Afvalstoffenheffing 2017 (Gemeente Landsmeer)
Verordeningen en reglementen gepubliceerd door de Gemeente Landsmeer op 30 december 2016
Algemene gegevens:
| Onderwerp: | Afvalstoffenheffing 2017 (Gemeente Landsmeer) |
| Instantie: | Gemeente Landsmeer |
| Regio: | Regio Waterland |
| Uitgegeven: | 30 december 2016 |
| Code: | gmb-2016-188368 |
Juridische gegevens
| Type: | Verordeningen en reglementen |
Inhoud Verordeningen en reglementen:
Bron: GEMEENTEBLAD | Officiële uitgave van gemeente Landsmeer.
Afvalstoffenheffing 2017
Agendapunt:Landsmeer, 15november 2016 voorstelnummer: 2016-
Voorstel:
I.In te trekken de Verordening afvalstoffenheffing 2016;
II. Vast te stellen de Verordening afvalstoffenheffing 2017 volgens bijgaand concept.
Grondslag: artikelen 216, 219, eerste lid, 229, eerste lid aanhef en onderdelen a en b Gemeentewet en artikel 15.33 Wet Milieubeheer.
Inleiding/argumenten:
Algemeen:
De afvalstoffenheffing is een bestemmingsbelasting. Een belangrijk kenmerk van een bestemmingsbelasting is dat er een aanwijsbare dienst is van de gemeente. Dit wil zeggen dat de inkomsten voor deze bestemming dienen te worden gebruikt, zijnde de afvalverwerking.
Verordening:
De vigerende verordening afvalstoffenheffing is vergeleken met de modelverordening en de huidige jurisprudentie en voldoet aan de wettelijke vereisten en geldende
jurisprudentie.
Bij het vaststellen van de Perspectiefnota 2011 op 28 juni 2010 heeft u besloten om in een periode van 3 jaar met ingang van 2011 te komen tot 100% kostendekkendheid. Door vaststelling van de tarieven 2017 blijft de kostendekkendheid evenals in 2016 100%.
U wordt uitgenodigd tot besluitvorming over te gaan.
Het college,
De secretaris, de burgemeester
Besluit:
Volgens voorstel door de raad besloten op 22 december 2016.
de griffier, de voorzitter,
Vergadering:22 december 2016
Agendapunt:
Landsmeer, 15november 2016 voorstelnummer: 2016-
De raad van de gemeente Landsmeer;
Gezien het voorstel op 15 november 2016;
Gelet op de artikelen 216, 219, eerste lid, alsmede 229, eerste lid aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en art. 15.33 van de Wet milieubeheer;
b e s l u i t :
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing 2017.
Artikel 1
Krachtens deze verordening wordt geheven een afvalstoffenheffing.
Artikel 2
Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a huishoudelijke afvalstoffen: afvalstoffen, afkomstig uit particuliere huishoudens, afvalwater en autowrakken daaronder niet begrepen;
b jaar: kalenderjaar;
c gebruik maken: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.
Hoofdstuk II.Afvalstoffenheffing.
Artikel 3
Aard van de heffing1.
Onder de naam afvalstoffenheffing wordt een belasting geheven als bedoeld in art. 15.33 van de Wet milieubeheer.
2.De afvalstoffenheffing wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven terzake van het feitelijk gebruik van een perceel, waaronder mede begrepen een sta-caravan, een woonboot en een woonwagen, ten aanzien waarvan ingevolge art. 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Onder het begrip perceel wordt niet verstaan een volkstuinhuisje, zomerhuisje of vakantiehuisje, tenzij een dergelijk huisje dient tot hoofdverblijf.
Artikel 4
Belastingplicht
Belastingplichtig voor de afvalstoffenheffing is degene die naar de omstandigheden beoordeeld, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 5
Maatstaf van heffing en tarief.
1.De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar, € 216,95
indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon,
1.De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar, € 253,40
indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door twee personen,
1.De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar, € 289,25
indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door drie of meer personen.
Artikel 6Belastingtijdvak.
Het belastingtijdvak is gelijk aan een jaar
Artikel 7
Wijze van belastingheffing1.
De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.
2.De aanslagen kunnen met andere aanslagen op een gecombineerd aanslagbiljet
worden verenigd.
Artikel 8
Tijdstip ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang1.
De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 9
Termijnen van betaling1.
De aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede termijn één maand later.
1.Indien op basis van art. 7, lid 2, een machtiging tot automatische incasso werd afgegeven, moeten de aanslagen worden betaald, respectievelijk worden de aanslagen geïncasseerd in acht gelijke termijnen, waarbij de eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elke volgende termijn één maand later.
2.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk III. Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing.
Artikel 10Op
aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen
1.Onverminderd het bepaalde in artikel 5 bedraagt de belasting voor het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen per aanvraag, € 15,45.
1.Hoofdstuk IV. Algemene bepalingen.
Artikel 11
Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing.
Artikel 12
Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel1.
Met ingang van de in het derde lid vermelde datum vervalt de Verordening Afvalstoffenheffing 2016, vastgesteld bij raadsbesluit van 10 december 2015, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voordien hebben voorgedaan.
2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
3.De datum van ingang van heffing is 1 januari 2017.
4.Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening afvalstoffenheffing 2017".
Aldus vastgesteld in de openbare vergaderingvan de raad van 22 december 2016.De voorzitter,De griffier,► Klik hier om dit bericht bij de officiële instantie te lezen.
Laatste 5 bekendmakingen in de gemeente Landsmeer:
Disclamer: De informatie op deze pagina wordt geleverd door het open data project van de Nederlandse overheid. Het doel van dit project is om zoveel mogelijk publieke informatie te ontsluiten. Drimble is afhankelijk voor de correctheid van deze informatie van derde partijen. De informatie op deze pagina kan daarom gedateerd of inmiddels ongeldig zijn. Raadpleeg daarom altijd de lokale overheidsinstantie bij toepassing van de gegevens.
Tijdlijn