Beleidsregels Wet Bibob gemeente Berkelland 2020
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Berkelland op 24 oktober 2020
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Beleidsregels Wet Bibob gemeente Berkelland 2020 |
| Instantie: | Gemeente Berkelland |
| Regio: | Regio Achterhoek |
| Uitgegeven: | 24 oktober 2020 |
| Code: | gmb-2020-275519 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van de gemeente Berkelland
Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berkelland houdende regels omtrent de toepassingen van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur voor de gemeente Berkelland (Beleidsregels Wet Bibob gemeente Berkelland 2020)
De burgemeester van de gemeente Berkelland,en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berkelland,
ieder voor zover het zijn/haar bevoegdheden betreft;
overwegende, dat de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) hen beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming omtrent het toepassen van hun uit deze wet voortvloeiende bevoegdheden;
gelet op het bepaalde in de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, alsook de relevante bepalingen in de Drank- en Horecawet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Algemene plaatselijke verordening (als het gaat om gemeentelijke vergunningen), de Subsidieverordening (en zijn rechtsopvolgers), de Aanbestedingswet 2012 en de Omgevingswet (zodra die is vastgesteld).
BESLUITEN
vast te stellen de
Beleidsregels voor de toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur voor de gemeente Berkelland.
Hoofdstuk 1Algemeen
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
De begripsbepalingen in artikel 1.1 van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregels, tenzij in dit artikel anders is bepaald.
Publiekrechtelijke beschikkingen
Artikel 2.1
Toepassingsbereik bij nieuwe beschikkingen.1.
Het bestuursorgaan zal de Bibob-toets toepassen bij elke aanvraag om een beschikking zoals vermeld in:
Het bestuursorgaan zal de Bibob-toets in beginsel toepassen met betrekking tot aanvragen om een beschikking als bedoeld in:
De Bibob-toets wordt niet toegepast indien de aanvraag als bedoeld in het eerste en tweede lid, afkomstig is van:
Artikel 2.2
Subsidieaanvragen1.
Als er sprake is van feiten en omstandigheden zoals genoemd in het tweede lid van dit artikel kan een onderzoek naar de integriteit van de betrokkene(n) wordt ingesteld.
2.Onder feiten en omstandigheden als bedoeld in het eerste lid worden in ieder geval verstaan:
Het eerste lid is niet van toepassing indien de betrokkene een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht is.
Artikel 2.3
Bestuursorgaan altijd bevoegd tot Bibob-toets bij signalen
Onverminderd het bepaalde in de voorgaande artikelen, zal het bestuursorgaan in geval van een aanvraag om een beschikking ook overgaan tot een Bibob-toets, als er vanuit:
aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
Artikel 2.4
Toepassingsbereik bij reeds verleende beschikkingen1.
Het bestuursorgaan past de wet in beginsel toe met betrekking tot reeds verleende beschikkingen indien:
Een melding wijziging vergunninghouder op grond van artikel 2.25 lid 2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt ingediend, indien sprake is van een categorie van inrichtingen waar het beleid voor vergunningsaanvragen, zoals bepaald in artikel 2.1 lid 2 onder b, juncto lid 4 op van toepassing is, in het geval aan betrokkene in meerdere gemeenten binnen het samenwerkingsverband RIEC eerder al een soortgelijke beschikking is verleend, zal het bestuur het RIEC om coördinatie in de Bibob-toets verzoeken.
Hoofdstuk 3:Privaatrechtelijke handelingen
Artikel 3.1
Overheidsopdrachten1.
De gemeente, zijnde een rechtspersoon met een overheidstaak kan een Bibob-toets uitvoeren met betrekking tot overheidsopdrachten. Van geval tot geval bepaalt de rechtspersoon of het in de rede ligt om bij de gunning van een overheidsopdracht de Wet Bibob toe te passen.
2.De gemeente, zijnde een rechtspersoon met een overheidstaak zal in ieder geval een Bibob-toets uitvoeren indien er vanuit:
aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
3.De rechtspersoon met een overheidstaak kan in iedere fase van een aanbesteding ter zake een overheidsopdracht, als in het eerste lid van dit artikel bedoeld, een Bibob-toets uitvoeren. Derhalve kunnen aan een Bibob-toets worden onderworpen zowel degenen die de rechtspersoon met een overheidstaak voornemens is te selecteren tot een volgende fase van de aanbesteding, dan wel degene(n) aan wie de rechtspersoon met een overheidstaak voornemens is de betreffende overheidsopdracht te gunnen.
4.De rechtspersoon met een overheidstaak kan ook na gunning van een overheidsopdracht als bedoeld in lid 1 van dit artikel besluiten een Bibob-toets uit te voeren. Daartoe zal in de betreffende aanbestede (concept)overeenkomst(en) een nadere bepaling moeten worden opgenomen. Die bepaling heeft als strekking dat de overeenkomst zal kunnen worden ontbonden door het bestuursorgaan indien (alsnog) feiten en omstandigheden in relatie tot het bedrijf of de persoon van de opdrachtgever bekend zijn geworden die, ware deze bekend geweest vóór het tot stand komen van de overeenkomst, aanleiding zouden zijn geweest om de opdrachtnemer uit te sluiten van verdere deelname aan de aanbesteding. De rechtspersoon met een overheidstaak kan in het hiervoor bedoelde geval besluiten niet tot ontbinding over te gaan indien zij van oordeel is dat uit de Bibob-toets gebleken mate van gevaar in voldoende mate valt te reduceren door het stellen van (nadere) uitvoeringsvoorwaarden.
Artikel 3.2
Vastgoedtransacties1.
Bij de start van elke onderhandeling over een vastgoedtransactie zal de rechtspersoon met een overheidstaak de wederpartij ervan in kennis stellen dat een Bibob-toets deel kan uitmaken van de procedure.
2.De rechtspersoon met de overheidstaak zal in ieder geval een Bibob-toets uitvoeren alvorens een beslissing wordt genomen over de vastgoedtransactie indien:
aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
en/of;
Indien is besloten tot de uitvoering van een Bibob-toets, neemt de rechtspersoon met een overheidstaak geen definitief besluit tot de vastgoedtransactie, tot de Bibob-toets volledig is afgerond.
4.Indien wordt overgegaan tot de vastgoedtransactie, dan kan in de overeenkomst een integriteitsclausule worden opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst, indien blijkt van ernstig gevaar, zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
5.Onverminderd lid 1 tot en met 4 van dit artikel, zal voorafgaand aan een vastgoedtransactie met als doel het verwerven of vervreemden van recht op eigendom door een rechtspersoon met een overheidstaak, in ieder geval aanleiding bestaan tot het uitvoeren van een Bibob-toets indien:
De rechtspersoon met een overheidstaak zal afzien van het uitvoeren van een Bibob-toets indien de vastgoedtransactie wordt aangegaan met een overheidsinstantie of een semi-overheidsinstantie.
Hoofdstuk 4:Slotbepalingen
Artikel 4.1
Intrekking beleidsregels
De beleidsregels Bibob gemeente Berkelland, vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en door de burgemeester op 19/03/2014, worden ingetrokken.
Artikel 4.2
Datum inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden een dag na bekendmaking inwerking.
Artikel 4.3
Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Wet Bibob gemeente Berkelland 2020.
13 oktober 2020,
Burgemeester en wethouders van Berkelland,
de secretaris,
M.N.J. Broers.
de burgemeester,
drs. J.H.A. van Oostrum.
Bijlage 1Bouwactiviteit
Toepassingscriteria geldend voor de uitvoering van de Bibob-toetsing bij de aanvraag voor een beschikking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning bouwactiviteit)
Uitgaande van het doel van de Wet Bibob, het waarborgen van de integriteit van het bestuursorgaan en het voorkomen van ongewild faciliteren van criminele activiteiten en daarmee het tegenhouden van vergunningen waarbij een bepaalde mate van criminele beïnvloeding te verwachten valt, zal de uitvoering van de Bibob-toetsing plaatsvinden bij aanvragen, die vallen onder één van de hierna genoemde gevallen:
A.
Bouwsom
In geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit, waarbij sprake is van een bouwsom van meer dan € 500.000,- (exclusief btw). De bouwsom wordt door de gemeente berekend.
B.
Bijzondere gevallen
Vanaf de 4e aanvraag binnen een periode van 24 maanden van dezelfde aanvrager en/of betrokkene met een bouwsom van meer dan € 50.000,- en minder dan € 500.000,-.
In geval reeds aanvang is genomen met de realisatie van een vergunningplichtig bouwwerk, zonder dat daarvoor de vereiste vergunning is aangevraagd en de bouwsom meer bedraagt dan € 50.000,- (exclusief btw) en minder bedraagt dan of gelijk is aan € 500.000,- (exclusief btw).
Uitzondering bij meerdere aanvragen per jaar voor één project. Indien een partij binnen een periode van 12 maanden meerdere aanvragen binnen eenzelfde project met de gemeente indient, zal de partij bij ongewijzigde omstandigheden ten opzichte van de eerdere aanvraag (bedrijfsstructuur, financiering, zakelijke partners, etc.) kunnen volstaan met een verwijzing naar de reeds eerder verkregen vergunning en het daarbij ingevulde Bibob-formulier. Bij gewijzigde omstandigheden dient de partij slechts de gewijzigde omstandigheden aan te geven.
C.
Risicogebieden
Indien de bouwsom meer bedraagt dan € 50.000,- (exclusief btw) en minder bedraagt dan of gelijk is aan € 500.000,- (exclusief btw) en de aanvraag een locatie betreft die gelegen is in een door het college aangewezen risicogebied.
Bijlage 2Risicocategorieën Bouwactiviteit, milieu en vastgoed
Categorie A (Bouwactiviteit (artikel 2.1 lid 2, onder a) en vastgoed (artikel 3.2) en milieu artikel 2.1 lid 2 sub b Milieu)
Categorie B (artikel 2.1 lid 2 sub b Milieu)
N.B.: Bovenstaande opsomming van risicocategorieën is niet limitatief. Deze risicocategorieën kunnen, indien nieuwe ontwikkelingen dit noodzakelijk maken, door het college van burgemeester en wethouders worden aangepast.
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente Berkelland:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn