Treasurystatuut gemeente Dronten 2020
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Dronten op 27 december 2019
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Treasurystatuut gemeente Dronten 2020 |
| Instantie: | Gemeente Dronten |
| Regio: | Regio Dronten |
| Uitgegeven: | 27 december 2019 |
| Code: | gmb-2019-319037 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van de gemeente Dronten
Treasurystatuut Gemeente Dronten 2020
InleidingHet treasurystatuut vormt het kader voor de uitvoering van het treasurybeleid.
Het treasurybeleid ondersteunt het financiële beleid, de uitvoering van de publieke taken en biedt waarborgen voor de financiële continuïteit van de gemeente op korte en lange termijn.
Dit treasurystatuut vervangt het financieringsstatuut 2009 B08.001566.
Naast de wettelijke kaders stelt de gemeente Dronten in gevolge de Financiële verordening de volgende aanvullende regels:
Het college zendt het treasurystatuut ter vaststelling door aan de raad
De specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury worden besproken in de financieringsparagraaf van de begroting en de jaarstukken
In de opstelling van het statuut is naast de financiële verordening 2020 rekening gehouden met:
Het treasurystatuut begint met het formuleren van de doelstellingen van de treasuryfunctie.
Deze doelstellingen worden vervolgens geconcretiseerd in de deelgebieden risicobeheer, financiering en kasbeheer.
Daarna komt de administratieve organisatie en interne controle aan de orde. Het accent ligt daarbij op de eenduidigheid van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
Tot slot worden de uitgangspunten voor de informatievoorziening vastgelegd, waardoor het gehele proces beheersbaar en meetbaar is.
In bijlage 1 worden de nadere toelichtingen gegeven
Het begrippenkader is in bijlage 2 opgenomen
1
DOELSTELLING
Artikel 1
Doelstellingen van de treasuryfunctie
De treasuryfunctie van de gemeente Dronten heeft als doel:
RISICOBEHEER
Artikel 2.1
Uitgangspunten risicobeheer
Voor risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
Artikel 2.2
Renterisicobeheer
De gemeente Dronten voert het renterisicobeheer als volgt uit:
Artikel 2.3
Koersrisicobeheer
Artikel 2.4
Kredietrisicobeheer
Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury gelden de volgende uitgangspunten:
Artikel 2.5
Intern liquiditeitsrisicobeheer
De gemeente Dronten beperkt haar liquiditeitsrisico door haar treasury activiteiten (aantrekken van kortlopende en/of langlopende geldleningen) te baseren op de liquiditeitsbegroting en behoefte in relatie tot de bestaande lening portefeuille en meerjarig investeringsprogramma.
3FINANCIERING
Artikel 3.1
Aantrekken Gemeentelijke Financiering
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:
Artikel 3.2
Uitzettingen
Hierbij gelden de volgende richtlijnen:
Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in de Financiële verordening genoemde voorwaarden.
Bij uitzettingen dient er een onderscheid gemaakt te worden in uitzettingen uit hoofde van de publieke taak en uitzettingen uit hoofde van treasury.
Uitzettingen en garanties uit hoofde van de publieke taak
Uitzettingen uit hoofde van treasury
Artikel 3.3
Leningen en garanties
Voor te verstrekken leningen en garanties vanaf het moment van inwerkingtreding van dit statuut, gelden de volgende bepalingen:
Artikel 3.4
Relatiebeheer
De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten en hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:
Kasbeheer
Artikel 4.1
Geldstromenbeheer
Artikel 4.2
Saldo- en Liquiditeitenbeheer
Administratieve organisatie en Interne Controle
Artikel 5.1
Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
Voor de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
Artikel 5.2
Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
De verantwoordelijkheden voor de treasuryfunctie van de gemeente Dronten staan in onderstaande tabel gedefinieerd. De nadere uitwerking van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden in een apart document beschreven.
Functie
Verantwoordelijkheden
Gemeenteraad
Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, beleidskaders en limieten, middels de Financiële Verordening ex art 212 Gemeentewet van de gemeente Dronten en het treasurystatuut.
Het in de begroting en jaarrekening vaststellen van de paragraaf financiering.
Het vaststellen van het treasurystatuut.
Het uitvoeren van de niet aan het college overgedragen treasuryactiviteiten.
Het houden van toezicht op en evalueren van het treasurybeleid.
College van B&W
Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele en politieke verantwoordelijkheid).
Het uitvoeren van de niet aan de ambtelijke organisatie overgedragen treasuryactiviteiten.
Het rapporteren en afleggen van verantwoording aan de raad van de gemeente Dronten over de uitvoering van het treasurybeleid.
Portefeuillehouder financiën
Het uitvoeren van het treasurybeleid (bestuurlijke verantwoordelijkheid).
Artikel 5.3
Informatievoorziening
Om de financieringsactiviteiten controleerbaar en beheersbaar te maken is een goed functionerende interne en externe informatievoorziening over de geld en kapitaalmarkt noodzakelijk.
Er zijn drie typen interne informatie:
Inwerkingtreding en citeertitel
Artikel 6.1
Inwerkingtreding en slotbepaling
De regeling "Financieringsstatuut 2009 B08.001566" in te trekken met ingang van de in het derde lid genoemde datum.
De regeling kan worden geciteerd als “Treasurystatuut gemeente Dronten 2020”.
Dit statuut treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Dronten in zijn openbare vergadering van 19 december 2019 .
E.M. Geldorp
Griffier
drs. J.P. Gebben
Voorzitter
Bijlage 1
Toelichting op Treasurystatuut
In dit treasurystatuut is het treasurybeleid van de gemeente op hoofdlijnen vastgelegd. Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de doelstellingen van de treasuryfunctie (in hoofdstuk 2).
Vervolgens geeft het college in het treasurystatuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de doelstellingen dienen te worden gerealiseerd.
Een richtlijn is een bindend voorschrift voor een handelswijze die gevolgd moet worden en een limiet is een type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van de limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet fido. Middels de limieten en richtlijnen wordt het “risicoprofiel” van de gemeente bepaald, waarbinnen de treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd.
De treasuryparagraaf bij de begroting geeft de beleidsplannen voor de treasuryfunctie voor de komende jaren en in het bijzonder voor het eerstkomende jaar weer. Het bevat onder meer gegevens over de algemene ontwikkelingen en de concrete beleidsplannen binnen de kaders van het treasurystatuut. Het gaat hierbij vooral om de plannen voor het risicobeheer, de gemeentefinanciering (analyse treasurypositie, leningen- en garantieportefeuille en uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer. Uit de toelichting zal moeten blijken dat de plannen binnen de kaders van de Wet fido en het treasurystatuut blijven. De financieringsparagraaf in het jaarverslag geeft in het bijzonder een verschillenanalyse tussen de plannen zoals deze zijn opgenomen in de begroting en de realisatie in het verslagjaar.
Ad 1. Doelstellingen
In de eerste plaats dient ervoor gezorgd te worden dat de gemeente “duurzaam toegang heeft tot de financiële markten tegen marktconforme condities”. Treasury dient te waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar overtollige middelen uit te zetten op de financiële markten (bijv. bij banken). De condities die daarbij worden bedongen dienen, in het licht van de op het betreffende moment gebruikelijke condities, acceptabel (tenminste marktconform) te zijn.
De gemeente loopt de volgende financiële risico’s: renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s. Het is de taak van treasury dergelijke risico’s tegen acceptabele condities te beperken. In het treasurystatuut wordt aangegeven op welke wijze dit wordt gewaarborgd.
De derde doelstelling van treasuryfunctie is het minimaliseren van de kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities. Deze kosten bestaan onder andere uit rentekosten, provisies en kosten van het betalingsverkeer. Het is de taak van de treasury het beheer zo efficiënt mogelijk uit te voeren.
De gemeente streeft ernaar de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente geen middelen onbenut laat maar streeft naar zo hoog mogelijke renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijke rentekosten) zonder dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste instantie bij het beheersen en beperken van financiële risico’s; de gemeente is immers géén winstgerichte organisatie. Binnen het acceptabele risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en dit treasurystatuut dient te worden gestreefd naar optimalisatie van de renteresultaten.
Ad 2.1 Risicobeheer: publieke taak
De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van leningen en garanties uit hoofde van de publieke taak. Wel wordt in de toelichting op de Wet fido het volgende aangegeven: “Het gemeentebestuur bepaalt de publieke taak”. De afdeling concerndiensten adviseert over bijvoorbeeld de garantievoorwaarden en de implicaties van de betreffende aanvraag voor de totale financiële positie van de gemeente.
Om het risico, dat de gemeente loopt op haar garantiestellingen te minimaliseren kan de gemeente gebruik maken van de bestaande waarborgfondsen, zoals het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, Waarborgfonds Sport en Waarborgfonds Zorg.
Ad 2.2 Renterisiconorm
Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het aanbrengen van spreiding in de looptijden in de leningenportefeuille. De renterisiconorm kan worden berekend door een vastgesteld percentage (20% peil 2008) te vermenigvuldigen met de totale vaste schuld per 1 januari van enig jaar (zie artikel 6 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden).
Ad 2.4 kredietrisicobeheer: prudent
Conform de Wet fido, dienen uitzettingen “uit hoofde van treasury” een prudent karakter te hebben.
In de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen wordt het begrip “prudent” nader uitgewerkt. Het aangaan van financiële transacties met als oogmerk die financiële waarden te zijner tijd eventueel met winst te verkopen, is nadrukkelijk niet toegestaan (zie artikel 2 lid 2 Wet fido en de memorie van toelichting op de Wet fido). Bankachtige activiteiten het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het genereren van inkomen zijn als gevolg van deze bepaling verboden. De richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut vallen binnen de kaders van de Wet fido.
De limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut zijn specifiek geformuleerd om het prudente karakter van de uitzettingen uit hoofde van treasury te garanderen.
Ter beperking van kredietrisico’s zijn in dit artikel richtlijnen opgenomen voor de minimale kredietwaardigheid van de partijen waar de gemeente middelen uitzet / belegt.
Een (credit-) rating is een beoordeling van de kredietwaardigheid van een instelling, die voor zowel de korte als voor de lange termijn wordt verschaft door gerenommeerde rating “agencies” zoals Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch IBCA.
Overzicht ratingkwalificaties
Moody’s
Standard & Poor’s en Fitch ICBA
Kwalificatie kredietwaardigheid
Aaa
AAA
Extreem kredietwaardig
Aa
AA
Zeer kredietwaardig. Veiligheidsmarges zijn echter niet zo hoog als bij AAA-categorie.
A
A
Zeer kredietwaardig. Er zijn echter factoren aanwezig waardoor afbetaling in de toekomst enig gevaar loopt.
Baa
BBB
Kredietwaardig, maar gevoelig voor slechte economische tijding.
Ba
BB
Speculatief, matige bescherming van afbetaling aanwezig.
B
B
Heeft momenteel capaciteit voor rente en aflossing, maar is gevoelig voor failissement.
Caa
CCC
Enige bescherming voor investeerders is aanwezig, maar er zijn grote risico’s en onzekerheid aanwezig.
Ca
CC
Zeer speculatief, meestal achtergestelde schuld.
C
C
Rentebetalingen zijn reeds gestopt.
D
Failliet.
Solvabiliteitsratio van 0%
Een solvabiliteitsratio van 0% (ofwel een “solvabiliteitsvrije status”) is een status die door een bancaire toezichthouder in een EER-lidstaat (bijv. De Nederlandsche Bank) wordt toegekend aan het schuldpapier van een instelling. Deze status houdt in dat een bank voor desbetreffend papier geen reserves (0%) hoeft aan te houden en wordt onder meer toegekend aan papier uitgegeven of gegarandeerd door (centrale) overheden. Het is de gemeente dus toegestaan om bij andere overheden geld uit te zetten, of om te beleggen in papier waaraan een overheidsgarantie is verbonden (zoals door het waarborgfonds sociale woningbouw geborgde leningen van woningcorporaties).
De Wet fido stelt geen eisen aan de kwaliteit van de debiteuren bij het verstrekken van leningen of garanties aan derden in het kader van de publieke taak. Omdat de Gemeenteraad de publieke taak bepaalt, worden leningen of garanties uitsluitend verstrekt aan door de Gemeenteraad goedgekeurde partijen. Teneinde de kredietrisico’s te beperken worden indien mogelijk zekerheden of garanties verlangd van de debiteuren.
Ad 3. Gemeentefinanciering
Het aantrekken van middelen met als doel deze met winstoogmerk te beleggen is door artikel 2 lid 2 van de Wet fido (zie ook memorie van toelichting op de Wet fido) nadrukkelijk niet toegestaan.
Tussenpersonen hebben een intermediairsfunctie bij het afsluiten van financiële transacties. De gemeente stelt als eis dat tussenpersonen onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) staan en daarvan een vergunning als makelaar hebben ontvangen.
Afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt middelen slechts te lenen gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig zijn.
Dakpanconstructie
De looptijd van de verschillende leningen die de gemeente afsluit overlappen elkaar. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente met te grote fluctuaties te maken krijgt in rentebetaling en aflossing.
Kasgeldlimiet
Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar) is in de Wet fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5% peil 2008) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar (zie artikel 3 en 4 van de Wet fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden).
Onderhandse geldleningen
Onderhandse geldleningen zijn leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld.
Ad 3.2 Uitzettingen: publieke taak
De Wet fido geeft twee belangrijke beleidsmatige uitgangspunten met betrekking tot treasury. Dit betreft de “publieke taak” waarvoor garanties en het verstrekken van leningen dienen enerzijds en het prudente karakter van (overige) uitzettingen anderzijds. Er wordt hierbij dus een specifiek onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van leningen en garanties “uit hoofde van de publieke taak” en het uitzetten van middelen “uit hoofde van treasury”.
Ad 3.2 Uitzettingen : Beleggingsproducten
Ten aanzien van de financiële instrumenten die kunnen worden gehanteerd voor uitzettingen in het kader van treasury, geldt in de Wet fido als belangrijkste uitgangspunt dat de hoofdsom van de betreffende uitzetting in tact blijft. Bij alle in dit artikel genoemde producten wordt aan het einde van de looptijd ten minste de hoofdsom (bij vastrentende waarden de “nominale waarde”) uitgekeerd.
Bij het uitzetten van gelden op rekening courant, spaarrekening, daggeld of deposito’s worden géén koersrisico’s gelopen. Het kan bij dergelijke producten echter voorkomen dat de opnamemogelijkheden beperkt zijn (in het bijzonder bij deposito’s en soms bij een spaarrekening).
Ad 3.3 Garanties
Garantieproducten zijn beleggingsproducten waarbij de uitgevende (financiële) instelling garandeert dat op de afloopdatum (een bepaald percentage van) de hoofdsom wordt uitgekeerd. Garantieproducten keren vaak minder of geen rente uit en bieden in plaats daarvan bijvoorbeeld een rendement dat gebaseerd is op een aandelen-index (zoals de AEX-index). Garantieproducten waarbij minder dan 100% van de hoofdsom wordt gegarandeerd zijn expliciet niet toegestaan onder de Wet fido.
Bij garantieproducten is vaak enkel de hoofdsom gegarandeerd. Aangezien de reële waarde (de koopkracht) van de hoofdsom door inflatie kan verminderen, verdient het de aanbeveling om bij een langere looptijd naast een hoofdsomgarantie een minimaal rendement (bijvoorbeeld ter hoogte van het inflatieniveau) te eisen.
Ad 4. Kasbeheer
Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een efficiënt betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar worden afgestemd door een betalingsdatum af te stemmen op verwachte ontvangsten. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken (cq. middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken) teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te financieren.
Het elektronisch laten uitvoeren van het betalingsverkeer bank heeft als voordeel dat de kosten kunnen worden geminimaliseerd.
Het saldo en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant) van de gemeente . Teneinde valutaire verliezen te voorkomen, worden rekeningen zoveel mogelijk beperkt tot één bank. Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend. De gemeente kan met haar bank aanvullende afspraken maken over de renteberekening in dit stelsel.
Ad 5. Administratieve Organisatie/ Interne Controle
De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt primair bij het college. Teneinde niet onnodig te worden belast met het dagelijkse treasurybeheer draagt het bestuur een deel van haar bevoegdheden over aan de ambtelijke organisatie. De praktische uitvoering van het beleid heeft dus vooral op ambtelijk niveau plaats, met als voordeel een slagvaardiger optreden. Bij de toewijzing van bevoegdheden is zoveel mogelijk rekening gehouden met de vereiste functiescheiding tussen besluitvorming, uitvoering, administratie en controle.
Ad 5.5 Informatievoorziening (onder andere art 19.2)
Het verstrekken van juiste, tijdige, volledige en relevante informatie moet gerekend worden tot de belangrijkste succesfactoren voor het kunnen beheersen van de financiële en interne risico’s van de gemeente.
Informatie
Frequentie
Informatie-verstrekker
Informatie-ontvanger
2x per jaar
Treasurer
Teammanager FPCI
Jaarlijks
Treasurer
Directie
Jaarlijks
Teammanager FPCI
Gemeenteraad
Jaarlijks
Teammanager FPCI
Gemeenteraad
Periodiek
Treasurer
Derden
Periodiek
College
Provincie
Jaarlijks
Treasurer
Gemeenteraad
Bijlage 2begrippenkader
- Financiering
Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;
- Geldstromenbeheer
Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);
- Intern liquiditeitsrisico
De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;
- Gesloten positie
De onderliggende waarde waarop het derivaat betrekking heeft, heeft gelijke modaliteiten (in omvang, looptijd) als de bijbehorende financieringsbehoefte of bijbehorende overtollige middelen. Van belang is dat het derivaat geen groter risico met zich meebrengt dan het risico dat ermee wordt afgedekt. Van het laatste kan sprake zijn indien onzekerheid bestaat over de modaliteiten van een toekomstige financieringsbehoefte of overschot.
- Kasgeldlimiet
Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;
- Koersrisico
Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;
- Kredietrisico
De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;
- Liquiditeitenbeheer
Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;
- Liquiditeitsplanning
Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid
-Onderhandse lening
leningen waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld.
- Rating
De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier;
- Relatiebeheer
Het omvat het onderhouden van relaties met instellingen, waarmee in het kader van de uitvoering van het treasurybeleid contacten worden onderhouden;
- Renterisico
Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen. Ongunstige rentecondities kunnen verstrekkende gevolgen hebben voor de financiële gezondheid van de organisatie. De renterisico’s zijn onder te verdelen in primaire en secundaire risico’s. Onder het primaire renterisico wordt verstaan het gevaar van rentestijgingen als sprake is van financiering tegen een variabele rente. Stijging van de rente betekent hogere kosten. Het omgekeerde geldt bij beleggingen. Onder het secundaire renterisico wordt verstaan het niet kunnen profiteren van een gunstige renteontwikkeling omdat de rente voor een langere periode vaststaat;
- Renterisiconorm
Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het totaal van de vaste schuld van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden;
- Rentetypische looptijd
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;
- Saldobeheer
Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;
- Treasurybeheer
De uitvoering van de treasuryfunctie binnen de kaders van het treasurystatuut;
- Treasurybeleid
Vastlegging van de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie;
- Treasuryfunctie
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit verschillende deelfuncties: risicobeheer, financiering, uitzettingen, kasbeheer;
- Financieringsparagraaf
Het begrotingsonderdeel cq rekeningsonderdeel waarin het beleid voor het komende jaar wordt vastgelegd resp. waarin verantwoording wordt afgelegd van de realisatie van het voorgenomen beleid;
- Treasurystatuut
Het document waarin de beleidsmatige infrastructuur voor de uitvoering van de treasuryfunctie is vastgelegd;
- Uitzetting
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.
Bijlage 3
artikelgewijze motivatie en verschil met financieringsstatuut 2009 (FS2009)
Art.
Wordt
was
1
Ten opzichte van FS2009 is aan de doelstelling toegevoegd dat gemeente Dronten met het treasurystatuut (TS2020) een duurzame toegang tot de kapitaalmarkt wil bewerkstelligen en informatie wil genereren om verantwoording over het gevoerde beleid te kunnen afleggen.
Verder zijn aan het begrippenkader zijn nieuwe begrippen als onderhandse lening toegevoegd.
Art. 1:doelstellingen
Bijlage 2: begrippenkader
Het begrip derivaten is uit het begrippenkader verwijderd
2
Het risicobeheer is in TS2020 ten opzichte van FS2008 sterk verbeterd. De uitgangspunten worden benoemd en de verschillende type risico’s (rente-, koers-, kredietrisico’s) worden benoemd en specifieke beheersmaatregelen, waaronder schatkistbankieren als onderdeel van kredietrisicobeheer, worden toegelicht.
Geen paragraaf risicobeheer
FS2009 is opgesteld vóór de wereldwijde banken- en kredietcrisis toesloeg. Als document van zijn tijd laat het zien dat we als gemeente volledig onvoorbereid waren. Zeer beperkt aandacht voor risicobeperking.
3
In de financieringsparagraaf is aandacht gekomen voor de omvang en de verhoudingen van de leningenportefeuille en is het gebruik van derivaten verboden. Verder:
a. Overtollige middelen worden met uitzondering van het drempelbedrag aangehouden bij de schatkist van het Rijk.
b. Weinig ruimte voor beleggen
c. Regels voor leningen en garanties als middel voor de gemeente om organisaties die een publiek belang dienen gericht te ondersteunen.
d. Relatiebeheer; aandacht voor de gemeente als betrouwbare partner op de kapitaalmarkt.
Art. 2: financiering
In het FS2009 werden meer (ook risicovolle) financieringsmiddelen gekoppeld aan termen als kortlopend en langlopend.
Art. 3: uitzettingen
Beperkt aantal regels voor uitzettingen in de vorm van beleggingen.
In FS2009 Zeer beperkte aandacht voor uitgifte van leningen en garanties en geen regels gericht op relatiebeheer.
4
In TS2020 wordt expliciet onderscheid gemaakt tussen geldstromenbeheer en saldo- en liquiditeitenbeheer en worden maatregelen vastgelegd om tijdelijke overschotten en tekorten zoveel mogelijk te voorkomen en ten allen tijde verplichtingen na te kunnen komen.
Art. 4: kasbeheer
In FS2009 kasbeheer gericht op het kunnen nakomen van verplichtingen.
5
In TS2020 stelt de Raad de kaders vast voor het te voeren treasurybeleid door het college. Hoe het college invulling geeft aan dit beleid in samenwerking met de ambtelijke organisatie is de verantwoordelijkheid van het college. De raad beperkt zich tot het vastleggen van uitgangspunten ten aanzien van de administratieve organisatie en interne controle
Art. 5: administratieve organisatie/ interne controle
In FS2009 zijn de taken, bevoegheden en verantwoordelijkheden van functies in de ambtelijke organisatie uitgeschreven.
Art. 6: informatievoorziening
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente Dronten:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn