Verordening rioolheffing 2021 (Gemeente Woudenberg)
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Woudenberg op 23 december 2020
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Verordening rioolheffing 2021 (Gemeente Woudenberg) |
| Instantie: | Gemeente Woudenberg |
| Regio: | Regio Heuvelrug |
| Uitgegeven: | 23 december 2020 |
| Code: | gmb-2020-341757 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van de gemeente Woudenberg
Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Woudenberg houdende regels omtrent de heffing en de invordering van rioolheffing (Verordening rioolheffing 2021)
De raad van de Gemeente Woudenberg,gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 17 november 2020;
gelet op het bepaalde in artikel 228a van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de:
Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2021
Artikel 1
Definities
In deze verordening wordt verstaan onder :
Artikel 2
Aard van de belasting
Onder de naam rioolheffing worden twee directe belastingen geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:
Artikel 3
Belastbaar Feit en Belastingplicht1.
De belastingen worden geheven:
Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
3.Voor het gebruikersdeel wordt:
Artikel 4
Voorwerp van de belasting1.
Voorwerp van de belasting is een perceel.
2.Als perceel wordt aangemerkt:
Artikel 5
Maatstaf van heffing Rioolheffing1.
Het eigenarendeel van de rioolheffing afvalwater wordt geheven naar een vast bedrag per perceel.
2.Het gebruikersdeel van de rioolheffing afvalwater wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.
3.Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
4.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt
water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
5.De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd.
6.In afwijking van het eerste lid, wordt de belasting voor percelen (met een woz-waarde minder of gelijk aan € 45.000,-) waarvoor geen leidingwater wordt betrokken van het waterbedrijf en waarnaar geen grondwater wordt opgepompt geheven naar een vast bedrag per perceel.
7.In afwijking van het tweede lid, wordt van percelen (met een woz-waarde minder of gelijk aan € 45.000,-), waarvoor geen leidingwater wordt betrokken van het waterbedrijf of waarnaar geen grondwater wordt opgepompt geen belasting geheven.
Artikel 6
Belastingtarieven1.
De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedraagt per eigendom € 155,45.
2.Het heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt :
a
Bij een waterafvoer van 0 tot en met 500 m3
€ 77,70
b
Bij een waterafvoer van 501 m3 tot en met 5.000 m3,
Vermeerderd met € 15,- voor elke 100 m3 afvalwater of een gedeelte daarvan boven de 500m3
€ 77,70
c
Bij een waterafvoer van 5.001 m3 tot en met 10.000 m3,
Vermeerderd met € 10,- voor elke 100 m3 afvalwater of een gedeelte daarvan boven de 5000m3
€ 778,35
d
Bij een waterafvoer van 10.001 m3 en meer,
Vermeerderd met € 5,- voor elke 100 m3 afvalwater of een gedeelte daarvan boven de 10.000 m3
€ 1.297,35
3.Het tarief bedraagt voor percelen bedoeld in artikel 5, zesde lid € 49,90
Artikel 7
Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8
Wijze van heffing
De heffingen worden bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang1.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2.Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3.Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4.Het derde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander eigendom in gebruik neemt.
Artikel 10
Termijnen van betaling1.
De aanslagen die worden opgelegd in het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben, moeten worden betaald in 4 gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, de tweede twee maanden later, de derde drie maanden later en de laatste termijn vier maanden later.
2.In afwijking van het eerste lid geldt dat, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elke van de volgende termijnen telkens één maand later.
3.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 10a
Kwijtschelding
Bij de invordering van rioolheffing wordt uitsluitend geheel of gedeeltelijke kwijtschelding verleend voor de tarieven zoals genoemd in artikel 6, lid 2, onderdeel A (rioolheffing, gebruikersbelasting).
Artikel 11
Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.
Artikel 12
Inwerkingtreding en citeertitel1.
De "Verordening rioolrechten 2020", vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.
4.Deze verordening kan worden aangeduid als "Verordening rioolheffing 2021".
Vastgesteld in de openbare raadsvergadering van: 17 december 2020.
K. Wiesenekker
Raadsgriffier
T. Cnossen
voorzitter
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente Woudenberg:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn