor de Brabantse Wal
Op de Brabantse Wal zien we de gevolgen van het huidige inburgeringsstelsel. Doordat inburgeraars de taal onvoldoende beheersten, is het lastig om deel te nemen aan de samenleving. We zien dat veel inburgeraars moeite hebben met het vinden van een baan, waardoor ze langdurig beroep doen op een bijstandsuitkering. Daarnaast zorgt onvoldoende taalbeheersing voor obstakels in het dagelijks leven. Denk aan het communiceren met de buren, de school van de kinderen, de dokter, psycholoog et cetera. Taalbeheersing heeft invloed op alle levensgebieden: financiën, wonen, zorg, gezin en werk. Een goede taalbeheersing is dus de basis voor het volledig meedoen in de samenleving.
De hervorming van het inburgeringsstelsel biedt ons een kans om meer invloed uit te oefenen op het totale inburgeringstraject van inburgeraars op de Brabantse Wal. Het nieuwe stelsel beoogt maatwerk. Wie is de inburgeringsplichtige die moet inburgeren? Wat kan deze persoon en wat wil deze? Hoe kunnen zijn of haar talenten goed op onze samenleving aansluiten? Het leren van de taal moet goed samengaan met studie, stage en (vrijwilligers)werk. Inburgeren heeft de beste kans van slagen als dit aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van de inburgeraar. De uitvoering van de Wet Inburgering is een wettelijke taak van gemeenten. Gemeenten hebben echter wel beleidsvrijheid. In dit beleidsplan schetsen we de kaders die de basis vormen voor een samenhangende ondersteuning van inburgeringsplichtigen op de Brabantse Wal.
2.Context
2.1.
Samenwerking Brabantse Wal
De nieuwe Wet Inburgering brengt extra taken met zich mee voor gemeenten. Hiervoor is specifieke kennis vereist. De aantallen inburgeraars per gemeente zijn relatief klein, maar de doelgroep is divers. Door regionale samenwerking op de Brabantse Wal creëren we meer volume om een kwalitatief goed, een gedifferentieerd en flexibeler aanbod neer te zetten. Dit brengt de gemeente in staat om de inburgeraar centraal te stellen en maatwerk te leveren. Bovendien kan de instroom van inburgeringsplichtigen fluctueren, waardoor de inzet per gemeente moeilijk is in te schatten. Deze fluctuatie is beter regionaal op te vangen dan als gemeente individueel. Daarnaast creëert samenwerking de mogelijkheid om expertise, capaciteit en middelen te bundelen, dit verlaagt de (uitvoerings)kosten en maakt de werkzaamheden minder kwetsbaar. Om de samenhang met de uitvoering van de Participatiewet te borgen beleggen we de uitvoering van de nieuwe taken van de Wet Inburgering bij de ISD Brabantse Wal. Hierbij sluiten we aan bij de bestaande samenwerkingsstructuur via de Gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Brabantse Wal.
De bestaande taken maatschappelijke begeleiding en het participatieverklaringstraject blijven lokaal georganiseerd.
2.2.
Positionering Wet Inburgering
Inburgering vraagt om een brede, integrale blik. Met de nieuwe wet gaan we inburgering verbinden met andere relevante domeinen, met name de taken op het gebied van participatie en werk. Waar relevant maken we de verbinding met (jeugd)zorg en andere vormen van (maatschappelijke) zorg en ondersteuning. Problemen op verschillende leefdomeinen kunnen namelijk invloed hebben op het vermogen om te participeren. Te denken valt aan fysieke of mentale gezondheidsproblemen. Om deze problemen zoveel mogelijk te voorkomen, besteden we ook aandacht aan preventie door voorlichtingen te organiseren over thema’s als gezondheid.
Wat gaan we daarvoor doen?
Een broodbaan is een baan in een toegankelijke sector waar de inburgeraar snel aan de slag kan. Door te beginnen met een broodbaan kunnen inburgeraars sneller zelfredzaam worden en leren ze de taal eerder. Vervolgens kunnen ze door hun taal te verbeteren en opleidingen te volgen zich ontwikkelen richting hun droombaan. Belangrijk hierbij is om de verwachtingen van inburgeraars te managen om teleurstellingen te voorkomen. Daarnaast is het belangrijk om inburgeraars te blijven motiveren om zich te blijven ontwikkelen, zodat ze uiteindelijk hun droombaan kunnen behalen.
3.Missie en visie
De visie van het Beleidsplan Sociaal Domein Brabantse Wal is:
Het is essentieel dat iedereen op de Brabantse Wal zo volledig en volwaardig mogelijk mee kan doen in de samenleving.
Om inburgeraars in staat te stellen om zo volledig en volwaardig mogelijk mee te doen in de samenleving, bieden we inburgeraars de mogelijkheid om zich maximaal te ontwikkelen. Het uitgangspunt hierbij is iedereen doet mee, het liefst via betaald werk. Wanneer betaald werk niet mogelijk is, zetten we in op participatie door het uitvoeren van maatschappelijke activiteiten die bijdragen aan de zelfredzaamheid van de inburgeraar, zoals proefplaatsingen en vrijwilligerswerk. Dit vertaalt zich in de volgende visie:
Inburgeringsplichtigen op de Brabantse Wal krijgen de mogelijkheid om zo snel mogelijk in te burgeren op het voor hen hoogst haalbare niveau met als doel dat ze zo volledig en volwaardig mogelijk mee kunnen doen in de samenleving, het liefst via betaald werk.
Hiervoor hanteren we de volgende missie:
Beleidsuitgangspunten & maatregelen
4.1.
Tijdige start en snelheid van de inburgering
Voor de integratie van inburgeringsplichtigen is het belangrijk dat zij zo snel mogelijk naar vermogen mee kunn en doen in de samenleving. Wat gaan we hiervoor doen?
De voorbereiding op de inburgering start vanaf het moment dat een statushouder een woning in de gemeente heeft toegewezen gekregen. Vanuit het COA wordt informatie gedeeld over de statushouder via het digitale Taakstelling volgsysteem (TVS). In het kader van een warme overdracht zorgen we ervoor dat we persoonlijk (telefonisch) contact opnemen met de begeleider van het COA om eventuele bijzonderheden na te vragen, zodat we de begeleiding hierop af kunnen stemmen. We geven de statushouder een warm welkom in de gemeente. Dit doen we door een kennismaking te organiseren op het moment dat de woning is toegewezen. De eerste kennismaking is gericht op het uitwisselen en verstrekken van algemene informatie die ieder een basis geeft om elkaar beter te leren kennen. De brede intake start zo snel mogelijk nadat een statushouder daadwerkelijk in de gemeente woont.
Na huisvesting in de gemeente krijgen statushouders twee jaar maatschappelijke begeleiding. De maatschappelijke begeleiding is gericht op het regelen van praktische zaken, zoals het regelen van een uitkering, toeslagen, huisarts, tandarts, school etc. Daarnaast zorgt de maatschappelijke begeleiding ervoor dat statushouders wegwijs gemaakt worden in de samenleving. De begeleiding is gericht op het versterken van de zelfredzaamheid en participatie van statushouders.
Zorgen over hun financiële positie kunnen bijstandsgerechtigde statushouders afleiden van het inburgeringsdoel. Als zij daarbovenop onvoldoende kennis hebben over hun rechten en plichten in het Nederlandse financiële systeem, dan kan dit tot ernstige financiële problemen leiden. Door een verplichting tot financieel ontzorgen kunnen gemeenten beter werk maken van het doel van de nieuwe wet.
De financiële ontzorging is wettelijk bepaald en voorziet in doorbetaling van vaste lasten gedurende zes maanden uit uitkering. In de zes maanden van ontzorgen worden diverse zaken voor de statushouder geregeld (verzekering, onderwijs, inkomen, lasten worden doorbetaald). In zes maanden wordt de statushouder klaargestoomd om financieel zelfredzaam te zijn. Met de start van de ontzorging, begint tegelijkertijd het traject tot een zelfstandige financiële zelfredzaamheid van de statushouder. Bij aantoonbaar gegronde redenen kan de ontzorging worden verlengd.
Voor een snelle, succesvolle inburgering zijn twee randvoorwaarden van belang, namelijk vervoer naar de inburgeringscursus en kinderopvang gedurende de inburgeringscursus. Het uitgangspunt is dat inburgeraars zoveel mogelijk gebruik maken van de reguliere voorzieningen zoals openbaar vervoer en reguliere regelingen rondom kinderopvang. Wanneer hier echter geen gebruik van gemaakt kan worden dienen we te voorzien in een vangnet, in de vorm van een maatwerkoplossing. Voor kinderopvang geldt dat we de eigen bijdrage vergoeden.
4.2.
Maatwerk: de inburgeraar centraal
Eén van de belangrijkste uitgangspunten van de nieuwe wet inburgering is maatwerk. Dit houdt in dat we rekening houden met de capaciteiten, persoonlijke situatie en leerbaarheid van de inburgeringsplichtige. Wat gaan we hiervoor doen?
Om de startpositie en ontwikkelingsmogelijkheden van de inburgeringsplichtige goed in beeld te krijgen zullen wij een Brede intake afnemen. Tijdens dit gesprek zullen verschillende leefgebieden aan bod komen. De leerbaarheidstoets is een vast onderdeel van de brede intake. Deze toets geeft een indicatie van de route die het meest bij de inburgeringsplichtige past, op basis van de mate waarin hij in staat is iets te leren. De brede intake zal de basis vormen voor het Persoonlijke Plan Inburgering en Participatie (PIP). Dit plan stellen wij samen met de inburgeringsplichtige op. Hierin komen alle afspraken te staan die bijdragen aan de persoonlijke inburgeringsdoelen. De pijlers taal en activering (werk/vrijwilligerswerk/stage/enz.) komen daarbij nadrukkelijk aan bod. De brede intake wordt uitgevoerd nadat de inburgeringsplichtige in de gemeente is gehuisvest. Wij stellen het PIP op binnen de wettelijke termijn van 10 weken, nadat de inburgeringsplichtige in de gemeentelijke Basisregistratie is ingeschreven. Er worden regelmatig voortgangsgesprekken gehouden. Dit is een wettelijke verplichting. Zo nodig wordt het PIP bijgesteld.
4.3.
Duaal Inburgeringsaanbod: koppeling van theorie en praktijk
Er zijn drie leerroutes die gevolgd kunnen worden op grond van de Wet Inburgering. We hanteren voor al ons inburgeringsaanbod dat er een koppeling is tussen theorie en praktijk. Hierbij zetten we in op duale trajecten, waarbij taal en participatie zoveel mogelijk worden gecombineerd.
De B1-route is bedoeld voor alle inburgeraard die taalniveau B1 kunnen halen. Het doel van de B1-route is dat de inburgeraar zelfstandig kan participeren in de Nederlandse maatschappij, het liefst via betaald werk. We stimuleren inburgeraars om het maximale taalniveau te behalen. Taalniveau B1 is de norm, maar daar waar iemand in staat is om het B2-examen te halen, wordt dat gestimuleerd. Na verloop van tijd kan blijken dat taalniveau A2 het hoogst haalbare niveau is binnen de inburgeringstermijn. In dat geval kan het taalniveau afgeschaald worden. In dat geval wordt het PIP aangepast. De taallessen in de B1-route worden gecombineerd met participatieactiviteiten, zoals (vrijwilligers)werk, trainingen of een opleiding. Het combineren van taal en participatie tijdens de inburgering is effectief. Inburgeraars participeren al tijdens hun inburgering en leren de taal in de praktijk op de werkvloer.
De Z-route is voor inburgeraars met een lage leerbaarheid die moeite hebben met het leren van een nieuwe taal en die in beperkte mate zelfredzaam zijn. Het gaat veelal om mensen die ook in hun land van herkomst weinig of geen scholing hebben gehad of om een andere reden een zeer lage leerbaarheid hebben. Het doel is deze doelgroep zoveel mogelijk te ondersteunen op een niveau dat past bij hun leervermogen, zodat niemand aan de kant staat en iedereen naar eigen vermogen kan meedoen in de samenleving. In de Z-route leren inburgeraars Nederlands op het voor hen hoogst haalbare niveau en leren zij hun weg te vinden in de Nederlandse maatschappij. Uitstroom naar betaald werk blijft wenselijk, maar zelfredzaamheid is het belangrijkste doel. Ook in deze route is aandacht voor activering en participatie. Naast (vrijwilligers) werk, opleiding en trainingen kan dit ook in de vorm van deelname aan (sport)verenigingen e.d.
De kansen op de arbeidsmarkt worden groter wanneer een statushouder een opleiding volgt die leidt tot een Nederlands diploma. Hiervoor wordt op schaal van de regio West-Brabant een onderwijsroute ingericht. Een taalschakeltraject gericht op instroom in het reguliere onderwijs. De Onderwijsroute is bedoeld voor inburgeraars met een hoge leerbaarheid, die gemotiveerd zijn een opleiding in het Nederlandse onderwijs te volgen. Om aanspraak te kunnen maken op studiefinanciering, moeten zij voor hun 30ste jaar beginnen met een opleiding.
De MAP heeft tot doel de competenties en arbeidskansen van inburgeraars in beeld te brengen en hun vaardigheden bij te brengen om een baan te vinden. Het is van belang dat de MAP wordt aangeboden door uitvoerders die bekend zijn met de lokale arbeidsmarkt en die ervaring hebben met arbeidsmarkttoeleiding. Dit heeft als doel dat inburgeringsplichtigen kennis en vaardigheden aangeleerd krijgen, die relevant en toepasbaar zijn voor de (lokale) arbeidsmarkt waardoor hun kansen op daadwerkelijke inzet op deze arbeidsmarkt worden vergroot. We positioneren de MAP daarom bij het Werkcentrum Brabantse Wal.
Naast de module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) dient de inburgeringsplichtige ook de Kernwaarden van de Nederlandse samenleving (KNM) te kennen en het participatieverklaringstraject (PVT) te doorlopen. Bij de MAP en het PVT gaan we bewust activiteiten organiseren waarbij de geleerde kennis in de praktijk wordt gebracht.
Ter versterking van het formele taalonderwijs zetten we in op informeel onderwijs. Dit wordt in samenhang met elkaar aangeboden. De informele taalactiviteiten dragen eraan bij dat inburgeraars de geleerde taal ook in de praktijk kunnen brengen. Dit kan door koffie uurtjes, taalcafés, de inzet van een taalmaatje e.d. Naast de taalvaardigheid van inburgeraars zetten we ook in op de digitale vaardigheden van inburgeraars.
4.4.
Regierol gemeente
Als gemeente voeren we de regierol op inburgering. Dit houdt in dat de gemeente verantwoordelijk is voor het aanbod van inburgeringstrajecten. Een belangrijk onderdeel van de regierol is dat de gemeente verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het inburgeringsaanbod en hierop stuurt. Aangezien de uitvoering van inburgering is belegd bij verschillende partijen, is het belangrijk dat de gemeente stuurt op de ketensamenwerking tussen de partijen en deze samenwerking ook faciliteert.
Gemeenten zorgen voor een inburgeringstraject op maat. Het begeleiden en het bewaken van het inburgeringsproces is een belangrijke rol van de gemeente. Van de klantmanagers wordt een maatwerkaanpak gevraagd, waarbij een integrale benadering van belang is. Klantmanagers inburgering leggen de verbinding met andere afdelingen en organisaties om de kwesties die rondom de inburgeraar spelen gezamenlijk aan te pakken. De klantmanager neemt de inburgeraar mee in deze processen en zet de inburgeraar zoveel mogelijk in zijn of haar eigen kracht.
4.5.
Handhaving
Het PIP is niet vrijblijvend. De inburgeringsplichtige dient zich aan de hierin gemaakte afspraken te houden. De gemeente krijgt de verantwoordelijkheid over de handhaving van de inburgering. Wij geloven dat de basis voor handhaving preventie en vertrouwen dient te zijn. Door aan de voorkant de statushouder goed te informeren over zijn rechten en plichten inzake het inburgeringsstelsel, de Participatiewet, maar ook over de lokale en regionale afspraken die gelden; voorkomen wij fraude. Daarnaast worden sleutelpersonen ingezet om eventuele culturele verschillen te overbruggen. Dit draagt bij aan onderling begrip en preventie van ongewenst of frauduleus gedrag. Om misverstanden te voorkomen voorzien wij de inburgeraar in informatie en voorlichting in eigen moedertaal.
Ons uitgangspunt is dat de inburgeringsplichtigen de kansen wil grijpen die hen helpen om volwaardig mee te kunnen doen in de Nederlandse maatschappij. Wij gaan uit van vertrouwen en helpen en begeleiden hen waar nodig om zijn doel te bereiken. Mocht de inburgeringsplichtige desondanks de gemaakte afspraken niet willen nakomen of bewust en opzettelijk frauderen, dan zullen wij de maatregelen volgen zoals in de wet voorgeschreven. Wij zullen te alle tijden rekening houden met de situatie van de inburgeraar en de opgelegde straf zal passend en proportioneel zijn.
4.6.
Kwaliteit van het inburgeringsaanbod
Het inburgeringsaanbod voor de drie leerroutes wordt ingekocht. We waarborgen de kwaliteit van het inburgeringsaanbod door contracten af te sluiten met een beperkt aantal aanbieders. Hierdoor houden we grip op het aanbod en is het eenvoudiger om te sturen op het contract. Om de kwaliteit van het aanbod te waarborgen dient een aanbieder in bezit te zijn van het Blik-op-Werk-keurmerk of een gelijkwaardig keurmerk. Door middel van voortgangsrapportages monitoren we de voortgang van de inburgeraars. Tot slot meten we jaarlijks de klanttevredenheid.
4.7.
Ondertussengroep
De nieuwe Wet Inburgering treedt per 1 januari 2022 in werking. Inburgeringsplichtigen die voor die tijd starten met hun traject vallen nog onder de huidige wetgeving. Deze groep wordt de ondertussengroep genoemd. De ondertussengroep ondervindt nadelen van de huidige wetgeving. Een groot deel van de ondertussengroep valt hierdoor tevens nog onder de Participatiewet. Vanuit de bestaande trajecten vanuit de Participatiewet houden we de ondertussengroep in beeld. Daar waar nodig wordt extra begeleiding geboden.
5.Conclusie
Met de komst van de nieuwe Wet Inburgering nemen we als Brabantse Wal gemeenten de regie op inburgering. Dit doen we door de inburgeraar centraal te stellen en maatwerk afspraken met en voor de inburgeraar te maken. We positioneren inburgering in het brede Sociaal Domein en organiseren een inburgeringsaanbod voor de inburgeraar op alle levensgebieden, zodat de inburgeraar in staat wordt gesteld om zo volledig en volwaardig mogelijk deel te nemen aan de samenleving.
De uitvoering van de nieuwe wet inburgering kunnen wij als gemeente niet alleen. We willen alle betrokken partijen vragen om een netwerk te vormen en samen met ons te werken aan een succesvol inburgeringstraject waarbij de inburgeraar centraal staat.
Begrippen- en afkortingenlijst
Blik-op-Werk Keurmerk
Het Blik-op-Werk Keurmerk is ontwikkeld voor dienstverleners die bijdragen aan de inzetbaarheid en inburgering van werkenden en niet-werkenden. De kwaliteit en prestaties die worden geleverd door de dienstverleners worden getoetst om zo inzichtelijk te krijgen welke kwaliteit de dienstverlener levert. Het Blik-op-Werk Keurmerk biedt maatstaven aan voor het inrichten en uitvoeren van een onderscheidend kwaliteitsbeleid.
Brede intake
Brede intake, bedoeld in artikel 14 Wet inburgering 2021De brede intake is een onderzoek naar de mogelijkheden die de inburgeringsplichtige heeft om aan de inburgeringsplicht te voldoen.: De brede intake is een onderzoek naar de mogelijkheden die de inburgeringsplichtige heeft om aan de inburgeringsplicht te voldoen
COA
Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers
Duale traject
Het combineren van werken en leren in één traject
DUO
Dienst Uitvoering Onderwijs
Financiële ontzorging
De financiële ontzorging is wettelijk bepaald en voorziet in doorbetaling van vaste lasten gedurende zes maanden uit uitkering. In de zes maanden van ontzorgen worden diverse zaken voor de statushouder geregeld (verzekering, onderwijs, inkomen, lasten worden doorbetaald). In zes maanden wordt de statushouder klaargestoomd om financieel zelfredzaam te zijn. Met de start van de ontzorging, begint tegelijkertijd het traject tot een zelfstandige financiële zelfredzaamheid van de statushouder. Bij aantoonbaar gegronde redenen kan de ontzorging worden verlengd.
Financiële zelfredzaamheid
Het in staat zijn om het in financieel opzicht zelf te redden zonder steun van anderen.
Inburgeraar(s)
Een statushouder die bezig is met het inburgeringstraject
Inburgeringsexamen
Examen, bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Wet inburgering 2021: Het inburgeringsexamen bestaat uit: de examinering van mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal op ten minste het niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen; en de examinering van de kennis van de Nederlandse maatschappij.examen, bedoeld in artikel 7, eerste lid;examen, bedoeld in artikel 7, eerste lidexamen, bedoeld in artikel 7, eerste lid
Inburgeringsplicht
Plicht, bedoeld in artikel 6 eerste lid van de Wet inburgering 2021: De inburgeringsplicht bestaat uit:. het afronden van het participatieverklaringstraject, het afronden van de module Arbeidsmarkt en Participatie; en het behalen van het inburgeringsexamen, de onderwijsroute of de zelfredzaamheidsroute.
Inburgeringsplichtige(n)
de inwoner die volgens artikel 3 van de Wet inburgering 2021 inburgeringsplichtig is
Inburgeringstermijn
De termijn, bedoeld in artikel 11, eerste lid: De inburgeringsplichtige voldoet binnen drie jaar aan de inburgeringsplicht.
KNM
Kernwaarden van de Nederlandse Maatschappij
Leerroute(s)
Het college biedt de inburgeringsplichtige als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Wet inburgering 2021 tijdig een cursus of opleiding aan waarmee die inburgeringsplichtige aan de op grond van artikel 15 van de Wet Inburgering 2021 vastgestelde leerroute kan voldoen.
Maatschappelijke begeleiding
Na huisvesting in de gemeente krijgen statushouders twee jaar maatschappelijke begeleiding. De maatschappelijke begeleiding is gericht op het regelen van praktische zaken, zoals het regelen van een uitkering, toeslagen, huisarts, tandarts, school etc. Daarnaast zorgt de maatschappelijke begeleiding ervoor dat statushouders wegwijs gemaakt worden in de samenleving. De begeleiding is gericht op het versterken van de zelfredzaamheid en participatie van statushouders.
MAP
Module Arbeidsmarkt en Participatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder b van de Wet inburgering 2021
Ondertussengroep
De nieuwe Wet Inburgering treedt per 1 januari 2022 in werking. Inburgeringsplichtigen die voor die tijd starten met hun traject vallen nog onder de huidige wetgeving. Deze groep wordt de ondertussengroep genoemd
Participatiewet
De gemeente is er verantwoordelijk voor dat iedereen die kan werken aan de slag gaat en waar nodig ondersteund wordt. Hiervoor krijgen gemeenten budget van de Rijksoverheid.
PIP
Persoonlijk plan Inburgering en Participatie, bedoeld in artikel 15 van de Wet inburgering 2021
PVT
Participatieverklaringstraject, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder a van de Wet inburgering 2021
Statushouder(s)
de inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel 13 eerste lid van de Wet inburgering 2021
Steenbergen, 23 december 2021,
De raad voornoemd,
de griffier, de voorzitter,
R.A.J. Defilet, MA R.P. van den Belt, MBA
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente Steenbergen:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn