Verordening rioolheffing (Gemeente Urk)
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Urk op 16 december 2019
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Verordening rioolheffing (Gemeente Urk) |
| Instantie: | Gemeente Urk |
| Regio: | Regio Urk & NO-polder |
| Uitgegeven: | 16 december 2019 |
| Code: | gmb-2019-290393 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van de gemeente Urk
Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2020
De raad van de gemeente Urk,Gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;
Besluit:
vast te stellen de
Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Deze verordening verstaat onder:
Artikel 2
Aard van de belasting
Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht1.
De belasting wordt geheven:
Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
3.Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt:
Artikel 4
Zelfstandige gedeelten
Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.
Artikel 5
Maatstaf van heffing1.
Het eigenarendeel van de rioolheffing wordt geheven naar een vast bedrag per perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient (Eigenarendeel niet-woning). Garageboxen en soortgelijke opslagruimten worden daarbij als niet-woning aangemerkt.
2.Ten aanzien van een perceel, dan wel een zelfstandig gedeelte daarvan, dat niet in hoofdzaak tot woning dient wordt het gebruikersdeel van de rioolheffing geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd (Gebruikersdeel niet-woning).
3.Ten aanzien van een perceel, dan wel een zelfstandig gedeelte daarvan, dat in hoofdzaak tot woning dient wordt de rioolheffing geheven naar het aantal feitelijke gebruikers aan het begin van het belastingjaar van het perceel (Gebruikersdeel woning).
4.Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
5.Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
Artikel 6
BelastingtarievenEigenarendeel niet-woning
1.
De belasting als bedoeld in artikel 5, eerste lid bedraagt per perceel
€ 70,00
Gebruikersdeel niet-woning2.
De belasting als bedoel in artikel 5, tweede lid bedraagt voor een perceel met een waterverbruik:
a. van 0 m³ tot en met 300 m³:
€ 265,00
b. van 301 m³ tot en met 1000 m³:
€ 605,00
c. van 1001 m³ tot en met 2000 m³:
€ 1.210,00
d. van 2001 m³ tot en met 5000 m³:
€ 1.812,00
e. van 5001 m³ tot en met 10000 m³:
€ 2.418,00
f. van 10001 m³ en meer:
€ 3.256,00
Gebruikersdeel woning3.
De belasting als bedoeld in artikel 5, derde lid bedraagt indien het perceel in gebruik is bij een huishouden:
- met een omvang tot en met 3 personen:
€ 263,00
- met een omvang van meer dan 3 personen:
€ 298,00
Artikel 7
Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8
Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang1.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2.Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3.Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 10
Termijnen van betaling1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening die op het aanslagbiljet vermeld is.
2.In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na het opleggen van de aanslag nog maanden in het belastingjaar overblijven. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11
Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.
Artikel 12
Inwerkingtreding en citeertitel1.
De ‘Verordening rioolheffing’ van 8 november 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.
3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.
4.Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening rioolheffing’.
Urk,
7 november 2019De raad van de gemeente Urk,
De griffier,
de voorzitter,
► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente Urk:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn