Verordening rioolheffing 2022 (Gemeente De Bilt)
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente De Bilt op 26 november 2021
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Verordening rioolheffing 2022 (Gemeente De Bilt) |
| Instantie: | Gemeente De Bilt |
| Regio: | Regio Utrecht Stad |
| Uitgegeven: | 26 november 2021 |
| Code: | gmb-2021-427496 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van de gemeente De Bilt
Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2022
De raad van de gemeente De Bilt;gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 september 2021;
gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de navolgende
Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2022.
Artikel 1
Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
Artikel 2
Aard van de belasting
Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht1.
De belasting wordt geheven van degene die een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel.
2.Voor het gebruikersdeel wordt:
Artikel 4
Voorwerp van belasting1.
Voorwerp van de belasting is een perceel.
2.Als perceel wordt aangemerkt:
Artikel 5
Maatstaf van de heffing1.
De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.
2.Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt.
3.Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode 365 dagen, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald.
4.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
5.De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die aantoonbaar niet is afgevoerd. Vermindering als gevolg van het besproeien van tuinen of landerijen, het vullen van vijvers of zwembaden of het schoonmaken van voertuigen vindt niet plaats.
6.Indien voor de in artikel 3, eerste lid bedoelde percelen, sprake is van het ontstaan van een belastingplicht op een nieuw verbruiksadres, voor het eerst bekend geworden na afloop van de verbruiksperiode en waarvan geen sprake is van bekend zijnde verbruiksgegevens, dan wel sprake is van een negatief waterverbruik of geen waterverbruiksgegevens bekend zijn, wordt:
Artikel 6
Belastingtarieven
De belasting bedraagt voor een hoeveelheid van kubieke meters water van:
1 tot en met 50
€ 142,80;
51 tot en met 150
€ 195,48
151 tot en met 300
€ 272,64
301 tot en met 500
€ 348,00
501 tot en met 1.000
€ 696,00
1.001 tot en met 5.000
€ 696,00 vermeerderd met € 348,00 per eenheid afgevoerd afvalwater van 500 m³ of een gedeelte hiervan boven de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van 1.000 m³;
5.001 tot en met 10.000
€ 3.845,00 vermeerderd met € 696,00 per eenheid afgevoerd afvalwater van 1.000 m³ of een gedeelte hiervan boven de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van 5.000 m³;
10.001 tot en met 20.000
€ 6.960,00 vermeerderd met € 1.740,00 per eenheid afgevoerd afvalwater van 2.500 m³ of een gedeelte hiervan boven de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van 10.000 m³;
20.001 tot en met 40.000
€ 27.840,00 vermeerderd met € 6.960,00 per eenheid afgevoerd afvalwater van 10.000 m³ of een gedeelte hiervan boven de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van 40.000 m³;
40.001 tot en met 80.000
€ 27.840,00 vermeerderd met € 6.960,00 per eenheid afgevoerd afvalwater van 10.000 m³ of een gedeelte hiervan boven de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van 40.000 m³;
80.001 en meer
€ 55.680,00 vermeerderd met € 13.920,00 per eenheid afgevoerd afvalwater van 20.000 m³ of een gedeelte hiervan boven de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van 80.000 m³.
Artikel 7
Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8
Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang1.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2.Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3.Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4.Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt.
Artikel 10
Termijnen van betaling1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
2.In afwijking van het eerste lid moeten de aanslagen, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11
Overgangsrecht
De “Verordening rioolheffing 2021” vastgesteld bij raadsbesluit van 5 november 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 12
Inwerkingtreding1.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekendmaking.
2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022.
Artikel 13
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing 2022”.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 4 november 2021.
de griffier,
drs. T.B.W.M. van derTorre
de voorzitter,
mr. S.C.C.M.Potters
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente De Bilt:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn