ASV 2022 (Gemeente Berkelland)
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Berkelland op 24 december 2021
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | ASV 2022 (Gemeente Berkelland) |
| Instantie: | Gemeente Berkelland |
| Regio: | Regio Achterhoek |
| Uitgegeven: | 24 december 2021 |
| Code: | gmb-2021-474059 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van de gemeente Berkelland
Algemene subsidieverordening Berkelland 2022
De raad van de gemeente Berkelland;gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 2 november 2021;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
b e s l u i t
vast te stellen de:
Algemene subsidieverordening Berkelland 2022
Paragraaf 1.Algemene bepalingen
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen.
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Awb:
Algemene wet bestuursrecht
algemene reserve:
de op de jaarrekening van de aanvrager genoemde vrij besteedbare reserves, waarvoor geen verplichtingen gelden om deze aan te houden op grond van wet, subsidievoorwaarden of statuten.
bestemmingsreserve
verschillende afgezonderde vermogensbestanddelen, die met het oog op het realiseren van een vooraf bepaald doel zijn gevormd.
boekjaar:
een periode van 12 maanden waarover een financieel verslag loopt;
college;
college van burgemeester en wethouders;
de-minimisverordening:
verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352), verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 352/9) en verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;
egalisatiereserve:
een egalisatiereserve ontstaat door het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten waarvoor subsidie wordt verleend. De egalisatiereserve kan positief of negatief zijn.
Europees steunkader:
een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die of dat de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;
onderneming:
iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;
Verdrag:
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Artikel 2.
Toepassingsbereik verordening1.
Deze verordening is van toepassing op subsidies voor activiteiten die zijn vastgesteld bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling).
2.Deze verordening is tevens van toepassing op subsidies op basis van een begrotingspost en in incidentele gevallen, zoals bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c en d, van de Awb.
3.Deze verordening is niet van toepassing op subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen.
Artikel 3.
Bevoegdheid college1.
Het college is belast met de uitvoering van deze verordening en bevoegd te beslissen op aanvragen om subsidie alsmede bevoegd om andere subsidiebesluiten te nemen op grond van de Awb en deze verordening.
2.Het college kan bij subsidieregeling vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie.
Voor zover van toepassing, wordt in de subsidieregeling tevens bepaald:
Artikel 4.
Afwijken in geval van meerdere subsidieverstrekkers
Van de bepalingen in deze verordening en de subsidieregelingen kan worden afgeweken indien een subsidieontvanger voor dezelfde activiteiten als die het college subsidieert, een subsidie van een ander bestuursorgaan ontvangt.
Artikel 5.
Europees steunkader1.
Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.
2.Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader.
3.Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.
4.Bij aanvragen waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten en ondernemingen voor subsidie in aanmerking die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het desbetreffende steunkader.
Artikel 6.
Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud1.
Het college kan subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.
2.Het college kan een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, verlenen onder de voorwaarde dat voldoende gelden beschikbaar worden gesteld, het begrotingsvoorbehoud.
Paragraaf 2.Aanvraag van subsidie
Artikel 7.
Aanvraag1.
Een aanvraag om subsidie wordt digitaal ingediend bij het college. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld gebeurt dit met gebruikmaking daarvan.
2.In afwijking van lid 1 kan een aanvraag schriftelijk ingediend worden als de aanvrager daar de voorkeur aan geeft.
3.Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over:
Als de aanvrager een onderneming is legt deze bij de aanvraag op verzoek van het college de volgende gegevens over:
Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.
6.Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.
Artikel 8.
Aanvraagtermijn1.
Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar of boekjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 3 maanden voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.
2.Aanvragen om een incidentele subsidie worden ingediend uiterlijk 8 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
3.Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.
Artikel 9.
Beslistermijn1.
Het college beslist op een aanvraag om een subsidie voor een kalenderjaar uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.
2.Het college beslist op een aanvraag om een subsidie voor een boekjaar niet zijnde een kalenderjaar binnen 3 maanden nadat de volledige aanvraag is ingediend.
3.Het college beslist op andere aanvragen om subsidie binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.
4.Een subsidie tot en met € 5.000 wordt door het college zonder voorafgaande verlening vastgesteld overeenkomstig de termijnen als genoemd in het eerste, tweede en derde lid.
5.Het college kan subsidies van meer dan € 5.000 overeenkomstig het vierde lid zonder voorafgaande verlening vaststellen, om te bewerkstelligen dat alle subsidieaanvragen voor bepaalde activiteiten volgens dezelfde procedure worden afgehandeld.
6.Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.
7.Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd tot 8 weken nadat de eindbeslissing van de Europese Commissie is ontvangen.
Artikel 10.
Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden1.
Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigert het college in ieder geval:
Onverminderd het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:
Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren:
Gemeentelijke beleid
kaders/regels/voorwaarden
De subsidie kan daarnaast geweigerd worden als:
Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.
Paragraaf 3.Verplichtingen van de ontvanger van een subsidie
Artikel 11.
Meldings- en informatieplicht 1.
Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college.
2.Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:
Artikel 12.
Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1.
Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Dit betreft een nadere invulling van een standaardverplichting zoals vermeld in artikel 4:37 Awb.
2.Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de Awb worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Dit zijn overige doelgebonden verplichtingen zoals bedoeld in artikel 4:38, tweede en derde lid Awb.
3.Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. Dit betreft niet-doelgebonden verplichtingen zoals bedoeld in artikel 4:39 Awb.
Artikel 13.
Vergoeding voor met subsidie opgebouwd vermogen1.
Bij subsidieregeling kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb voordoet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.
2.Voor zover het een subsidie op basis van een begrotingspost en in incidentele gevallen, op grond van artikel 4:23, derde lid onder c of d van de Awb, betreft, kan bij de subsidieverlening worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Awb voordoet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.
Artikel 14.
Egalisatiereserve1.
Het college kan de ontvanger van een subsidie van meer dan € 50.000 bij de subsidieverlening verplichten een egalisatiereserve te vormen.
2.Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.
3.De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is, belegd.
4.De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd.
5.Wanneer de subsidieontvanger een vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd is omdat:
dan is de subsidieontvanger ter zake van de egalisatiereserve vergoedingsplichtig naar evenredigheid van de mate waarin de subsidie aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen.
Verantwoording en vaststelling van subsidie
Artikel 15.
Eindverantwoording subsidies van meer dan € 5.000 en € 50.0001.
Bij subsidies van meer dan € 5.000 maar ten hoogste € 50.000 dient de subsidie-ontvanger een aanvraag tot vaststelling in:
De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.
3.Bij subsidieregeling of in de verleningsbeschikking kunnen andere termijnen worden vastgesteld en kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan.
Artikel 16.
Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.0001.
Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:
De aanvraag bevat:
Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.
4.Het college kan van het gestelde in het tweede lid onder d voor wat betreft de hoogte van de subsidie en/of de soort verklaring gemotiveerd afwijken.
Artikel 17.
Beslistermijn subsidievaststelling subsidies van meer dan € 5.0001.
Het college stelt een subsidie van meer dan € 5.000 vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald.
2.Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 13 weken worden verdaagd.
3.Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.
4.Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 16, eerste lid, aanhef en onder a of b, en 17, eerste lid, aanhef en onder a of b, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.
Paragraaf 5.Slotbepalingen
Artikel 18.
Hardheidsclausule1.
Het college kan de bepalingen gesteld bij of krachtens deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voorzover toepassing gelet op het belang van een doelgerichte of evenwichtige subsidieverstrekking leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.
2.In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door het college van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.
3.Toepassing van de vorige leden wordt gemotiveerd in het besluit.
Artikel 19.
Intrekking Algemene subsidieverordening1.
De Algemene subsidieverordening 2018, vastgesteld 23 januari 2018, wordt ingetrokken.
Artikel 20.
Inwerkingtreding1.
Deze verordening treedt kracht in werking op 1 januari 2022.
2.Deze verordening kan worden aangehaald als ASV 2022.
Artikel 21.
Overgangsbepaling1.
Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 1 januari 2022 zijn de bepalingen van de ASV 2018 van toepassing.
2.Bezwaren die gericht zijn op besluiten die vallen onder de ASV 2018 worden behandeld op grond van de ASV 2018.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 21 december 2021
de griffier,
de voorzitter,
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente Berkelland:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn