Standplaatsenbeleid gemeente Oldebroek 2021
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Oldebroek op 1 juli 2021
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Standplaatsenbeleid gemeente Oldebroek 2021 |
| Instantie: | Gemeente Oldebroek |
| Regio: | Regio Noord-Veluwe |
| Uitgegeven: | 1 juli 2021 |
| Code: | gmb-2021-203878 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van de gemeente Oldebroek
Standplaatsenbeleid gemeente Oldebroek
Uitgangspunten en regels voor ambulante handel SamenvattingHet bestaande beleid dateert van 2013. Nieuwe inzichten, maatschappelijke trends en veranderingen in de openbare ruimte rondom de standplaatsen vragen actualisering van het beleid. In deze beleidsnotitie worden de geldende uitgangspunten en spelregels geactualiseerd.
Het coronavirus roert zich nu al meer dan een jaar in ons land en zorgt voor ingrijpende gevolgen voor onder andere een deel van de winkels en middelzware en zwaardere horecabedrijven. Binnen de beperkte mogelijkheden die er zijn als gevolg van de lockdown proberen ondernemers te overleven. Dit geldt ook voor de ambulante handelaren, die in onze gemeente een standplaats hebben.
Ondernemers kunnen in meerdere vormen van ambulante handel actief zijn. Een goede afstemming met de lokale bestaande detailhandel is nodig, zodat zowel de bestaande winkels als marktkooplieden levensvatbaar blijven en met hun handel kunnen bloeien en inwoners kunnen bedienen.
Belangrijk uitgangspunt voor deze beleidsnota is dat de ambulante handel het voorzieningenniveau in de lokale detailhandel bevordert en bijdraagt aan de levendigheid en de aantrekkelijkheid van de kernen. Centraal staat uiteindelijk dat het resultaat een aantrekkelijk aanbod voor de consument betekent.
Deze beleidsnota is een praktische en functionele uitwerking van de regels en voorschriften die zijn opgenomen in de APV.
1.Aanleiding1.1
Inleiding
De ambulante handel draagt bij aan het voorzieningenniveau en de aantrekkelijkheid van de winkelcentra in de gemeente Oldebroek. In het kort bestaat de ambulante handel uit:
Ondernemers kunnen in meerdere vormen van ambulante handel actief zijn. Een goede afstemming met de lokale bestaande detailhandel is nodig, zodat zowel de bestaande winkels als marktkooplieden levensvatbaar blijven en met hun handel kunnen bloeien en inwoners kunnen bedienen.
De weekmarkten zijn met een raadsbesluit in handen gesteld van de stichting Markt van Morgen. Braderieën worden geregeld door middel van een evenementenvergunning. Deze beleidsnotitie heeft uitsluitend betrekking op standplaatsen.
1.2Doelstelling
Het bestaande beleid dateert van 2013. Nieuwe inzichten, maatschappelijke trends en veranderingen in de openbare ruimte rondom de standplaatsen vragen actualisering van het beleid. In deze beleidsnotitie worden de geldende uitgangspunten en spelregels geactualiseerd.
Belangrijk uitgangspunt is dat de ambulante handel het voorzieningenniveau in de lokale detailhandel bevordert en bijdraagt aan de levendigheid en de aantrekkelijkheid van de kernen. Centraal staat uiteindelijk dat het resultaat een aantrekkelijk aanbod voor de consument betekent.
1.3Leeswijzer
In deze rapportage wordt een aantal stappen gezet die nodig zijn om te komen tot beleid. Het betreft geen grondige herziening, maar een actualisatie. In hoofdstuk 2 zijn de aandachtspunten voor deze actualisatie geïnventariseerd. In de daarop volgende hoofdstukken volgen de regels en de toelichting op de regels om vergunningaanvragen voor een standplaats op een goede wijze te kunnen afwikkelen.
2.Aandachtspunten voor de actualisering2.1
Inleiding
Het huidige standplaatsenbeleid is van 2013 en niet meer op alle onderdelen passend. Om die reden wordt het standplaatsenbeleid geactualiseerd. Voor deze actualisatie wordt aangesloten bij de landelijke regelgeving, die wij vanuit de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) krijgen aangereikt.
Belangrijke aandachtspunten voor deze actualisering zijn verder:
Toelichting
Voor de actualisering is aandacht besteed aan de volgende aspecten:
Als de standplaatslocatie door herinrichting van de omgeving of om andere reden moet worden gewijzigd, dan komt de bestaande kaart te vervallen en wordt de aangepaste kaart onderdeel van dit beleidskader.
Een balans in gebruik (het gebruik van de openbare ruimte door standplaatsen moet rekening houden met de andere gebruiksfuncties van die ruimte) de straathandel voegt zich in omgeving en standplaatsen zijn te gast in de openbare ruimte. Voor de veiligheidsaspecten adviseert de VNOG aan de gemeente.
Er zijn incidentele situaties denkbaar waarbij een standplaats buiten de vastgestelde standplaatsen nodig of gewenst is. In zo’n geval kan een incidentele standplaats worden toegestaan (bijvoorbeeld koek en zopie op het natuurijs, softijs bij een verzorgingshuis, et cetera).
Het standplaatsenbeleid richt zich op het faciliteren van ambulante handel naast de ter plaatse aanwezige detailhandel. Gezocht wordt naar optimale verdeling van locaties en branchering, zodat zowel de bestaande winkels als de marktkooplieden levensvatbaar blijven en met hun handel kunnen bloeien en inwoners kunnen bedienen.
In de toewijzing van de standplaatsen is rekening gehouden met de invloed die dit heeft op het parkeren in de directe omgeving. Een gevolg van toenemende activiteit is dat er parkeerruimte nodig is. Bij de bepaling van de standplaatslocaties is nadrukkelijk rekening gehouden met de mogelijkheid om te kunnen parkeren. De standplaatshouder wordt eveneens geacht te parkeren op de daarvoor aangewezen parkeerplaatsen in de directe omgeving.
Voor het maken van de standplaatsen en het aanbrengen van de benodigde faciliteiten (stroomaansluiting e.d.) is een investering gedaan. Ook het onderhouden van deze faciliteiten kost geld. Verder is tijdens het gebruik voor veel standplaatshouders een aansluiting op het elektriciteitsnet een noodzaak. Het gevolg hiervan zijn vaste kosten voor de aansluiting en de verbruikskosten voor stroom. Bij het jaarlijks doorberekenen van deze kosten wordt hiervoor een eerlijk tarief voor precariorechten vastgesteld.
Algemene bepalingen3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt van de begrippen die in deze nota worden gebruikt een definitie gegeven. Verder is de werkingssfeer van de nota nader uitgelegd. Het standplaatsenbeleid richt zich op de standplaatsen die geen deel uitmaken van een reguliere markt of van een ander evenement waar standplaatsen een onderdeel van kunnen zijn. Tot slot wordt hier aangegeven welke kosten aan de aanvrager en standplaatshouder in rekening worden gebracht.
3.2.Begripsomschrijvingen
In deze Nota wordt verstaan onder:
Toepasselijkheid beleid
Deze nota is niet van toepassing op vaste standplaatsen op de weekmarkt, jaarmarkt, een (braderie) evenement en een horecaterras.
3.4.Leges / precario
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een reguliere- of incidentele standplaatsvergunning gelden de leges volgens de geldende Legesverordening met bijbehorende tarieventabel van de gemeente Oldebroek.
Voor het gebruiken van de standplaats geldt een precariobelasting conform de ‘Verordening precariobelasting standplaatsen'.
4.Juridische grondslag standplaatsenbeleid4.1
Inleiding
Het standplaatsenbeleid beoogt een uitwerking van de regels die zijn gesteld in de APV van Oldebroek. De basis voor beoordeling is daarom de veiligheid en de openbare orde. Door regulering van de standplaatsen wordt tegengegaan dat ambulante verkooppunten op willekeurige plaatsen ontstaan.
4.2Algemene Plaatselijke Verordening
De belangrijkste basis voor standplaatsenbeleid staat in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Oldebroek. Het beleid in deze Nota standplaatsenbeleid 2021 geeft nadere uitwerking van de Grondslag standplaatsenbeleid: APV Hoofdstuk 4, afdeling 4:
Artikel 4:15 APV Standplaatsvergunning en weigeringsgrondenHet is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen.
Artikel 4:17 APV AfbakeningsbepalingenStandplaatsenkaarten
De bij deze beleidsregels gevoegde set van situatietekeningen is als standplaatskaart onderdeel van het standplaatsenbeleid. Op de standplaatsenkaart is weergegeven welke locaties bestemd en ingericht zijn voor het gebruik als een standplaats. Op deze plaatsen is door de gemeente voorzien in een aansluiting op stroomvoorziening voor de kraam of verkoopwagen. Degene die gebruik wenst te maken van de stroomvoorziening betaalt hiervoor eenmalig per jaar een vergoeding, waarvan de hoogte afhankelijk is van de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de standplaats.
Verlening van een standplaatsvergunning is alleen mogelijk voor een locatie die op de standplaatsenkaart is aangegeven. Het zorgt voor een efficiënt behandelingsproces omdat de standplaatslocatie niet meer door de verschillende adviseurs hoeft te worden getoetst. Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning wordt jaarlijks bepaald bij de vaststelling van de Legesverordening. Voor het gebruik van de standplaats is precariobelasting verschuldigd. Het tarief voor deze belasting wordt jaarlijks bepaald bij de vaststelling van de Verordening precariobelasting standplaatsen.
4.4Toezicht en handhaving
Met regelmatige controlebezoeken houdt de gemeente toezicht op de standplaatsen. De toezichthouder ziet toe of de standplaatshouders/vergunninghouders zich houden aan het vastgestelde beleid en de voorschriften uit de vergunning. Hierbij valt onder andere te denken aan:
De Standplaatsen5.1
Inleiding
Voor de situering van de standplaatsen op de standplaatskaarten zijn de uitgangspunten gehanteerd die bij beoordeling van de veiligheid een openbare orde belangrijk zijn. Door de betrokken specialisten te betrekken bij de totstandkoming van de kaarten voldoen de standplaatsen aan de te stellen voorwaarden. Bij de afhandeling van de vergunningaanvraag is daardoor een vlottere afhandeling mogelijk. Per aanvraag meerder adviezen vragen is nu namelijk niet meer nodig.
5.2Uitgangspunten5.2.1
Brandveiligheid
Voor de situering van de standplaatsen gelden de brandveiligheidseisen volgens het Besluit van 4 oktober 2017, houdende regels inzake het brandveilig gebruik van overige plaatsen en de basishulpverlening op die plaatsen (Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen). De voor de standplaatsen relevante maatregelen een aandachtspunten zijn samengevat in de bijlage ‘Voorschriften Bak- en Braadinrichting en verwarmingstoestellen’ van het Team Risicobeheersing van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland.
5.2.2Omgeving
In dit kader mogen standplaatsen niet voor de toegang en (nood)uitgang van winkels, woningen en bedrijven staan. Dat betekent dus ook niet rechtstreeks voor een etalage.
Een standplaats op een parkeerplaats is alleen toegestaan als daarbuiten voldoende parkeergelegenheid is. Bij het aanleggen - of aanwijzen van een locatie voor standplaatsen worden groenvoorzieningen bij voorkeur in stand gehouden.
Binnen een afstand van honderd meter (hemelsbreed) van een school mogen geen standplaatsen met etenswaren staan.
5.2.3Marktvorming
Het standplaatsbeleid is niet bedoeld om markten te reguleren of te faciliteren. Voor de standplaatsen geldt dat er binnen de afstand van 25 meter maximaal 3 standplaatsen gelijktijdig worden toegelaten.
5.2.4Voorzieningenniveau detailhandel
Uitgangspunt van beleid is een aantrekkelijk aanbod in dagelijkse en niet-dagelijkse artikelen. Een goede afstemming met de lokale bestaande detailhandel is nodig, zodat zowel de bestaande winkels als marktkooplieden levensvatbaar blijven en met hun handel kunnen bloeien en inwoners kunnen bedienen. Belangrijk uitgangspunt voor deze beleidsnota is dat de ambulante handel het voorzieningenniveau in de lokale detailhandel bevordert en bijdraagt aan de levendigheid en de aantrekkelijkheid van de kernen.
In het belang van het voorzieningenniveau voor de consumenten mag het college bij het standplaatsenbeleid bestaande winkelvoorzieningen beschermen. Om invloed uit te oefenen op de samenstelling van de standplaatsen, wordt gebruik gemaakt van de volgende instrumenten:
Bij het maximumstelsel (indirecte regulering) wordt het aantal verleende standplaatsvergunningen aan een maximum verbonden. Bij het vaststellen van een maximum aantal vergunningen moet er rekening worden gehouden met het aantal reeds afgegeven vergunningen. De houders van deze vergunningen kunnen zich namelijk beroepen op verworven rechten. Een gemeente kan tot op zekere hoogte invloed uitoefenen op de branchering van standplaatsen, om zo een bepaalde mate van diversiteit in het aanbod te garanderen. Branchering is daarbij gekoppeld aan de standplaatslocatie.
De gemeente maakt van beide instrumenten gebruik. Het aantal standplaatsen is vastgelegd middels de standplaatsenkaart. Voor de zondagen worden er geen standplaatsenvergunningen verleend. Voor de overige dagen van de week geldt dat er voor ieder dagdeel voor iedere standplaats een vergunning kan worden afgegeven. Wanneer de locaties zijn bezet, dan is het maximum bereikt.
BrancheringVerder geldt dat voor iedere branche slechts één standplaatsvergunning per week wordt afgegeven om daarmee de diversiteit te bevorderen en de bestaande winkels te beschermen. Dit betekent dat er maximaal één vergunning per branche per week voor de verschillende kernen wordt afgegeven (één GFT-marktkoopman, maximaal één visboer, et cetera per week voor de verschillende kernen), tenzij hiervoor in de kern nog niet is voorzien in de vorm van een speciaalzaak. (Winkel met artikelen op een bepaald gebied, bijv. groenten en fruit, vis, dierenspeciaalzaak, rijwielhandel, schoenenzaak, enz.)
Van de reeds aanwezige ambulante handelaren waarbij sprake is van meerdere standplaatsvergunningen in dezelfde branche in dezelfde kern voor onbepaalde tijd, worden de bestaande rechten gerespecteerd en geldt er een uitsterfbeleid. Bij alle overige situaties is het nieuwe beleid van toepassing.
5.2.5Redelijke eisen van welstand
Er zijn punten in de gemeente waar -met het oog op de aanwezigheid van monumenten of in verband met stads- of landschapsschoon- de aanwezigheid van een verkooppunt voor ambulante handel niet past. Bij de beoordeling van een verzoek om een standplaatsvergunning heeft in voorkomende gevallen het belang van de bescherming van stads- of landschapsschoon (monumenten) de doorslag.
5.3Uitgangspunten voor aanwijzen standplaatsen5.3.1
De locatie
Standplaatsen worden uitsluitend ingenomen op de volgende locaties:
Kern
Locatieaanduiding
Reguliere standplaatsen
Incidentele standplaatsen
Hattemerbroek
Hoek Zwaluwstraat-Merelstraat
1
1
’t Loo
Hoek Putstraat-Morelissenstraat
1
1*
Noordeinde
Hoek Noorderbrink-Groote Woldweg
1
1*
Oldebroek
Lambertusplein
2
1
Oosterwolde
P bij Groote Woldweg 3
1
1
Wezep
Meidoornplein
2
1
*In deze kernen is er één standplaats die zowel op reguliere als incidentele basis kan worden ingenomen.
5.3.3Winkeltijdenwet en (bijzondere) feestdagen
Innemen standplaats
Tijdstippen en ingebruikneming
-
de ochtenden van
06:00 tot 12.30 uur
-
de namiddagen van
13.00 tot 18.00 uur
-
de avonduren van
18.30 tot 21.00 uur
Regeling bij ziekte vergunninghouder
Verlichting en geluid
Verzorging standplaats
De vergunning6.1
Inleiding
In dit hoofdstuk staan de regels voor het aanvragen van de vergunning, de beoordeling, de grondslag voor de beoordeling en voor motivatie van het besluit. De artikelen geven een beschrijving van de inhoud van de aanvraag, de procedure en de gronden van afweging voor besluiten. In dit artikel staan de regels voor het omgaan met de vergunning en de gronden waarop eventuele weigering of intrekken wordt gebaseerd. Deze regels zijn nodig om ‘slapende’ vergunningen te voorkomen. Zolang een standplaats op papier bezet is, kan er namelijk geen nieuwe standplaatshouder worden toegelaten.
Bij de weigeringsgronden is uitgewerkt in hoeverre het college sturing geeft in een eventuele branchering van de standplaatsen. Het uitgangspunt is hier dat er ruimte wordt gegeven aan de marktwerking maar ook een mogelijkheid bestaat om, bij bijzondere omstandigheden of nieuwe ontwikkelingen in een dorp, verantwoord om te gaan met de plaatselijk detailhandel.
6.2Aanvraag vergunning6.2.1
Wijze van aanvragen
Volgorde van binnenkomst van de aanvraag
Persoon van de aanvrager
Om voor een vergunning in aanmerking te komen dient de aanvrager:
Geldigheidsduur standplaatsvergunning
Opvolging of vervallen vergunning
Bij het overlijden van de vergunninghouder wordt de vergunning overgeschreven op de echtgenoot / geregistreerd partner / levenspartner of één van de meewerkende kinderen, als een daartoe strekkende aanvraag binnen 3 maanden na het overlijden bij het bestuursorgaan wordt ingediend.
De vergunning vervalt bij overlijden van de vergunninghouder als de rechtsopvolger de onder punt 1 genoemde aanvraag niet of niet op tijd heeft ingediend.
Als de rechtsopvolger bedoeld in 1 ook een vergunning heeft voor een andere standplaats binnen de gemeente, geeft de rechtsopvolger schriftelijk aan de gemeente door welke standplaats wordt ingetrokken.
6.5Legitimatie
De vergunninghouder dient zich te kunnen legitimeren door middel van een door de overheid afgegeven identiteitsbewijs. De vergunninghouder moet dit identiteitsbewijs op eerste aanvraag aan de controleur tonen.
6.6Verzekering
Inhoud vergunning
In de vergunning worden minstens vermeld:
Intrekken vergunning
Schorsen vergunning
De vergunning wordt met onmiddellijke ingang geschorst, in afwachting van een beslissing tot intrekken als bedoeld in paragraaf 4.7, bij een overtreding van dit beleid, - van andere relevante wettelijke regelgeving of in geval van wangedrag of bedrog.
6.10Weigeren van de vergunning
De vergunning wordt geweigerd wanneer:
Hierbij geldt de afweging in de mate van overlast dat In de praktijk onderscheid is tussen standplaatsen van waaruit ter plaatse bereide eetwaren voor directe consumptie worden verkocht en overige standplaatsen. Voor standplaatsen met bak- en braadactiviteiten geldt als uitgangspunt dat deze alleen worden toegestaan op locaties waar op basis van omgevingsaspecten en door ligging en afstand een beperkte kans is op het ervaren van overlast.
Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders kunnen voor bijzondere gevallen het gestelde in deze nota buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze nota beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
7.Overgangsbepaling7.1
Inleiding
Het overgangsrecht regelt de verhouding tussen de nieuwe regelgeving en de bestaande regelgeving. Of het nu gaat om de inwerkingtreding van een nieuwe regeling of om een wijziging, de inwerkingtreding van een regeling kan wijziging brengen in een op dat moment bestaande rechtssituatie.
7.2Overgangsrecht
Door de vernieuwing van het standplaatsenbeleid is het mogelijk dat een standplaatshouder niet (meer) voldoet aan het huidig toetsingskader en daardoor niet op de locatie kan blijven staan. In overleg met deze standplaatshouder wordt een passende oplossing gezocht.
De standplaatshouder krijgt dan de keuze om:
Overgangsbepaling
Indien een aanvraag om een standplaatsvergunning is ingediend en voor de vaststelling van deze nota nog niet op die aanvraag is beslist, dan is de geactualiseerde beleidsnota van toepassing.
8.In werking treden
Deze beleidsregels, aangehaald als ‘Standplaatsenbeleid gemeente Oldebroek 2021’, treden in werking op de dag na bekendmaking.
Bijlage Nota Standplaatsenbeleid gemeente Oldebroek► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente Oldebroek:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn